
Foto: Aftabbanoori, CC BY-SA 3.0 · bron
Klimplant · Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
Japanse kamperfoelie
Lonicera japonica
De Japanse kamperfoelie is een krachtige, wintergroene slingerplant uit Oost-Azië die tot 6–10 m hoog om hekken en schuttingen windt. Van juni tot oktober draagt hij per twee in de bladoksels zoet geurende bloemen die eerst wit zijn en daarna geel worden; in de herfst volgen zwarte bessen. Hij groeit snel en dicht, ook als bodembedekker, maar juist daardoor is hij in Noord-Amerika en andere streken een beruchte invasieve soort. Bij ons verwildert hij nog zelden: plant hem alleen waar je hem in de hand kunt houden.
Let op: De zwarte bessen zijn licht giftig: houd ze weg van kleine kinderen en huisdieren. Hij groeit zeer krachtig en is in Noord-Amerika en andere streken een invasieve plaag: dump nooit snoeiafval in de natuur en plant hem niet bij een bosrand.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
slingert tot 6–10 m
hoog
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart–april en juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | slingert tot 6–10 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse kamperfoelie?
- Groeivorm
- Wintergroene, sterk slingerende klimplant van 6–10 m; zonder steun vormt hij een dichte, kruipende mat over de grond en door struiken.
- Blad
- Tegenoverstaand, ovaal tot langwerpig, 3–8 cm, gaafrandig en zacht behaard; aan jonge scheuten soms gelobd. Blijft in zachte winters aan de plant.
- Stengels
- Behaarde, slingerende stengels die houtig worden; oude stengels met afbladderende schors.
- Bloem
- Tweelippige buisbloemen (3–4 cm), eerst wit en daarna geel, per twee in de bladoksels, juni–oktober; zoet geurend.
- Vrucht
- Glanzend zwarte bessen per twee, in de herfst; licht giftig.
- Verschil met de wilde kamperfoelie
- De wilde kamperfoelie verliest zijn blad, draagt de bloemen in kransen aan de top van de scheuten en heeft rode bessen.
- Verschil met de tuinkamperfoelie
- Bij de tuinkamperfoelie zijn de bovenste bladparen vergroeid tot een schoteltje; hij bloeit in mei–juni en heeft oranjerode bessen.
Bloei: juni–september · Snoeien: maart–april en juli–augustus
Herkennen per kenmerk: Zwarte bessen · Slingerende klimplanten
Lijkt op, maar is het niet
- Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum: bladverliezend, met de bloemen in kransen aan de top van de scheuten en rode bessen. Verschil met wilde kamperfoelie
- Tuinkamperfoelie Lonicera caprifolium: bovenste bladparen vergroeid tot een schoteltje, bloei in mei–juni en oranjerode bessen. Verschil met tuinkamperfoelie
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Houdt in zachte winters zijn blad: een groene schutting, ook in de winter.
- Bloeit lang, van juni tot oktober, met zoet geurende bloemen.
- Groeit snel en bedekt in korte tijd een hek, een schutting of een talud.
- Bijen, hommels en nachtvlinders bezoeken de bloemen; vogels nestelen in de dichte ranken.
Waar staat een Japanse kamperfoelie graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Elke grond die niet te nat is; hij is weinig kieskeurig.
- Hij slingert en heeft draden, gaas, een hek of een stevige pergola nodig. Een muur beschadigt hij niet, maar hij groeit snel in dakgoten, onder dakpannen en door luiken: houd hem daar weg.
- Laat hem niet in bomen of struiken groeien: hij snoert jonge stammen in en kan struiken onder een dichte mat verstikken. Plant hem niet bij een bosrand, houtkant of natuurgebied, waar vogels de zaden verder verspreiden.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 8 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Echte lavendel: Een geurend struikje voor de zonnige voet van het hek; samen bloeien ze de hele zomer voor bijen en hommels.
- Rozemarijn: Een groenblijvend, geurend struikje voor dezelfde zonnige plek: ook in de winter een groene hoek.
- Sering: Bloeit en geurt in april–mei, vóór de kamperfoelie begint: zo heb je geur van de lente tot de herfst.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Mag klimmen in oude, grote bomen: zomereik, grove den, gewone esdoorn, zomerlinde
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse kamperfoelie?
- Plant in de herfst of het voorjaar, uit pot.
