
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Pruikenboomfamilie (Anacardiaceae)
Pruikenboom
Cotinus coggygria · ook: Pruikenstruik, Cotinus
De pruikenboom is een brede struik of een klein boompje van 3–5 m uit Zuid-Europa en Azië. Hij dankt zijn naam aan de wolkige pluimen die van juli tot september boven het blad zweven: de steeltjes van de uitgebloeide bloempjes groeien uit tot roze of grijze haren, als een rookpluim of een pruik. De paarse vormen geven kleur van de lente tot de herfst, en in het najaar kleurt het blad vurig oranje en rood. Hij wil volle zon en een droge, goed doorlatende grond.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–5 m
hoog
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 3–5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een pruikenboom?
- Groeivorm
- Brede, ronde struik of klein boompje van 3–5 m, vaak met meerdere stammen.
- Blad
- Verspreid, 4–8 cm, rond tot eirond, gaafrandig en kaal, aan een lange steel; groen of donkerpaars, met een vurige herfstkleur.
- Schors
- Grijsbruin; gekneusde twijgen ruiken harsig.
- Bloem
- Kleine, geelgroene bloempjes in grote, losse pluimen in juni–juli.
- Pruik en vrucht
- De steeltjes van de onvruchtbare bloemen groeien uit tot lange, roze tot grijze haren: de ‘pruik’, van juli tot september. Daartussen zitten enkele kleine steenvruchtjes.
- Verschil met de blaasspirea
- De blaasspirea heeft gelobd, gezaagd blad en bolle witte bloemschermen.
- Verschil met de kerspruim ‘Nigra’
- De kerspruim ‘Nigra’ is een boompje met gezaagd, paars blad en roze bloesem in maart.
Bloei: juni–juli · Snoeien: maart
Lijkt op, maar is het niet
- Blaasspirea Physocarpus opulifolius: gelobd, gezaagd blad en bolle witte bloemschermen. Verschil met blaasspirea
- Kerspruim (Prunus cerasifera ‘Nigra’): een boompje met gezaagd, paars blad en roze bloesem in maart.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Kleurrijk blad van de lente tot de herfst, vooral bij de paarse vormen.
- Opvallende ‘pruiken’ in de zomer, die wekenlang blijven hangen.
- Een van de mooiste herfstkleuren in de tuin: oranje, rood en paars.
- Sterk op droge, arme grond, waar veel andere struiken het moeilijk hebben.
Waar staat een pruikenboom graag?
- Volle zon: daar kleurt het blad het mooist en vormt hij de meeste pruiken. In de schaduw worden paarse vormen groenig.
- Elke goed doorlatende grond, ook kalkrijk, zandig of stenig; op arme, droge grond kleurt hij in de herfst het felst.
- Geen grond die in de winter nat blijft: daar kwijnt hij weg.
- Reken op 3–4 m breed; mooi als solitair in het gazon of achteraan in een zonnige border.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 4 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Echte lavendel: Allebei houden ze van volle zon en droge grond; lavendel vult de voet met geur en bijen.
- Brem: Gele bloemen in mei naast het donkerpaarse blad, op dezelfde arme, droge grond.
- Vlinderstruik: Bloeit in de zomer, als de pruiken verschijnen, en houdt ook van een zonnige, droge plek.
- Siergrassen: Hun luchtige pluimen herhalen de pruiken, en geel of zilvergrijs gras steekt mooi af tegen paars blad.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pruikenboom?
- Plant uit pot in de herfst of in het voorjaar, niet bij vorst of droogte.
- Maak de grond ruim los; mest of veel compost is niet nodig: op rijke grond groeit hij weliger en kleurt hij minder.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna redt hij zich.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig, hij verdraagt droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig; te veel voeding geeft lange scheuten en een flauwere herfstkleur.
- Vorm
- Laat hem vrij uitgroeien: zo krijgt hij zijn natuurlijke, brede vorm en de meeste pruiken.
- Dode takken
- Plots verwelkte of dode takken knip je weg tot ruim in gezond hout (zie verwelkingsziekte bij problemen).
Tip: Paarse vormen zoals ‘Royal Purple’ kleuren het donkerst in volle zon; de geelbladige ‘Golden Spirit’ licht een zonnige border op en kleurt in de herfst oranje. Pluk in augustus een paar pruiken: ze drogen mooi voor een droogboeket.
Wanneer snoei je een pruikenboom?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind van de winter (maart).
Hoe:
- Laat hem voor de pruiken vrij groeien: knip alleen dode, beschadigde of kruisende takken weg.
- Wil je vooral groot, mooi gekleurd blad, zet de takken dan elk voorjaar terug tot op 2–3 knoppen: je krijgt grote bladeren, maar geen pruiken.
- Een te grote struik verklein je stap voor stap: zaag elk jaar een paar van de oudste takken aan de voet weg.
Let op: Hard terugsnoeien kost de pruiken van die zomer, want de pluimen komen aan het hout van vorig jaar. Kies dus tussen pruiken en groot blad.
Vermeerderen
- Afleggen
- Buig in het voorjaar een lage tak naar de grond, kerf hem aan de onderkant licht in en dek hem af met aarde; na een jaar kan je hem losmaken en verplanten.
- Zomerstekken
- Neem in juni–juli zachte stekjes van 10 cm en laat ze onder plastic wortelen; ze slaan niet altijd aan.
Hoe komt een pruikenboom de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter staat hij kaal, met grijsbruine takken; wacht met snoeien tot maart.
Ziektes en plagen
- Verwelkingsziekte: Bij verticillium verwelken in de zomer plots hele takken, en het hout eronder toont verkleurde strepen. Knip ze ruim terug tot in gezond hout en ontsmet je snoeischaar; plant op dezelfde plek geen nieuwe pruikenboom of esdoorn.
- Meeldauw: Een witte laag op het blad in de nazomer, vooral bij paarse vormen in een benauwde hoek. Meestal onschuldig; geef hem een luchtige, zonnige plek.
- Geen pruiken: Een jonge struik bloeit nog weinig; ook harde snoei of te rijke grond kost bloei. Laat hem vrij groeien en bemest niet.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien: dode takken weg, of hard terugzetten voor groot blad; planten.
- April: Het blad loopt uit, bij paarse vormen dieprood.
- Juni: Bloei: kleine geelgroene pluimen, bezocht door bijen.
- Juli: De pruiken verschijnen.
- Augustus: Pruiken op hun mooist; jonge planten water geven bij droogte.
- Oktober: Vurige herfstkleur in oranje, rood en paars.
- November: Planten uit pot.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Solitaire struik voor een zonnige, droge plek; de paarse vormen geven kleur van de lente tot de herfst.
- Voor de natuur
- Bijen bezoeken de kleine bloempjes.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het hout leverde vroeger een gele verfstof voor wol, leer en zijde.
- Hij is familie van de pistache, de cashewnoot en de mango.
- De pruik bestaat niet uit bloemen, maar uit de uitgegroeide steeltjes van onvruchtbare bloempjes.