
Foto: Andrea Moro, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Rosaceae
Rodebladige roos
Rosa glauca
In andere talen: Rosier glauque (Français) · Red-leaved rose (English)
De rodebladige roos is een wilde roos uit de bergen van Midden- en Zuid-Europa, van de Pyreneeën en de Alpen tot de Karpaten en de Balkan. Hij wordt vooral gekweekt om zijn blad: blauwgrijs met een purperen gloed, op roodpaarse takken met weinig stekels. In juni verschijnen kleine, enkelvoudige roze bloemen met een wit hart, waar bijen en hommels graag op afkomen. In de herfst volgen trosjes glanzend rode rozenbottels, die vogels in de winter komen eten. Het is een sterke, gezonde struikroos van ongeveer 2 m hoog en 1,5 m breed, die weinig zorg vraagt. Je kent hem misschien nog onder zijn oude naam Rosa rubrifolia.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
2 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een rodebladige roos?
- Groeivorm
- Opgaande, later licht overhangende struik van ongeveer 2 m hoog en 1,5 m breed, met roodpaarse takken.
- Blad
- Samengesteld, met 5–9 deelblaadjes, blauwgrijs met een purperen gloed; in de zon meer purper, in de halfschaduw meer grijs.
- Bloem
- Enkelvoudig, 3–4 cm, helderroze met een wit hart en gele meeldraden, in juni. Elke bloem bloeit kort, maar er komen er veel.
- Vrucht
- Ronde tot eivormige, glanzend rode rozenbottels van 1,5 cm, in trosjes vanaf september.
- Stekels
- Weinig en vooral onderaan de takken; de jonge takken zijn bijna glad.
Bloei: juni · Oogst en vruchten: juni en september–november · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Prachtig blauwgrijs tot purperen blad van de lente tot de herfst: een sierheester op zich.
- Kleine, enkelvoudige roze bloemen in juni, rijk aan stuifmeel voor bijen en hommels.
- Glanzend rode rozenbottels in de herfst, voedsel voor vogels in de winter.
- Sterk en gezond, volledig winterhard en tevreden met gewone tot vrij droge grond.
- Takken met blad en bottels zijn geliefd in boeketten.
- Weinig snoeiwerk: een paar oude takken wegnemen in maart volstaat.
Waar staat een rodebladige roos graag?
- Zon tot halfschaduw. In de zon kleurt het blad meer purper, in halfschaduw meer blauwgrijs.
- Elke goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: eenmaal ingeworteld verdraagt hij droogte goed.
- Mooi als solitair, achteraan in een border, in een vrij uitgroeiende haag of in een natuurlijke tuin.
- Reken op ongeveer 1,5 m ruimte; in een haag op 80–100 cm van elkaar.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Kattenkruid: Lavendelblauwe bloemen aan de voet, die mooi passen bij het grijspurperen blad.
- Ooievaarsbek: Een losse onderbeplanting in roze, blauw of paars.
- Sierui: Paarse bollen die in juni door het blad heen steken.
- Alsem: Zilvergrijs blad dat het blauwe in de roos versterkt.
- Siergrassen: Luchtige pluimen naast de bottels in de herfst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rodebladige roos?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november; wortelnakte rozen plant je het best in november of maart.
- Zet een wortelnakte plant eerst een paar uur in een emmer water; een potplant dompel je onder tot er geen luchtbellen meer opstijgen.
- Graaf een plantgat van ongeveer 40 × 40 cm en meng wat compost door de uitgegraven grond.
- Zet de plant even diep als in de pot of, bij een wortelnakte plant, tot net boven de wortelhals, en druk de grond goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een laag compost of houtsnippers rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, wekelijks een flinke gieter. Daarna zelden nodig.
- Bemesten
- In maart een schep compost of wat organische mest. Zware rozenmest is niet nodig.
- Mulchen
- Een laag compost of houtsnippers in het voorjaar houdt de grond vochtig en voedt het bodemleven.
- Uitgebloeide bloemen
- Niet wegknippen: daaruit groeien de rozenbottels.
- Zaailingen
- Vogels zaaien hem soms uit in de tuin. Ongewenste zaailingen trek je jong uit.
Tip: Geef hem een plek in de zon of lichte halfschaduw en laat hem vrij uitgroeien. Snoei weinig: knip in maart enkel oude takken aan de voet weg, dan houd je jong, mooi gekleurd blad.
Wanneer snoei je een rodebladige roos?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Knip in maart enkel oude takken aan de voet weg.
