
Foto: André Karwath aka Aka, CC BY-SA 2.5 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Cotoneaster
· ook: Dwergmispel
Cotoneaster is een grote groep struiken met kleine bladeren, witte of roze bloempjes in mei–juni en rode besjes tot in de winter. Er zijn kruipende bodembedekkers voor taluds, struiken met boogvormige takken en vormen tot 3–4 m; de vlakke dwergmispel met zijn visgraattakken groeit zelfs plat tegen een muur. In de bloei is hij een bijenmagneet, en vogels eten de bessen. Maar hij is een waardplant van bacterievuur, en verschillende soorten verwilderen via vogels uit tuinen, onder meer in de duinen.
Let op: Waardplant van bacterievuur; sommige soorten verwilderen. Plant hem niet in of bij de duinen of bij natuurgebieden, trek zaailingen uit en gooi snoeisel nooit in de natuur.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot nat
niet kieskeurig
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
0,3–4 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart–april en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,3–4 m |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een cotoneaster?
- Groeivorm
- Struik van 0,3–4 m, vaak kruipend of met boogvormige takken.
- Blad
- Verspreid, klein (0,5–5 cm) en gaafrandig; veel soorten zijn groenblijvend.
- Takken
- Bij de vlakke dwergmispel visgraatvormige takken.
- Bloem
- Kleine witte of roze bloempjes in mei–juni; een bijenmagneet.
- Vrucht
- Rode besjes, tot in de winter.
- Verschil met de vuurdoorn
- De vuurdoorn heeft dorens en gekarteld blad.
Bloei: mei–juni · Snoeien: maart–april en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad · Rode bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Vuurdoorn Pyracantha: dorens en gekarteld blad. Verschil met vuurdoorn
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Witte of roze bloempjes in mei–juni: een bijenmagneet.
- Rode besjes tot in de winter, voor merels en lijsters.
- Een sterke bodembedekker voor droge, zonnige taluds, waar weinig anders groeit.
Waar staat een cotoneaster graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij rijker en draagt hij meer bessen.
- Elke grond, droog of vochtig, arm of rijk.
- Reken op 1,5–2 m breed; kruipende soorten bedekken een talud in een paar jaar.
- Niet in of bij de duinen of een natuurgebied: vogels verspreiden de zaden.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog tot nat
- Grootte
- 4 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Gelderse roos: Inheemse struik met witte bloemschermen en rode bessen: een goede partner of een alternatief.
- Wilde liguster: Inheems en halfgroenblijvend, met geurende bloemen voor insecten en bessen voor vogels.
- Echte tijm: Een lage, geurende bodembedekker voor hetzelfde zonnige, droge talud, ook geliefd bij bijen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cotoneaster?
- Plant uit pot in het voorjaar (maart–april) of in de herfst (oktober–november).
- Als bodembedekker: zo’n 2–3 planten per m².
- Wied grondig voor het planten en leg op een talud een laag houtsnippers tegen onkruid, tot de planten gesloten zijn.
- Geef na het planten water, en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; te veel mest geeft lange, zachte scheuten die gevoeliger zijn voor bacterievuur.
- Wieden
- Houd een jonge bodembedekker onkruidvrij tot hij gesloten is.
- Zaailingen
- Trek zaailingen in en rond de tuin jong uit, zodat hij niet verwildert.
Tip: Zoek je een inheems alternatief voor bessen en bijen? Kies gelderse roos, wilde liguster of wilde kardinaalsmuts als struik, en duinroos of kruipwilg als lage struik op zandgrond.
Wanneer snoei je een cotoneaster?
Snoeimaanden: maart–april en augustus–september.
Wanneer: Eind van de winter of na de bloei.
Hoe:
- Knip te lange takken terug tot op een zijtak; knip niet alles gelijk af.
- Bij de vlakke dwergmispel: knip takken weg die van de muur afsteken of over een pad groeien, en laat de visgraatvorm intact.
- Knip takken met bacterievuur meteen weg, ook buiten de snoeitijd.
Let op: In de nazomer knip je ook bessen weg: snoei dan alleen wat echt moet. Ontsmet je snoeigereedschap na het werk, vanwege bacterievuur.
Vermeerderen
- Afleggen
- Kruipende soorten wortelen vaak vanzelf waar een tak de grond raakt: steek dat stuk in het voorjaar los en plant het apart.
- Stekken
- Snijd in juli–augustus halfrijpe stekken en steek ze in zanderige stekgrond onder plastic of glas.
Hoe komt een cotoneaster de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard; groenblijvende soorten houden hun blad, de vlakke dwergmispel verliest het na een rode herfstkleur.
- De rode bessen zijn een wintervoorraad voor merels, lijsters en andere vogels.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen en scheuten verwelken plots en kleuren zwartbruin, alsof ze verbrand zijn. Knip ruim in het gezonde hout weg, ontsmet het gereedschap en voer het snoeisel af (niet composteren).
- Verwildering: Zaailingen duiken op in hagen, bermen en duinen. Trek ze jong uit; graaf grotere struiken met wortels en al uit.
- Bladluizen: Op jonge scheuten in het voorjaar; meestal ruimen lieveheersbeestjes en mezen ze op.
- Onkruid in de bodembedekker: Grassen en wortelonkruid groeien door een open bodembedekker. Wied grondig voor het planten en mulch tot hij gesloten is.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien aan het eind van de winter; planten kan.
- April: Laatste maand van de voorjaarssnoei.
- Mei: Bloei: een bijenmagneet.
- Juni: Bloei loopt af; de bessen zetten.
- Augustus: Licht snoeien waar nodig; bessen kleuren.
- September: Laatste snoeimaand; rode bessen voor de vogels.
- Oktober: Planten; zaailingen uittrekken.
- December: Vogels eten de bessen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Bodembedekker op taluds, lage haag of struik tegen een muur.
- Voor de natuur
- Bijenmagneet in de bloei; bessen voor vogels.
Let op: Waardplant van bacterievuur; sommige soorten verwilderen.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Zweefvliegen
- Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Verschillende soorten verwilderen uit tuinen, onder meer in de duinen.
- De meeste soorten komen uit de bergen van China en de Himalaya.
- Cotoneaster betekent ‘een soort kwee’: het Latijnse cotoneum (kweepeer) met het achtervoegsel -aster, ‘lijkend op’.
- Veel cotoneasters vormen zaad zonder bevruchting, waardoor de zaailingen klonen van de moederplant zijn. Daardoor bestaan er zeer veel, moeilijk te onderscheiden soorten.