
Foto: User:Stan Shebs, CC BY-SA 3.0 · bron
Dwergstruik · Composietenfamilie (Asteraceae)
Heiligenbloem
Santolina chamaecyparissus · ook: Santolina, Cipressenkruid
Heiligenbloem is een compact, zilvergrijs struikje van 30–50 cm uit het Middellandse Zeegebied, met fijn getande, kruidig geurende blaadjes en van juni tot augustus heldergele, bolle bloemknoopjes op lange stelen. Het is een klassieker voor lage haagjes en randen in kruiden- en knooptuinen, en de bloemen trekken bijen en zweefvliegen aan. Het wil volle zon en een droge, goed doorlatende grond. Snoei je het elk jaar, dan blijft het een dicht, zilveren kussen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
0,3–0,5 m
hoog
Bloei
juli–augustus
| Snoeimaanden | april en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,3–0,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een heiligenbloem?
- Groeivorm
- Compact, bolvormig struikje van 0,3–0,5 m hoog en ongeveer 0,6 m breed, met een houtige basis.
- Blad
- Verspreid, 2–4 cm, smal en rondom bezet met korte, dikke tandjes, zilvergrijs viltig; geurt kruidig als je het aanraakt.
- Twijgen
- Houtige basis met grijze, viltige twijgjes.
- Bloem
- Bolle, heldergele bloemhoofdjes (1–2 cm) zonder lintbloemen, alleen op lange stelen, juni–augustus.
- Vrucht
- Kleine nootjes zonder pluis.
- Verschil met echte lavendel
- Lavendel heeft smal, ongetand blad en paarse bloemaren.
- Verschil met de kerrieplant
- De kerrieplant (Helichrysum italicum) heeft zilvergrijs, naaldvormig blad dat naar kerrie ruikt, en gele bloempjes in trosjes.
Bloei: juli–augustus · Snoeien: april en augustus–september
Lijkt op, maar is het niet
- Echte lavendel Lavandula angustifolia: smal, ongetand blad en paarse bloemaren. Verschil met echte lavendel
- Kerrieplant (Helichrysum italicum): zilvergrijs, naaldvormig blad dat naar kerrie ruikt en gele bloempjes in trosjes.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zilvergrijs blad dat het hele jaar blijft en andere kleuren in de border laat oplichten.
- Een laag haagje of een rand die je strak kan knippen, ook op droge, arme grond.
- Gele bloemknoopjes in de zomer voor bijen en zweefvliegen.
- Verdraagt een stevige snoei beter dan lavendel.
Waar staat een heiligenbloem graag?
- Volle zon; in de schaduw groeit hij slap en valt hij open.
- Droge, arme, goed doorlatende grond, kalkrijk of niet; geen natte voeten in de winter.
- Op zware klei: plant op een verhoogd bed, een muurtje of een helling, of meng grof zand en grind door de grond.
- Mooi als lage rand langs een pad, in een grindtuin, rotstuin of grote pot.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Echte lavendel: Paarse bloemaren naast zilvergrijs blad en gele knoopjes: een klassiek duo voor een droge, zonnige rand.
- Echte salie: Een grijsgroen keukenkruid voor dezelfde droge plek; samen een geurende kruidentuin.
- Rozemarijn: Donkergroene, naaldvormige blaadjes als contrast met het zilvergrijs van de heiligenbloem.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een heiligenbloem?
- Plant in april–mei, zodat hij voor de natte winter goed geworteld is.
- Voor een laag haagje plant je om de 30–40 cm; als losse plant reken je op ongeveer 60 cm.
- Zet hem niet dieper dan hij in de pot stond en bedek de grond eventueel met grind, niet met compost of schors.
- In een pot: potgrond met grind of zand, en een gat in de bodem.
Verzorgen
- Water
- Alleen de eerste weken na het planten en in een pot; daarna redt hij zich.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond wordt hij slap en valt hij open.
- Bloemknoppen
- Wil je alleen het zilveren blad, knip dan de bloemknoppen weg voor ze opengaan: de plant blijft dan compacter.
- Vernieuwen
- Een oude plant die openvalt en kaal wordt, knip je in april stevig terug of vervang je door een stek.
Tip: Wil je een strak, zilveren randje, knip dan de bloemknoppen weg zodra je ze ziet. Laat je hem bloeien, dan smullen de bijen en zweefvliegen ervan: kies wat je het liefst ziet.
Wanneer snoei je een heiligenbloem?
Snoeimaanden: april en augustus–september.
Wanneer: Na de bloei (augustus–september) en in april.
Hoe:
- Knip na de bloei de uitgebloeide stelen weg en vorm de plant licht bij.
- In april mag je hem stevig terugknippen tot 10–15 cm: hij loopt beter uit oud hout uit dan lavendel en blijft zo compact.
- Knip een haagje elk jaar, dan blijft het dicht tot onderaan.
Let op: Snoei niet in de late herfst of de winter: wacht met de stevige snoei tot april, als de strengste vorst voorbij is.
Vermeerderen
- Stekken
- Neem in juli–augustus stekjes van 5–10 cm van niet-bloeiende scheuten, liefst met een hieltje, en laat ze wortelen in een zanderig mengsel.
- Afleggen
- Druk in het voorjaar een lage tak in de grond en dek hem af; als hij geworteld is, knip je hem los.
Hoe komt een heiligenbloem de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in onze streken zolang de grond niet nat blijft: natte winters zijn gevaarlijker dan vorst.
- Laat de plant met zijn blad de winter in en wacht met de stevige snoei tot april.
- Zet potten in de winter beschut en droog, op voetjes.
Ziektes en plagen
- Openvallen: De plant valt in het midden open, vooral na de bloei of na zware regen. Knip na de bloei bij en in april stevig terug.
- Wortelrot: De plant wordt bruin en sterft af na een natte winter. Plant opnieuw op een drogere, beter doorlatende plek.
- Kaal en houtig: Een plant die jaren niet gesnoeid is, wordt onderaan kaal. Knip hem in april terug tot 10–15 cm of vervang hem.
Het jaar rond
- April: Stevige snoei tot 10–15 cm; planten.
- Mei: Planten en in pot zetten.
- Juni: De bloei begint: bijen en zweefvliegen.
- Juli: Volle bloei; stekjes nemen.
- Augustus: Snoei na de bloei: uitgebloeide stelen weg; stekken.
- September: Laatste snoei na de bloei; haagje licht in vorm knippen.
- November: Potten droog en beschut zetten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Laag, zilvergrijs haagje of rand in een droge, zonnige tuin; klassiek in kruiden- en knooptuinen.
- Voor de natuur
- De gele knoopjes trekken bijen en zweefvliegen aan.
- Ook gebruikt voor
- Gedroogde takjes tussen de kleren houden motten weg.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Chamaecyparissus betekent ‘dwergcipres’, maar het is een composiet: elk geel knoopje is een bloemhoofdje vol buisbloempjes, zoals het hart van een madeliefje.
- Gedroogde takjes tussen de kleren houden motten weg.
- In de knooptuinen van de 16e en 17e eeuw vormde men van heiligenbloem lage, geknipte haagjes in sierlijke, verstrengelde patronen.