
Foto: Raul654, CC BY-SA 3.0 · bron
Klimplant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Japanse blauweregen
Wisteria floribunda · ook: Japanse blauwe regen
De Japanse blauweregen is een krachtige slingerplant uit Japan die tot 8–10 m hoog om een stevige pergola of een gevelrek windt. In mei–juni hangen er, tegelijk met het jonge blad, trossen van 30–50 cm aan, violet, roze of wit en geurend, die van boven naar onder opengaan: zo bloeit elke tros lang na. Net als de Chinese blauweregen heeft hij volle zon, een heel stevige steun en twee snoeibeurten per jaar nodig. Zaden en peulen zijn giftig.
Let op: Zaden en peulen zijn giftig: ze geven braken, buikpijn en diarree, vooral bij kinderen en honden. Haal de peulen weg waar kinderen spelen. De stammen worden zo sterk dat ze goten, regenpijpen en jonge bomen kunnen verwurgen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
slingert tot 8–10 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | januari–februari en juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | slingert tot 8–10 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse blauweregen?
- Groeivorm
- Krachtige, houtige slingerplant tot 8–10 m, met dikke, kronkelende stammen; ook als vrijstaand boompje te kweken.
- Blad
- Verspreid, oneven geveerd met 13–19 blaadjes, 20–35 cm lang.
- Stengels
- Grijze, houtige stammen die zich om hun steun winden.
- Bloem
- Hangende trossen van 30–50 cm, violet, roze of wit en geurend, mei–juni, tegelijk met het blad; ze gaan van boven naar onder open.
- Vrucht
- Fluwelig behaarde peulen van 10–15 cm; de zaden zijn giftig.
- Verschil met de Chinese blauweregen
- De Chinese blauweregen heeft minder blaadjes (7–13) en kortere trossen die bijna tegelijk opengaan, vóór of met het blad.
Bloei: mei–juni · Snoeien: januari–februari en juli–augustus
Herkennen per kenmerk: Paarse of blauwe bloemen · Hangende bloemtrossen · Peulen · Slingerende klimplanten
Lijkt op, maar is het niet
- Chinese blauweregen Wisteria sinensis: minder blaadjes (7–13) en kortere trossen die bijna tegelijk opengaan, vóór of met het blad. Verschil met Chinese blauweregen
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloemtrossen van 30–50 cm, bij ‘Macrobotrys’ tot een meter: langer dan bij de Chinese blauweregen.
- De trossen gaan geleidelijk open, zodat de bloei lang duurt.
- Geurende bloemen in mei–juni, druk bezocht door hommels en bijen.
- Geeft in de zomer schaduw over een pergola of terras.
- Kan heel oud worden en groeit uit tot een indrukwekkende, knoestige stam.
Waar staat een Japanse blauweregen graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
- Elke goed doorlatende, niet te natte grond.
- Hij slingert om zijn steun en heeft een heel stevige pergola, zware draden of een gevelrek met afstandhouders nodig; lichte constructies bezwijken na een paar jaar. Aan een pergola hangen de lange trossen het mooist.
- Houd hem weg van regenpijpen, dakgoten, luiken en bomen: de stammen worden zo sterk dat ze die kunnen verwurgen of verwringen.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 10 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Gewone goudenregen: Bloeit in mei–juni met gele trossen: samen over een pergola of boog een tunnel van gele en violette trossen.
- Ceanothus: Een groenblijvende struik met blauwe bloemen in de lente, voor dezelfde zonnige muur.
- Echte salie: Een grijs, groenblijvend struikje voor de zonnige, droge voet van de pergola, met violette bloemen in juni.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Slingert zich rond jonge bomen en struiken en kan ze verwurgen: eenstijlige meidoorn, boswilg, japanse sierkers, judasboom, chinese waaierpalm, olijfboom
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse blauweregen?
- Plant in de herfst of het voorjaar, uit pot.
