
Foto: Robert Flogaus-Faust, CC BY 3.0 · bron
Klimplant · Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
Tuinkamperfoelie
Lonicera caprifolium · ook: Italiaanse kamperfoelie
De tuinkamperfoelie is een Europese slingerplant die bij ons vooral in tuinen staat en maar zelden verwildert. Hij windt tot 4–6 m hoog om een pergola, hek of boog. Je herkent hem aan de bovenste bladparen, die tot een rond schoteltje vergroeid zijn, met de bloemen er middenin. In mei–juni, een maand vroeger dan de wilde kamperfoelie, draagt hij crèmewitte tot gele, vaak roze aangelopen buisbloemen die ’s avonds sterk geuren. Daarna volgen oranjerode bessen voor vogels; voor mensen zijn ze licht giftig.
Let op: De oranjerode bessen zijn licht giftig: in grotere hoeveelheden geven ze braken, buikpijn en diarree. Houd ze weg van kleine kinderen en huisdieren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
slingert tot 4–6 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | februari–maart en juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | slingert tot 4–6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een tuinkamperfoelie?
- Groeivorm
- Bladverliezende slingerplant die tot 4–6 m om steunen windt; zonder steun kruipt hij over de grond of door struiken.
- Blad
- Tegenoverstaand, ovaal, 4–10 cm, gaafrandig, onderzijde blauwgroen; de bovenste 1–3 paren zijn aan de voet rond de stengel vergroeid tot een schoteltje.
- Stengels
- Slingerende, kale stengels; oudere stengels met afschilferende schors.
- Bloem
- Crèmewitte tot gele, vaak roze aangelopen buisbloemen (4–5 cm) in kransen in het vergroeide blad, mei–juni; ’s avonds sterk geurend.
- Vrucht
- Oranjerode bessen in het bladschoteltje, juli–augustus; licht giftig.
- Verschil met de wilde kamperfoelie
- Bij de wilde kamperfoelie zijn alle bladparen los, staan de bloemen in een gesteelde krans boven het blad en duurt de bloei tot in september.
- Verschil met de Japanse kamperfoelie
- De Japanse kamperfoelie is wintergroen, met de bloemen per twee in de bladoksels en zwarte bessen.
Bloei: mei–juni · Snoeien: februari–maart en juli–augustus
Herkennen per kenmerk: Slingerende klimplanten
Lijkt op, maar is het niet
- Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum: alle bladparen los, bloemen in een gesteelde krans boven het blad en bloei tot in september. Verschil met wilde kamperfoelie
- Japanse kamperfoelie Lonicera japonica: wintergroen, met de bloemen per twee in de bladoksels en zwarte bessen. Verschil met Japanse kamperfoelie
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit al in mei–juni, een maand vóór de wilde kamperfoelie: samen geven ze geur van mei tot september.
- ’s Avonds sterk geurend, met nectar voor pijlstaarten en hommels.
- Het vergroeide blad rond de bloemen maakt hem ook buiten de bloei bijzonder.
- Volledig winterhard, en hij neemt maar weinig breedte in (ongeveer 2 m).
- Oranjerode bessen in de zomer voor vogels.
Waar staat een tuinkamperfoelie graag?
- Zon tot halfschaduw; het liefst met de voet in de schaduw en de kop in de zon.
- Elke grond die niet uitdroogt; humusrijke grond is ideaal.
- Hij slingert en heeft iets nodig om rond te winden: een pergola, boog, hek, gaas of verticale draden. Tegen een muur span je draden of zet je een rek; de muur zelf beschadigt hij niet, maar houd hem uit de dakgoot.
- Laat hem niet om een jonge boom of struik slingeren: hij windt zich zo strak om de stam dat die insnoert en vervormt. Door een oude, stevige haag mag hij wel.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 5 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Wilde kamperfoelie: Neemt de bloei over als de tuinkamperfoelie uitgebloeid is: samen geur van mei tot september.
- Boerenjasmijn: Een geurende struik die in juni bloeit, als de kamperfoelie op zijn best is: samen een geurhoek bij het terras.
- Kleine maagdenpalm: Een groenblijvende bodembedekker die de voet koel en beschaduwd houdt, met blauwe bloemen in de lente.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Mag klimmen in oude, grote bomen: zomereik, grove den, gewone esdoorn, zomerlinde
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tuinkamperfoelie?
