
Foto: VoDeTan2Dericks-Tan, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Elaeagnaceae
Olijfwilg
Elaeagnus × ebbingei
In andere talen: Chalef d’Ebbinge (Français) · Ebbinge’s silverberry (English)
De olijfwilg is een groenblijvende heester die rond 1930 in Nederland werd gekweekt als kruising tussen twee Aziatische soorten. Hij groeit uit tot een dichte struik van zo’n 3 m hoog en breed, met leerachtige bladeren die bovenaan donkergroen en onderaan zilverwit zijn. In oktober en november verschijnen tussen de bladeren kleine, crèmewitte bloempjes die verrassend sterk en zoet geuren. Tuiniers kiezen hem vooral als sterke haagplant die wind, zeelucht en droogte verdraagt. Bekende bonte rassen zijn ‘Limelight’, met een geel hart in het blad, en ‘Gilt Edge’, met een goudgele rand.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -18 °C
jonge planten beschermen
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
oktober–november
| Snoeimaanden | mei en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | oktober–november |
Herkennen
Hoe herken je een olijfwilg?
- Groeivorm
- Dichte, breed opgaande struik van 3 m hoog en breed; als haag makkelijk op 1,5–2 m te houden.
- Blad
- Ovaal, leerachtig, 5–10 cm; bovenzijde glanzend donkergroen, onderzijde zilverwit met fijne schubjes.
- Twijgen
- Jonge scheuten zijn bruinzilverig geschubd; de struik is vrijwel doornloos.
- Bloem
- Kleine, buisvormige, crèmewitte bloempjes in de bladoksels, in oktober–november, met een sterke, zoete geur.
- Vrucht
- Soms kleine, oranjerode besjes met zilveren stipjes in april–mei.
- Wortels
- Met knolletjes waarin bacteriën leven die stikstof uit de lucht binden.
Bloei: oktober–november · Oogst en vruchten: april–mei · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een snelgroeiende, groenblijvende haag die het hele jaar privacy en beschutting geeft.
- Verdraagt wind, zeelucht en droogte: ideaal aan de kust en op droge plekken.
- Geurende bloempjes in oktober en november, als er weinig anders bloeit; bijen komen er nog op af.
- Groeit in zon, halfschaduw en schaduw, op bijna elke grond.
- Het zilverige blad maakt hem lichter en frisser dan veel andere groenblijvers.
Waar staat een olijfwilg graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw; in de zon groeit hij het dichtst.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig; natte, zompige grond verdraagt hij slecht.
- Bestand tegen wind en zeelucht, maar jonge planten staan liefst beschut tegen koude oostenwind.
- Voor een haag 2–3 planten per meter; als losse struik 2,5–3 m ruimte.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -18 °C)
Mooi samen met
- Escallonia: Een andere windvaste haagplant, met roze of witte bloemen in de zomer.
- Lavendel: Een lage, zilvergrijze rand in de zon voor de haag.
- Lampenpoetsersgras: Zachte pluimen in de nazomer voor de donkere haag.
- Schoenlappersplant: Groenblijvende bladeren aan de voet, ook in de schaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een olijfwilg?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober.
- Graaf een plantgat of, voor een haag, een sleuf van 40 cm diep en twee keer zo breed als de kluit.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Hou 35–50 cm tussen de haagplanten, of 2,5–3 m rond een losse struik.
- Geef meteen ruim water en het eerste jaar elke week bij droogte.
- Mulch met houtsnippers of compost tegen uitdroging en onkruid.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar trouw water geven bij droogte. Daarna is hij erg droogtebestendig.
- Bemesten
- Zelden nodig: hij haalt zelf stikstof uit de lucht. Op arme zandgrond eventueel wat compost in het voorjaar.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers rond jonge planten houdt vocht vast en onkruid weg.
- Groene scheuten
- Knip bij bonte rassen volledig groene scheuten meteen tot aan de basis weg.
- Haag
- Twee keer per jaar knippen houdt de haag dicht: in mei en, als het nodig is, in augustus.
Tip: Plant hem bij het terras, een pad of de voordeur: de bloempjes zie je nauwelijks, maar hun geur ruik je in oktober al van ver.
