
Foto: Rdsmith4, CC BY-SA 2.5 · bron
Struik · Olijffamilie (Oleaceae)
Forsythia
· ook: Chinees klokje
De forsythia is een Aziatische sierstruik van 2–3 m die in maart–april van top tot teen geel kleurt, nog vóór er een blad aan zit. Weinig struiken kondigen de lente zo luid aan. Hij is sterk, groeit op bijna elke grond en verdraagt zon en halfschaduw. Voor bijen is hij wel weinig waard: de bloemen geven nauwelijks nectar of stuifmeel. Snoei hem direct na de bloei door oude takken aan de voet weg te halen; wie hem in een bol knipt, verliest de bloei en de sierlijke vorm.
Let op: Weinig waarde voor bijen: de bloemen geven nauwelijks nectar of stuifmeel. Combineer hem met een gele kornoelje of wilgen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–3 m
hoog
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 2–3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Weinig |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een forsythia?
- Groeivorm
- Rechtopgaande tot overhangende struik van 2–3 m, met veel takken vanuit de voet.
- Blad
- Tegenoverstaand, lancetvormig, 5–10 cm, gezaagd; soms drietallig.
- Schors
- Geelbruin met lenticellen; twijgen hol of gekamerd.
- Bloem
- Felgele, klokvormige bloemen langs de kale takken, maart–april, nog vóór het blad.
- Vrucht
- Kleine doosvruchten (zelden).
- Verschil met de gele kornoelje
- De gele kornoelje bloeit nog vroeger, met veel kleinere bloempjes in bolletjes.
Bloei: maart–april · Snoeien: april–mei
Herkennen per kenmerk: Gele bloemen in het voorjaar
Lijkt op, maar is het niet
- Gele kornoelje Cornus mas: veel kleinere bloempjes in bolletjes. Verschil met gele kornoelje
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De felste gele bloei van het vroege voorjaar, op kale takken.
- Sterk en makkelijk: groeit op bijna elke grond, in zon of halfschaduw.
- Na de bloei een frisgroene, dichte struik voor een border of losse haag.
- Laat zich makkelijk stekken: een tak die de grond raakt, wortelt vaak vanzelf.
Waar staat een forsythia graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Bijna elke tuingrond, liefst niet te droog en niet drassig.
- Reken op 2–3 m hoog en 2,5 m breed: geef hem de ruimte om in zijn natuurlijke vorm te groeien.
- Mooi achteraan in een border, als losse bloeiende haag of als blikvanger bij de voordeur.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 2,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Gele kornoelje: Bloeit nog vroeger geel en geeft bijen wel nectar en stuifmeel.
- Boswilg: Zijn katjes in maart zijn een topbron voor bijen, op hetzelfde moment als de forsythia.
- Rode ribes: Roze trossen in april, waar hommels en bijen wel op afkomen.
- Blauwe druifjes: Blauw onder het geel, en vroege nectar voor bijen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een forsythia?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit; uit pot kan het ook later, behalve bij vorst of droogte.
- Graaf een ruim plantgat en meng wat compost door de grond.
- Voor een losse haag: ongeveer één plant per meter.
- Geef na het planten ruim water, en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar volstaat.
- Bodembedekking
- Een laag blad of compost rond de voet houdt de grond vochtig.
- Wortelende takken
- Takken die de grond raken, schieten makkelijk wortel: knip ze af als je geen nieuwe struiken wil.
Tip: Wil je hem kleiner houden, haal dan elk jaar meer oude takken aan de voet weg in plaats van de toppen in te knippen: zo blijft hij sierlijk en bloeit hij volop.
Wanneer snoei je een forsythia?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: Direct na de bloei (april–mei).
Hoe:
- Zaag elk jaar enkele van de oudste, donkere takken aan de voet weg; de jonge takken dragen de meeste bloemen.
- Knip uitgebloeide takken eventueel terug tot op een sterke jonge zijtak, zodat de struik zijn losse vorm houdt.
- Een verwaarloosde struik kan je na de bloei helemaal terugzetten tot 30 cm; hij loopt opnieuw uit, maar bloeit het jaar erna weinig.
Let op: Snoei niet in de winter en knip hem niet in een bol: dan knip je de bloemknoppen weg.
Vermeerderen
- Stekken
- Steek in de winter stukken van 20–30 cm eenjarig hout voor twee derde in de grond, of neem in juni stekken van jonge scheuten; ze wortelen makkelijk.
- Afleggen
- Buig een lange tak naar de grond en dek hem af met aarde; vaak heeft hij binnen het jaar wortels.
Hoe komt een forsythia de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bloemknoppen worden al in de zomer aangelegd: wie in de winter snoeit, knipt de bloei van de lente weg.
Ziektes en plagen
- Weinig bloei: Meestal door snoei in de herfst of winter, of te veel schaduw. Snoei voortaan direct na de bloei.
- Goudvinken: Ze eten in de winter soms de bloemknoppen. Meestal blijft er genoeg over voor een mooie bloei.
- Kale, verhoute struik: Na jaren zonder snoei bloeit hij enkel nog bovenaan. Haal een paar jaar na elkaar telkens een derde van de oudste takken weg.
Het jaar rond
- Februari: Bloemknoppen zwellen; nog niet snoeien.
- Maart: Bloei begint: geel op de kale takken.
- April: Volle bloei; direct na de bloei snoeien.
- Mei: Laatste snoei: oude takken aan de voet weg.
- Juni: Stekken van jonge scheuten.
- Juli: De bloemknoppen voor volgend jaar worden aangelegd: niet meer snoeien.
- November: Planten en winterstekken.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- De felgele aankondiger van de lente.
Let op: Weinig waarde voor bijen; combineer met een gele kornoelje of wilgen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks de kleurenpracht weinig waard voor bijen: de bloemen geven nauwelijks nectar of stuifmeel.
- De naam eert William Forsyth, een Schotse tuinman uit de 18e eeuw en een van de stichters van de Royal Horticultural Society.
- De meeste tuinforsythia’s zijn kruisingen van soorten uit China.
- De struik is genoemd naar William Forsyth, een Schotse tuinman en een van de stichters van de Royal Horticultural Society in Londen.
- De meeste forsythia’s in tuinen zijn geen wilde soort, maar een kruising van twee Chinese soorten: Forsythia × intermedia.