- Plant 30–40 cm van het hek of de muur en leid de scheuten met een stokje naar de steun.
- Kies een plek die je rondom kunt bijhouden, zoals een hek tussen gazon en terras, en niet naast een haag of bosje.
- Wil je een geurende kamperfoelie zonder kans op verwildering, kies dan de inheemse wilde kamperfoelie, of de minder krachtige tuinkamperfoelie.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig: hij groeit al krachtig genoeg.
- In toom houden
- Knip in de zomer scheuten weg die naar struiken, bomen, de dakgoot of de buren groeien, en trek kruipende scheuten uit die wortelen.
- Snoeiafval
- Gooi ranken en gewortelde stukken in de groenbak of op een gesloten composthoop, nooit in de natuur of aan een bosrand.
Tip: Houd een strook van een halve meter rond de plant vrij, met gazon of tegels: zo zie je kruipende scheuten meteen en knip of maai je ze weg voor ze wortelen.
Wanneer snoei je een Japanse kamperfoelie?
Snoeimaanden: maart–april en juli–augustus.
Wanneer: In maart–april; in de zomer (juli–augustus) zo vaak als nodig om hem in toom te houden.
Hoe:
- Hij bloeit op de nieuwe scheuten: knip in maart–april flink terug en haal oude, kale ranken weg.
- Knip in juli–augustus te lange scheuten terug en houd goten, ramen en naburige struiken vrij.
- Een verwilderde plant mag je in het voorjaar tot dicht boven de grond afzetten; hij loopt krachtig opnieuw uit.
Let op: Kijk eerst of er geen vogels in de dichte ranken broeden. Laat geen afgeknipte ranken op vochtige grond liggen: ze kunnen er wortelen.
Vermeerderen
- Afleggen
- Kruipende scheuten wortelen vanzelf waar ze de grond raken: steek een gewortelde scheut uit en plant hem over.
- Stekken
- Stekken van 10–15 cm wortelen in de zomer makkelijk in een potje.
Hoe komt een Japanse kamperfoelie de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard. In zachte winters blijft het blad grotendeels aan de plant; in strenge winters valt het af en loopt hij in de lente weer uit.
- In de winter zie je het best waar ranken in de goot, onder pannen of in struiken gekropen zijn.
Ziektes en plagen
- Woekering: Overgroeit struiken, hagen en jonge bomen en kruipt onder dakpannen. Snoei hem elke zomer terug en trek kruipende scheuten uit.
- Verwildering: Zaailingen of uitgelopen scheuten buiten de tuin. Trek ze jong uit met wortel en al; grotere planten graaf je uit of knip je herhaaldelijk aan de grond af tot ze uitgeput zijn.
- Bladluis: Luizen op de scheuttoppen, vooral bij droogte. Spuit met water; lieveheersbeestjes en mezen doen de rest.
- Meeldauw: Witte, poederige laag op het blad op droge plekken. Geef water bij droogte en knip aangetaste scheuten weg.
Het jaar rond
- Maart: Voorjaarssnoei: flink terugknippen en oude ranken weghalen; planten.
- April: Laatste voorjaarssnoei; nieuwe scheuten naar de steun leiden.
- Juni: De bloei begint: witte en gele bloemen tegelijk.
- Juli: Zomersnoei: te lange scheuten terug en goten vrijmaken.
- Augustus: Zomersnoei; water geven bij droogte.
- Oktober: Laatste bloemen; zwarte bessen.
- November: Kruipende scheuten en zaailingen rond de plant uittrekken.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Wintergroene, geurende klimmer voor een schutting of hek, ook als bodembedekker op een talud.
- Voor de natuur
- Bijen, hommels en nachtvlinders bezoeken de bloemen; de dichte ranken zijn een nestplaats voor vogels.
Let op: Groeit zeer krachtig en is in Noord-Amerika een invasieve plaag: dump geen snoeiafval in de natuur. De bessen zijn licht giftig.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het Chinees heet hij ‘goud-en-zilverbloem’, omdat er tegelijk witte en gele bloemen aan hangen. In Noord-Amerika is hij een beruchte invasieve soort.
- In Noord-Amerika werd hij begin 19e eeuw als sierplant ingevoerd en later ook tegen erosie aangeplant; nu overwoekert hij er in grote delen van het oosten bosranden en jonge bossen.
- De gedroogde bloemknoppen zijn een bekend middel in de traditionele Chinese geneeskunde.