Wanneer snoei je een olijfwilg?
Snoeimaanden: mei en augustus.
Wanneer: Snoei in mei en, als het nodig is, een tweede keer in augustus.
Hoe:
- Knip een haag met een heggenschaar in vorm, onderaan iets breder dan bovenaan, zodat er licht tot onderaan komt.
- Lange, uitstekende scheuten van een losse struik knip je terug tot net boven een blad of zijtak.
- Een te grote of kale struik verdraagt in het voorjaar een stevige verjongingssnoei; hij loopt ook uit oud hout weer uit.
- Haal dode takken op elk moment weg, tot in het gezonde hout.
Let op: Snoei niet in de late herfst of winter: jonge scheuten die daarna verschijnen, zijn gevoelig voor vorst.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september stekken van 10–15 cm nemen, de onderste bladeren verwijderen en in vochtige stekgrond onder plastic of in een koude bak zetten. Wees geduldig: ze wortelen niet snel.
- Afleggen
- Een lage tak in het voorjaar in de grond vastpinnen; na een jaar loskoppelen en verplanten.
Hoe komt een olijfwilg de winter door?
Winterhard tot −18 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −18 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- Na een strenge winter met koude, droge wind kan hij veel blad verliezen of bruine bladeren krijgen; meestal loopt hij in het voorjaar weer uit.
- Bescherm jonge planten het eerste jaar bij strenge vorst met een windscherm of vlies.
- Groenblijvers verdampen ook in de winter: geef planten in een pot of bak bij droog winterweer af en toe water.
Ziektes en plagen
- Takafsterving: Plots verwelkt en verdort een hele tak, vaak in de zomer. Knip hem tot in het gezonde hout weg en ontsmet je snoeischaar.
- Bladval na vorst: Bruine bladeren en kale takken na een strenge winter. Wacht tot mei: wat dan nog niet uitloopt, knip je weg.
- Groene terugslag: Bij bonte rassen schieten soms volledig groene takken uit. Die groeien sterker; knip ze meteen aan de basis weg.
- Wortelrot: Gele bladeren en een kwijnende plant op natte, zware grond. Verplant naar een beter doorlatende plek.
Het jaar rond
- Maart: Vorstschade bekijken en dode takken wegknippen.
- April: Planten. Mulchen.
- Mei: Haag in vorm knippen. Planten.
- Juni: Jonge planten water geven bij droogte.
- Augustus: Eventueel een tweede, lichte snoeibeurt. Halfrijpe stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Bloei: kleine, sterk geurende bloempjes. Planten.
- November: Laatste bloemen. Jonge planten beschermen tegen koude wind.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bessen (april–mei)
- Bij de veelgeplante haagolijfwilg (Elaeagnus × ebbingei) rijpen de langwerpige, zilver gespikkelde besjes in april en mei, als er nog weinig ander fruit is. Pluk ze als ze dieprood en zacht zijn: dan smaken ze zoetzuur, onrijp zijn ze wrang. Eet ze vers en spuug de pit uit, of kook er moes of confituur van. Andere soorten, zoals de herfstolijfwilg, rijpen pas in september–oktober.
- Bewaring
- Vers blijven de besjes een paar dagen in de koelkast. Moes en confituur kan je invriezen of in schone, hete potten bewaren.
Let op: Pluk alleen goed rijpe, rode besjes. Wees zeker van de struik: de rode bessen van onder meer kamperfoelie, kardinaalsmuts en skimmia zijn giftig. Olijfwilg herken je aan de zilverige schubjes op de onderkant van het blad en op de besjes.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Lenteconfituur van olijfwilg en rabarber (Jam · ± 3 potten · 45 min)
- Olijfwilgcompote met vanille (Compote · ± 400 ml (2 potjes) · 35 min)
- Fruitleer van olijfwilg (Gedroogd · ± 10 repen · 30 min + 6–8 uur drogen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij leeft samen met bacteriën in knolletjes op de wortels, die stikstof uit de lucht binden. Daarom groeit hij goed op arme grond.
- Het zilver op de onderkant van het blad bestaat uit piepkleine, schildvormige schubjes.
- Hij is een kruising tussen Elaeagnus macrophylla en Elaeagnus pungens.