
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Spirea
Spiraea · ook: Bruidsbloem, Japanse spirea
Spirea is een makkelijke, rijk bloeiende sierstruik van 0,5–2 m. Er zijn twee groepen. De voorjaarsbloeiers, zoals de bruidsbloem (Spiraea × arguta), dragen in april–mei witte bloemtuiltjes langs boogvormige takken. De zomerbloeiers, zoals de Japanse spirea (Spiraea japonica), hebben roze platte schermen in de zomer en vaak geel of roodachtig blad. Beide groeien op bijna elke grond, in zon of halfschaduw. Het belangrijkste om te weten: de groep bepaalt wanneer je snoeit.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
0,5–2 m
hoog
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart en mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,5–2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een spirea?
- Groeivorm
- Struik van 0,5–2 m: de bruidsbloem met boogvormig overhangende takken, de Japanse spirea compact en rond.
- Blad
- Verspreid, klein (2–8 cm), lancetvormig en gezaagd.
- Schors
- Dunne bruine twijgen.
- Bloem
- Witte bloemtuiltjes langs de takken in april–mei (bruidsbloem) of roze platte schermen in de zomer (Japanse spirea).
- Vrucht
- Kleine kokervruchtjes.
- Verschil met de cotoneaster
- De cotoneaster heeft gaaf blad en rode besjes.
Bloei: mei–juli · Snoeien: maart en mei–juni
Lijkt op, maar is het niet
- Cotoneaster Cotoneaster: gaaf blad en rode besjes. Verschil met cotoneaster
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Massa’s bloemen, in het voorjaar of in de zomer, naargelang de soort.
- Bloemen voor bijen en zweefvliegen.
- Makkelijk: groeit op bijna elke grond, in zon of halfschaduw.
- Geschikt voor borders, lage hagen en kleine tuinen.
Waar staat een spirea graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Bijna elke goede tuingrond, niet te droog en niet te nat.
- Reken op 1–1,5 m breed voor een bruidsbloem; Japanse spirea’s blijven vaak kleiner.
- Mooi in een gemengde border, als lage haag of vooraan in een struikenrand.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Forsythia: Geel naast het wit van de bruidsbloem in het voorjaar.
- Weigela: Bloeit in mei–juni en vult de struikenborder na de bruidsbloem.
- Echte lavendel: Een zonnige, lage border met de Japanse spirea, vol bijen in de zomer.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een spirea?
- Plant van november tot maart; uit pot het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Voor een lage haag: 2–3 planten per meter.
- Meng wat compost door de grond en zet de plant even diep als hij stond.
- Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna alleen in lange, droge periodes.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar volstaat.
- Uitgebloeide schermen
- Knip bij de Japanse spirea de uitgebloeide schermen weg: dan bloeit hij vaak nog een tweede keer.
- Verjongen
- Een oude, kale struik zet je stevig terug: een zomerbloeier in maart, een bruidsbloem na de bloei. Hij loopt weer uit.
Tip: Weet je niet welke spirea je hebt? Kijk wanneer hij bloeit: witte tuiltjes langs de takken in het voorjaar betekent snoeien na de bloei; roze schermen aan de toppen in de zomer betekent snoeien in maart.
Wanneer snoei je een spirea?
Snoeimaanden: maart en mei–juni.
Wanneer: Voorjaarsbloeiers (bruidsbloem) na de bloei; zomerbloeiers (Japanse spirea) in maart.
Hoe:
- Zomerbloeiers bloeien op nieuw hout: knip ze in maart terug tot 20–30 cm boven de grond.
- Voorjaarsbloeiers bloeien op het hout van vorig jaar: dun na de bloei alleen de oudste takken aan de voet uit en knip uitgebloeide takken terug tot op een jonge scheut.
- Een lage haag van Japanse spirea mag je in maart met de heggenschaar bijknippen.
Let op: Knip een bruidsbloem niet in de winter of het vroege voorjaar terug: dan knip je alle bloemknoppen weg.
Vermeerderen
- Zomerstekken
- Snijd in juni–juli halfrijpe stekjes van 10–15 cm en laat ze wortelen in een pot met stekgrond onder plastic.
- Winterstekken
- Steek in de winter stukken van 20 cm van jonge takken in de grond; ze wortelen meestal tegen de zomer.
Hoe komt een spirea de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bruidsbloem staat in de winter met kale, boogvormige takken; de bloemknoppen zitten er al op.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Luizen op de jonge scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ze op.
- Kale, verhoute struik: Weinig blad en bloemen onderaan. Dun elk jaar wat oude takken uit, of verjong de struik in één keer.
- Geen bloei: Meestal op het verkeerde moment gesnoeid, of te veel schaduw. Snoei voorjaarsbloeiers pas na de bloei.
Het jaar rond
- Maart: Zomerbloeiers (Japanse spirea) terugsnoeien; planten.
- April: De bloei van de bruidsbloem begint.
- Mei: Na de bloei: bruidsbloem snoeien.
- Juni: Laatste snoei van voorjaarsbloeiers; de Japanse spirea begint te bloeien.
- Juli: Bloei van de Japanse spirea; uitgebloeide schermen wegknippen.
- Augustus: Zomerbloei; water geven bij droogte.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Makkelijke bloeiende struik voor borders en lage hagen.
- Voor de natuur
- Bloemen voor bijen en zweefvliegen.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Zweefvliegen
- Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De voorjaarsbloeiers heten ‘bruidsbloem’, naar de witte sluier van bloemen.
- Aspirine dankt zijn naam aan Spiraea: salicylzuur werd vroeger gewonnen uit moerasspirea, die toen nog bij dit geslacht hoorde.
- Er zijn tientallen soorten en rassen, van bodembedekkers van een halve meter tot struiken van 2 m.
- Spiraea komt van het Griekse speira, ‘krans’ of ‘winding’: de bloeiende takken werden voor kransen gebruikt.
- De naam aspirine verwijst naar Spiraea ulmaria, de oude naam van moerasspirea: uit die plant werd vroeger salicylzuur gewonnen.