- Plant in de herfst of het voorjaar; uit pot kan het bijna het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Plant 30–40 cm van de muur of de paal, waar de grond niet te droog is, en leid de scheuten met een stokje naar de steun.
- Werk wat compost door het plantgat en bedek de voet met bladcompost of een lage plant, zodat de wortels koel blijven.
- Geef na het planten ruim water, en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; later in lange droge periodes, want droogte lokt bladluis en meeldauw.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost aan de voet; te veel mest geeft veel blad en weinig bloemen.
- Leiden
- Leid jonge scheuten in de goede richting en spreid ze over de steun; daarna windt hij zich zelf verder.
- Bessen
- Laat de bessen hangen: merels en andere vogels eten ze.
Tip: Wil je de bessen voor de vogels sparen, snoei dan niet meteen na de bloei maar pas eind van de winter, en alleen licht: knip enkel te lange en dode ranken weg, zodat de scheuten van vorig jaar kunnen bloeien.
Wanneer snoei je een tuinkamperfoelie?
Snoeimaanden: februari–maart en juli–augustus.
Wanneer: Na de bloei (juli–augustus) of eind van de winter.
Hoe:
- Knip na de bloei de uitgebloeide ranken terug tot net boven een paar nieuwe scheuten: daaraan bloeit hij volgend jaar.
- Haal om de paar jaar enkele van de oudste, kale stengels aan de voet weg om de plant te verjongen.
- Een kale, verwarde plant mag je in februari–maart tot 50 cm boven de grond terugzetten.
Let op: Hij bloeit op de scheuten van vorig jaar: snoei je hem in de winter zwaar, dan verlies je een jaar bloei.
Vermeerderen
- Afleggen
- Leg in het voorjaar een lange scheut op de grond en dek een stukje af met aarde; na een jaar heeft hij wortels en kun je hem losknippen.
- Stekken
- Neem in de zomer stekken van 10–15 cm van niet-bloeiende scheuten; ze wortelen in een potje onder plastic.
Hoe komt een tuinkamperfoelie de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Hij verliest zijn blad in de herfst en loopt vroeg in de lente weer uit.
- In de winter zie je het best of de steun nog stevig is en of er stengels in de goot of rond een boom groeien.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Grijsgroene tot zwarte luizen op de scheuttoppen en bloemknoppen, vooral bij droogte. Spuit met water; lieveheersbeestjes en mezen doen de rest.
- Meeldauw: Witte, poederige laag op het blad, vooral op droge plekken in de volle zon. Geef water en knip aangetaste scheuten weg.
- Kale onderkant: Blad en bloemen alleen bovenaan, met een kaal gewirr van stengels eronder. Haal oude stengels weg, of zet de plant in februari–maart flink terug.
Het jaar rond
- Februari: Snoeien: verjongen of terugzetten; de knoppen zwellen.
- Maart: Laatste snoei voor de groei; compost aan de voet; planten.
- April: Jonge scheuten naar de steun leiden.
- Mei: De bloei begint: ’s avonds geurt hij het sterkst.
- Juni: Volle bloei; water geven bij droogte.
- Juli: Snoei na de bloei; de eerste oranjerode bessen.
- Augustus: Snoei na de bloei; bessen laten hangen voor de vogels.
- Oktober: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Geurende klimmer voor een pergola, hek of boog; bloeit een maand vroeger dan de wilde kamperfoelie.
- Voor de natuur
- Pijlstaarten en hommels halen ’s avonds nectar uit de lange bloembuizen; vogels eten de bessen.
Let op: De bessen zijn licht giftig.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Caprifolium’ betekent geitenblad. Ook het Franse ‘chèvrefeuille’ en het Duitse ‘Geißblatt’ verwijzen naar geiten, die dol zouden zijn op het blad.
- Het vergroeide bladschoteltje gaf hem de Engelse naam ‘perfoliate honeysuckle’: de stengel lijkt dwars door het blad te groeien.
- Pijlstaarten hangen ’s avonds voor de bloemen stil en halen met hun lange roltong nectar uit de diepe bloembuizen.