Hoe:
- Haal elk jaar of om de twee jaar één of twee van de oudste, minst mooie takken helemaal aan de voet weg: jonge takken hebben het mooiste blad.
- Knip dode, zieke en kruisende takken weg.
- Kort de takken niet allemaal in: dan verlies je de sierlijke vorm, de bloemen en de bottels.
Let op: Draag stevige handschoenen tegen de stekels onderaan de takken.
Vermeerderen
- Zaaien
- Haal in de herfst de zaden uit rijpe bottels en zaai ze in een pot die je buiten zet: ze hebben een winter kou nodig om te kiemen. Zaailingen lijken meestal sterk op de moederplant.
- Winterstekken
- In oktober–november: stekken van 20–25 cm van stevige takken van dit jaar voor tweederde in de grond steken op een beschutte plek. Na een jaar verplanten.
Hoe komt een rodebladige roos de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Laat de rozenbottels hangen: ze sieren de wintertuin en lijsters en merels eten ze.
- In een grote pot kan hij ook, maar zet de pot dan tegen een muur, zodat de kluit niet doorvriest.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op jonge scheuten en knoppen in het voorjaar. Wacht tot lieveheersbeestjes en mezen ze opruimen, of spuit ze af met water.
- Sterroetdauw: Zwarte vlekken op het blad, dat geel wordt en afvalt. Hij is er weinig gevoelig voor, maar in natte zomers kan het voorkomen. Ruim afgevallen blad op en houd de struik luchtig.
- Roest: Oranje puistjes aan de onderkant van het blad in de zomer. Knip aangetast blad weg en giet niet over het blad.
- Meeldauw: Wit poeder op jong blad, vooral bij droogte. Geef water aan de voet en zorg voor een luchtige plek.
Het jaar rond
- Maart: Oude takken aan de voet wegknippen. Compost geven. Planten.
- April: Planten. Letten op bladluis.
- Mei: Het purpergrijze blad is op zijn mooist.
- Juni: Bloei: kleine roze bloemen vol bijen.
- Juli: Uitgebloeide bloemen laten staan voor de bottels. Water geven bij droogte.
- September: De rozenbottels kleuren rood. Takken snijden voor boeketten.
- Oktober: Planten. Winterstekken nemen.
- November: Planten, ook wortelnakte rozen.
- December: Bottels laten hangen als wintervoer voor vogels.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni)
- Pluk in juni op een droge ochtend een deel van de bleekroze bloemblaadjes; laat genoeg bloemen staan voor bottels en insecten. Ze zijn eetbaar en geven een lichte rozengeur aan siroop, suiker of een salade.
- Vruchten (september–november)
- Rozenbottels oogst je vanaf eind september, als ze helderrood en nog stevig zijn, of na de eerste vorst, als ze zachter en zoeter zijn. Ze zijn rijk aan vitamine C en geven thee, siroop, moes en confituur. De pitjes met hun jeukende haartjes moeten er altijd uit.
- Bewaring
- Droog gehalveerde, ontpitte bottels op een rooster of in de oven op 40 à 50 °C tot ze hard zijn, en bewaar ze in een gesloten pot. Hele bottels kan je invriezen; dat maakt ze ook zachter. Bloemblaadjes droog je los op papier in de schaduw.
- Fermenteren
- Rozenbottelwijn is een oud huisrecept op het platteland: de bottels worden met suiker, water en gist vergist.
Let op: De pitjes zitten in een laagje fijne haartjes die mond, keel en darmen irriteren (vroeger maakten kinderen er jeukpoeder van): verwijder ze zorgvuldig en zeef thee en siroop door een fijne doek of koffiefilter. Pluk alleen bottels van wilde of onbespoten rozen, weg van drukke wegen. Verwar de rode bottels niet met de giftige bessen van bijvoorbeeld kardinaalsmuts, taxus of kamperfoelie.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Rozenbottelthee (Thee · 1 theepot (± 4 koppen) · 5 min + 10 min koken)
- Rozenbottelsiroop (Siroop · ± 750 ml · 1 uur + 2 keer uitlekken)
- Rozenblaadjessuiker (Andere · ± 250 ml · 20 min + 1–2 dagen drogen)
- Rozenbottelsoep (Gerecht · 4 porties · 1 uur)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De kleur van het blad hangt af van het licht: in de zon is het purperachtig, in de schaduw meer blauwgrijs.
- Vroeger heette hij Rosa rubrifolia, letterlijk ‘roos met rood blad’.
- Het is een echte wilde soort: de zaden komen vrij zuiver na, zodat zaailingen sterk op de moederplant lijken.