
Foto: James St. John, CC BY 2.0 · bron
Boom · Sapindaceae
Suikeresdoorn
Acer saccharum
In andere talen: Érable à sucre (Français) · Sugar maple (English)
De suikeresdoorn komt uit de loofbossen van het oosten van Canada en de Verenigde Staten. Het is een grote, statige boom met een brede, ronde kroon en handvormig blad met vijf lobben, dat sterk lijkt op het blad van de Noorse esdoorn. In april verschijnen onopvallende geelgroene bloempjes aan lange steeltjes. Zijn grote troef is de herfstkleur: goudgeel, oranje tot vuurrood, vaak allemaal tegelijk in één kroon. In Noord-Amerika wordt uit zijn sap ahornsiroop gemaakt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
20 m
hoog, 12 m breed
Bloei
april
| Snoeimaanden | november–december |
|---|---|
| Hoogte | 20 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een suikeresdoorn?
- Groeivorm
- Grote boom met een rechte stam en een brede, ovale tot ronde kroon, tot zo’n 20 m hoog en 12 m breed. Groeit matig snel.
- Blad
- Handvormig, 8–15 cm, met vijf lobben en enkele grove tanden; bovenaan donkergroen, onderaan lichter. In de herfst geel, oranje tot rood.
- Bloem
- Kleine, geelgroene bloempjes in hangende bosjes aan lange steeltjes, in april, net voor of met het blad.
- Vrucht
- Gevleugelde dubbele nootjes, de bekende ‘helikoptertjes’, rijp in de herfst.
- Schors
- Eerst glad en grijs, later donkergrijs met diepe groeven en platen.
- Wortels
- Veel fijne wortels vlak onder de oppervlakte: onder de kroon is het droog en schaduwrijk.
Bloei: april · Oogst en vruchten: februari–maart · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: november–december
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste herfstkleurders: goudgeel, oranje en rood in één kroon.
- Een statige schaduwboom voor een grote tuin, een weide of een lange oprit.
- De vroege bloempjes geven in april stuifmeel en nectar aan bijen.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C.
- Een boom voor generaties: hij groeit gestaag en wordt oud.
Waar staat een suikeresdoorn graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon is de herfstkleur het mooist.
- Diepe, frisse, goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal. In natte klei of op droog zand blijft hij achter.
- Niet tussen verharding of langs een gestrooide straat: zout en verdichte grond verdraagt hij slecht.
- Hij heeft een ruime plek nodig: reken op 12 m breedte en blijf ruim weg van het huis en van leidingen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwklokje: Bloeit onder de kale kroon, voor de boom in blad komt.
- Elfenbloem: Een taaie bodembedekker voor de droge schaduw tussen de wortels.
- Rotsooievaarsbek: Bedekt de grond onder bomen en kleurt in de herfst ook rood.
- Toverhazelaar: Een kleinere struik met een gele tot rode herfstkleur en bloei in de winter.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een suikeresdoorn?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant van oktober tot december of in maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is. Bomen met blote wortels plant je enkel in de winterrust.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maar niet dieper, en maak de bodem en de wanden los.
- Sla een boompaal in het gat aan de kant van de wind en zet de boom er even diep als in de kwekerij naast: de wortelaanzet moet zichtbaar blijven.
- Vul aan met de uitgegraven grond, eventueel met wat compost, en druk aan.
- Bind de stam met een boomband aan de paal en geef een paar emmers water.
- Leg een mulchring van zo’n 1 m doorsnee en houd het gras weg van de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee à drie jaar elke week een paar emmers bij droogte. Een volgroeide boom redt zich, behalve in een lange hittegolf.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme grond in het voorjaar wat compost onder de kroon.
- Mulchen
- Een ring van bladcompost of houtsnippers houdt de jonge wortels koel en vochtig en het gras op afstand.
- Boompaal
- Controleer elk jaar de boomband zodat hij niet in de stam snijdt. Haal de paal na twee à drie jaar weg.
- Stam
- Bescherm de dunne schors van jonge bomen tegen de maaier en de grastrimmer.
Tip: Houd de eerste jaren een mulchring rond de stam vrij van gras en geef water bij droogte: dan groeit hij vlot door en zie je elk najaar een vuurwerk van kleuren.
Wanneer snoei je een suikeresdoorn?
Snoeimaanden: november–december.
Wanneer: In november–december, als de boom volledig in rust is. In de late winter en het voorjaar bloedt hij sterk uit de snoeiwonden.
Hoe:
- Vorm jonge bomen met één doorgaande hoofdtak: knip concurrerende toppen weg.
- Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Wil je onder de boom kunnen lopen, verwijder de laagste takken dan geleidelijk, over een paar jaar.
- Zaag grote takken in stappen en laat de verdikking aan de stam, de takkraag, staan.
Let op: Snoei niet van januari tot mei: dan verliest hij veel sap uit de wonden.
Vermeerderen
- Zaad
- Verzamel de rijpe gevleugelde zaden in de herfst en zaai ze meteen buiten in een pot of zaaibed: de winterkou breekt de kiemrust en ze kiemen in het voorjaar.
- Enten
- Rassen worden door kwekers geënt op een zaailing. Voor de tuinier is zaaien het eenvoudigst.
Hoe komt een suikeresdoorn de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Bescherm de stam van jonge bomen met een korf of stamband tegen konijnen en hazen.
- De winterrust in november–december is het moment om te snoeien.
Ziektes en plagen
- Bladrandverbranding: Bruine, droge bladranden in hete, droge zomers of op een plek met veel verharding. Geef diep water en leg een mulchlaag.
- Verticilliumverwelking: Op een of meer takken verwelkt het blad plots in de zomer; in het hout zie je groenige strepen. Knip aangetaste takken weg en geef water bij droogte. Zwaar aangetaste bomen herstellen zelden.
- Bladluis: Kleverige honingdauw onder de boom in de zomer. Meestal onschuldig: lieveheersbeestjes en vogels ruimen ze op.
- Zout en verdichting: Langs wegen kwijnt hij weg: kleine bladeren die vroeg verkleuren. Kies een andere plek of maak de grond los en mulch.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Mulchring aanvullen.
- April: Bloei met geelgroene bloempjes voor de bijen. Het blad loopt uit. Planten.
- Mei: Boomband van jonge bomen controleren.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Letten op verwelkende takken.
- Augustus: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Oktober: Herfstkleur goudgeel tot vuurrood. Zaad zaaien. Planten.
- November: Planten. Snoeien in de winterrust. Blad harken voor bladcompost.
- December: Snoeien in de winterrust. Planten bij zacht weer.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Sap (februari–maart)
- De suikeresdoorn is de boom van de ahornsiroop, maar ook een grote boom van zo’n 20 m: enkel iets voor een ruime tuin, een weide of een park. Tappen kan pas als de stam minstens 30 cm dik is. Het sap stroomt in de late winter, in februari en maart, als het ’s nachts vriest (rond −5 °C) en overdag dooit (rond +5 °C), tot de knoppen openbarsten. In Noord-Amerika duurt dat weer weken; bij ons zijn er minder van zulke dagen, dus de sapstroom is korter en grilliger, en een zachte winter geeft soms bijna niets. Vers is het sap helder en licht zoet: drink het zo, of gebruik het als water voor thee of koffie. Het bevat maar een paar procent suiker: voor 1 liter siroop kook je 30 tot 40 liter sap in.
- Bewaring
- Vers sap bederft snel, net als melk: zet het meteen koel, onder 5 °C, en drink of kook het binnen 2 à 3 dagen, of vries het in. Siroop houdt ongeopend een jaar in uitgekookte flesjes, koel en donker; na het openen bewaar je hem in de koelkast.
Let op: Tap enkel je eigen boom af, of een boom waarvoor je toestemming hebt, nooit in parken, bossen of langs straten. Kies een sterke boom zonder rot of dode takken, met een stam van minstens 30 cm doorsnede, en boor één klein gaatje per boom per jaar, nooit vlak naast of boven een oud gaatje. Sluit het na het seizoen met een schoon houten pinnetje. Werk met schoon, uitgekookt materiaal en voedselveilige vaten, dek ze af en haal het sap elke dag op. Drink enkel helder, fris ruikend sap: troebel, draderig of zuur ruikend sap gooi je weg. Inkoken geeft liters stoom: doe het buiten, en blijf erbij, want op het einde kookt de siroop snel over of brandt hij aan, en hete siroop geeft lelijke brandwonden.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Sap van de suikeresdoorn tappen (Sap · tot 5 liter per dag · 30 min + 1–4 weken tappen)
- Ahornsiroop (Siroop · ± 500 ml uit 20 liter sap · een hele dag)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Breek je een bladsteel af, dan zie je het verschil met de Noorse esdoorn: bij de suikeresdoorn komt er helder sap uit, bij de Noorse esdoorn wit melksap.
- Voor ahornsiroop wordt het sap aan het einde van de winter afgetapt en ingekookt: voor één liter siroop zijn tientallen liters sap nodig.
- De suikeresdoorn is de officiële boom van onder meer de Amerikaanse staten New York, Vermont en Wisconsin.