
Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Trompetboomfamilie (Bignoniaceae)
Trompetboom
Catalpa bignonioides
De trompetboom komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. Met 10–15 m blijft hij vrij compact, met een brede, ronde kroon en enorme, hartvormige bladeren. Pas laat, in juni, loopt hij uit, en in juli staat hij vol rechtopstaande pluimen witte trompetbloemen met gele en paarse vlekjes, geliefd bij bijen en hommels. Daarna hangen er lange, dunne ‘bonen’ die de hele winter blijven. Hij is populair als schaduwboom bij een terras of op een plein; de geënte bolvorm ‘Nana’ blijft klein en past in bijna elke tuin.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–15 m
hoog
Bloei
juli
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 10–15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli |
Herkennen
Hoe herken je een trompetboom?
- Groeivorm
- Boom van 10–15 m met een brede, ronde kroon en een korte stam; de geënte bolvorm ‘Nana’ blijft veel kleiner.
- Blad
- Tegenoverstaand of in kransen van 3, breed hartvormig en gaafrandig, 15–30 cm. Gekneusd ruikt het onaangenaam. Loopt pas laat (juni) uit.
- Schors
- Grijsbruin, in dunne schubben.
- Bloem
- Rechtopstaande pluimen met witte trompetbloemen met gele en paarse vlekjes (juli).
- Vrucht
- Dunne, boonachtige peulen van 20–40 cm die de hele winter blijven hangen.
- Verschil met de zomerlinde
- De zomerlinde heeft kleiner, gezaagd blad dat verspreid staat.
Bloei: juli · Snoeien: februari–maart
Herkennen per kenmerk: Hartvormig blad · Tegenoverstaande bladeren · Peulen
Lijkt op, maar is het niet
- Zomerlinde Tilia platyphyllos: kleiner, gezaagd blad dat verspreid staat. Verschil met zomerlinde
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de laatste bomen die bloeien: witte trompetbloemen in juli, voor bijen en hommels.
- Grote, hartvormige bladeren die een koele schaduw geven boven een terras.
- Blijft compact; de bolvorm ‘Nana’ past zelfs in een kleine stadstuin.
- Lange peulen die de hele winter blijven hangen: ook kaal valt hij op.
Waar staat een trompetboom graag?
- Volle zon: dan bloeit hij het rijkst.
- Elke vruchtbare, goed doorlatende grond; verdraagt stadsgrond.
- Beschut tegen harde wind: de grote bladeren scheuren makkelijk.
- Als boom reken je op een kroon van 10 m breed; de bolvorm blijft veel kleiner, zeker als je hem geregeld terugsnoeit.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 10 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Pluimhortensia: Bloeit wit in juli–september, samen met en na de trompetboom, en verdraagt zon en lichte schaduw.
- Hortensia: Houdt van de halfschaduw onder de grote bladeren.
- Funkia: Grote bladeren in de schaduw onder de kroon, een mooie echo van het trompetboomblad.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een trompetboom?
- Plant van november tot april, als de grond niet bevroren is; een jonge boom liefst in het voorjaar.
- Graaf een ruim plantgat en meng er compost door.
- Zet een steunpaal aan de windkant en bind de stam losjes vast.
- Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; daarna enkel in lange droge periodes.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar; niet nodig op vruchtbare grond.
- Opruimen
- Bloemen, grote bladeren en peulen vallen op het terras: veeg ze geregeld weg.
- Wildscheuten
- Knip bij de bolvorm scheuten op de stam, onder de kop, meteen weg.
Tip: Wil je een trompetboom in een kleine tuin, kies dan de bolvorm ‘Nana’ en zet de takken om de paar jaar terug: zo blijft de kop compact. Hij bloeit wel zelden.
Wanneer snoei je een trompetboom?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eind van de winter (februari–maart), vlak voor de late bladuitloop.
Hoe:
- Verdraagt harde snoei: bij de bolvorm kan je de takken om de paar jaar terugzetten tot korte stompjes op de kop.
- Een boom snoei je weinig: haal dode, kruisende en te lage takken weg.
- Knip takken die in de winter bevroren zijn terug tot in het gezonde hout.
Let op: Laat scheuten onder de kop van een geënte bolvorm niet groeien: die komen van de onderstam en groeien uit tot een gewone trompetboom.
Vermeerderen
- Zaaien
- Haal in het voorjaar de zaden uit de peulen en zaai ze binnen of in een koude bak; ze kiemen makkelijk.
- Enten
- De bolvorm ‘Nana’ wordt geënt op een stam van een gewone trompetboom; dat is werk voor de kweker.
Hoe komt een trompetboom de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard, maar jonge bomen kunnen in strenge winters wat twijgtoppen verliezen; knip die in maart weg.
- De lange peulen blijven de hele winter hangen.
Ziektes en plagen
- Late bladuitloop: In mei staat hij nog kaal terwijl alles groen is. Dat is normaal: hij loopt pas in juni uit.
- Windschade: Gescheurde, gerafelde bladeren op een winderige plek. Plant hem beschut.
- Verticilliumverwelking: Takken verwelken plots in de zomer en sterven af, met donkere strepen in het hout. Zaag ze weg tot in het gezonde hout en ontsmet je zaag.
- Vorstschade: Bevroren twijgtoppen bij jonge bomen na een strenge winter. Knip ze in maart terug.
Het jaar rond
- Februari: Wintersnoei; bolvorm terugzetten.
- Maart: Laatste maand voor de snoei; bevroren twijgtoppen wegknippen; planten.
- Mei: Nog kaal: hij loopt pas laat uit.
- Juni: Bladuitloop: grote, hartvormige bladeren.
- Juli: Bloei: witte trompetbloemen voor bijen en hommels.
- September: De lange peulen groeien.
- Oktober: Bladval, vaak plots na de eerste nachtvorst.
- November: Plantseizoen begint.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Schaduwboom voor terrassen en pleinen; de bolvorm (‘Nana’) blijft klein.
- Voor de natuur
- De zomerbloemen trekken bijen en hommels.
Goed voor dieren
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Populair in parken en pleinen omdat hij compact blijft en laat in het seizoen bloeit.
- De gele en paarse vlekjes in de bloem wijzen bijen en hommels de weg naar de nectar.
- Het grote blad valt vaak in één keer, na de eerste nachtvorst.
- De naam catalpa komt uit de taal van de Muskogee (Creek), inheemse Amerikanen uit het zuidoosten van de VS: kutuhlpa, ‘gevleugeld hoofd’.
- In het zuiden van de VS kweken vissers soms trompetbomen voor de rupsen van een pijlstaartvlinder die erop leven: een geliefd visaas.