- Koop een geënte of gestekte plant die al bloeit: een plant uit zaad bloeit soms pas na tien jaar of later.
- Plant 30–50 cm van de muur of de paal en leid de scheuten naar de steun.
- Kies van bij het begin één of enkele hoofdstammen en bind de zijtakken horizontaal op: daar komen later de bloemtrossen.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, en in de nazomer, als hij de bloemknoppen voor volgend jaar maakt.
- Bemesten
- Weinig: te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Opbinden
- Bind jonge stammen losjes vast en kijk elk jaar of ze niet in de draden of banden groeien.
- Uitlopers
- Lange scheuten die over de grond kruipen, kunnen wortelen: knip ze tijdig weg.
Tip: Laat de trossen vrij hangen: aan een horizontale pergola komen ze het best tot hun recht, tegen een muur verdwijnen ze half tussen het jonge blad.
Wanneer snoei je een Japanse blauweregen?
Snoeimaanden: januari–februari en juli–augustus.
Wanneer: Twee keer per jaar: in juli–augustus en in januari–februari.
Hoe:
- Knip in de zomer de lange nieuwe scheuten terug tot 5–6 bladeren; kort ze in de winter verder in tot 2–3 knoppen. Zo vormen zich bloemknoppen in plaats van ranken.
- Haal in de zomer ook scheuten weg die naar goten, ramen of het dak groeien.
- Spaar in de winter de dikke, ronde knoppen: dat zijn de bloemknoppen; de smalle, spitse zijn bladknoppen.
Let op: Een plant uit zaad bloeit soms pas na tien jaar of later: koop liever een geënte plant.
Vermeerderen
- Afleggen
- Leg in het voorjaar een lange, buigzame scheut op de grond en dek een stuk af met aarde; na een jaar kun je hem losknippen.
- Zaaien
- Kan, maar een plant uit zaad bloeit soms pas na tien jaar of later en vaak minder mooi: koop liever een geënte plant.
Hoe komt een Japanse blauweregen de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard; de bloemknoppen kunnen wel bevriezen bij nachtvorst in april–mei.
- In de winter zie je de vorm het best: het ideale moment om de constructie na te kijken en stammen op te binden.
Ziektes en plagen
- Geen bloei: Meestal een zaailing, te veel schaduw, te veel mest of te weinig snoei. Snoei twee keer per jaar en geef geen stikstof.
- Knopval: De bloemknoppen vallen af voor ze opengaan, door droogte of nachtvorst in de lente. Geef water bij droogte.
- Verwurging: Stammen in regenpijpen, goten of rond jonge bomen. Knip ze tijdig weg; een dikke stam krijg je er niet meer zonder schade uit.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei: zijscheuten inkorten tot 2–3 knoppen.
- Februari: Wintersnoei afronden; constructie en draden nakijken.
- April: Knoppen zwellen: let op nachtvorst.
- Mei: De bloei begint, tegelijk met het blad: de trossen gaan van boven naar onder open.
- Juni: Laatste bloei; uitgebloeide trossen en peulen weghalen.
- Juli: Zomersnoei: lange scheuten terug tot 5–6 bladeren.
- Augustus: Zomersnoei; water geven bij droogte.
- Oktober: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Spectaculaire bloeier voor een stevige pergola of gevel; de lange trossen hangen het mooist van een pergola.
- Voor de natuur
- Hommels en bijen vliegen massaal op de bloemen.
Let op: Zaden en peulen zijn giftig. De stammen worden zo sterk dat ze goten, regenpijpen en jonge bomen kunnen verwurgen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij windt in de andere richting om zijn steun dan de Chinese blauweregen. Bij de cultivar ‘Macrobotrys’ worden de trossen tot een meter lang.
- In Japan heet hij ‘fuji’; er staan blauweregens van meer dan honderd jaar oud die met hun pergola’s hele tuinen overdekken.
- De soortnaam ‘floribunda’ betekent ‘rijk bloeiend’.