
Foto: James H. Miller, USDA Forest Service, Bugwood.org, CC BY 3.0 us · bron
Heester · Elaeagnaceae
Olijfwilg
Elaeagnus pungens
In andere talen: Chalef piquant (Français) · Thorny olive (English)
De olijfwilg komt uit Japan en China. Het is een sterke, groenblijvende struik van zo’n 3 m hoog en breed, met leerachtige bladeren die bovenaan glanzend groen en onderaan zilverachtig zijn, met fijne bruine schubjes. Sommige takken dragen korte doorns. In oktober en november verschijnen kleine, zilverwitte, klokvormige bloempjes die je amper ziet, maar die een verrassend sterke, zoete geur verspreiden. Meestal wordt hij verkocht in een bonte vorm, zoals ‘Maculata’ met een goudgele vlek midden in het blad. Hij is een dankbare plant voor een groenblijvende haag of een moeilijke plek.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
oktober–november
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | oktober–november |
Herkennen
Hoe herken je een olijfwilg?
- Groeivorm
- Brede, dichte struik tot 3 m, met lange, wat uitstekende takken; soms met doorns.
- Blad
- Ovaal tot langwerpig, 5–10 cm, leerachtig; bovenaan glanzend groen, onderaan zilverig met bruine schubjes. Bonte vormen met geel.
- Bloem
- Kleine, hangende, zilverwitte buisvormige bloempjes in de bladoksels, in oktober–november.
- Geur
- Zoet en doordringend: je ruikt de struik vaak eer je de bloemen ziet.
- Vrucht
- Een klein, ovaal, roodbruin vruchtje met zilveren stipjes dat in het voorjaar rijpt; bij ons eerder zeldzaam.
- Wortels
- Leven samen met bacteriën die stikstof uit de lucht binden, waardoor hij ook op arme grond groeit.
Bloei: oktober–november · Oogst en vruchten: april–mei · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend blad, vaak bont geel en groen: kleur in de tuin het hele jaar door.
- Geurende bloempjes in de herfst, als er weinig anders bloeit; een late voedselbron voor bijen.
- Verdraagt zon, halfschaduw en schaduw, wind en droogte.
- Geschikt als dichte haag, windscherm of solitair.
- Weinig ziektes en makkelijk in onderhoud.
Waar staat een olijfwilg graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw; bonte vormen kleuren het mooist in de zon of lichte schaduw.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal geworteld verdraagt hij droogte.
- Als haag plant je op 60–80 cm; als solitair reken je op 2,5–3 m ruimte.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Laurierbladige sneeuwbal: Groenblijvend en bloeit van de late herfst tot in het voorjaar: samen een groene, bloeiende haag.
- Mahonia: Gele, geurende trossen in de winter en even makkelijk in de schaduw.
- Toverhazelaar: Neemt de geur over in januari–februari, als de olijfwilg uitgebloeid is.
- Bergenia: Groot, groenblijvend blad als onderbeplanting.
- Kornoelje: Rode of gele winterstengels naast het bonte blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een olijfwilg?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Voor een haag: plant op 60–80 cm uit elkaar langs een gespannen touw.
- Geef ruim water en het eerste jaar bij droogte, ook in een droge herfst.
- Leg mulch rond de voet om onkruid tegen te houden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nog nodig.
- Bemesten
- In maart wat compost of organische mest, zeker bij een haag.
- Groene scheuten
- Knip bij bonte vormen volledig groene scheuten meteen tot op hun aanzet weg.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers rond jonge planten houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
- Doorns
- Draag stevige handschoenen bij het snoeien.
Tip: Knip groene scheuten bij bonte vormen meteen weg, tot op de aanzet: ze groeien sneller dan het bonte blad en nemen anders de struik over. Plant hem bij een pad, dan ruik je de bloempjes in de herfst.
Wanneer snoei je een olijfwilg?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: Vorm de struik of haag in april–mei. Groene scheuten bij bonte vormen knip je weg zodra je ze ziet.
Hoe:
- Knip te lange takken terug tot net boven een blad of zijtak; zo blijft de struik dicht.
- Een haag knip je met een heggenschaar, bovenaan iets smaller dan onderaan.
- Knip volledig groene scheuten bij bonte vormen tot op de aanzet weg.
- Hij verdraagt stevig terugsnoeien en loopt weer uit uit oud hout.
Let op: Snoei niet zwaar in de nazomer, anders knip je de jonge twijgen met de bloemknoppen voor de herfstbloei weg.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september: stekken van 10–15 cm met een hieltje, in vochtige stekgrond onder plastic. Ze wortelen traag: reken op enkele maanden.
- Afleggen
- Een lage tak in het voorjaar in de grond vastpinnen en afdekken; na een jaar loskoppelen.
Hoe komt een olijfwilg de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- In strenge winters of bij koude wind kan het blad bruin worden of deels afvallen; de struik loopt in het voorjaar weer uit.
- Bescherm jonge planten in een koude, winderige hoek de eerste winter met winterdoek.
- In een pot: wikkel de pot in en zet hem beschut.
Ziektes en plagen
- Groene scheuten: Bij bonte vormen groeien soms volledig groene takken, die sneller groeien. Knip ze meteen weg.
- Afstervende takken: Soms verdorren plots één of meer takken. Knip ze weg tot in gezond hout en ontsmet je schaar.
- Schildluis: Bruine bultjes en kleverig blad. Wegborstelen of de aangetaste takjes wegknippen.
- Vorstschade: Bruin blad na een koude, winderige winter. Wacht tot het voorjaar en knip dan de dode delen weg.
Het jaar rond
- Maart: Compost of organische mest geven.
- April: Planten. Snoeien of de haag knippen.
- Mei: Planten. Snoeien. Groene scheuten wegknippen.
- Juni: Jonge planten water geven bij droogte.
- Augustus: Halfrijpe stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Bloei: geurende zilverwitte bloempjes.
- November: Bloei en geur in de tuin.
- December: Jonge planten beschermen bij strenge vorst.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bessen (april–mei)
- Bij de veelgeplante haagolijfwilg (Elaeagnus × ebbingei) rijpen de langwerpige, zilver gespikkelde besjes in april en mei, als er nog weinig ander fruit is. Pluk ze als ze dieprood en zacht zijn: dan smaken ze zoetzuur, onrijp zijn ze wrang. Eet ze vers en spuug de pit uit, of kook er moes of confituur van. Andere soorten, zoals de herfstolijfwilg, rijpen pas in september–oktober.
- Bewaring
- Vers blijven de besjes een paar dagen in de koelkast. Moes en confituur kan je invriezen of in schone, hete potten bewaren.
Let op: Pluk alleen goed rijpe, rode besjes. Wees zeker van de struik: de rode bessen van onder meer kamperfoelie, kardinaalsmuts en skimmia zijn giftig. Olijfwilg herken je aan de zilverige schubjes op de onderkant van het blad en op de besjes.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Lenteconfituur van olijfwilg en rabarber (Jam · ± 3 potten · 45 min)
- Olijfwilgcompote met vanille (Compote · ± 400 ml (2 potjes) · 35 min)
- Fruitleer van olijfwilg (Gedroogd · ± 10 repen · 30 min + 6–8 uur drogen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wortels leven samen met bacteriën die stikstof uit de lucht vastleggen, zoals ook bij vlinderbloemigen gebeurt.
- Hij is een van de ouders van Elaeagnus × ebbingei, een veelgebruikte groenblijvende haagplant.
- De geslachtsnaam komt van het Griekse woord voor olijf; ook de Nederlandse naam olijfwilg verwijst naar die gelijkenis.