Herkennen per kenmerk
Boom of struik met peulen: welke is het?
Een boom met peulen is bij ons meestal een robinia (platte bruine peulen), een goudenregen, een judasboom of een trompetboom met lange, dunne ‘bonen’; een struik met zwarte peulen op zandgrond is brem.
11 soorten met dit kenmerk
-
Robinia Robinia pseudoacacia
Loofboom
Platte bruine peulen van 5–10 cm die lang aan de boom blijven.
Invasieve exoot: niet aanplantenGiftig
-
Gewone goudenregen Laburnum anagyroides
Loofboom
Platte, behaarde peulen van 4–6 cm met zwarte zaden, die lang aan de boom blijven.
Giftig
-
Judasboom Cercis siliquastrum
Loofboom
Platte, roodbruine peulen (6–10 cm) die tot in de winter blijven hangen.
-
Trompetboom Catalpa bignonioides
Loofboom
Dunne, boonachtige peulen van 20–40 cm die de hele winter blijven hangen.
-
Valse christusdoorn Gleditsia triacanthos
Loofboom
Lange (20–40 cm), platte, gedraaide bruine peulen.
-
Honingboom Styphnolobium japonicum
Loofboom
Groene, vlezige peulen van 5–8 cm die tussen de zaden ingesnoerd zijn, als een kralensnoer; ze blijven tot in de winter hangen.
Giftig
-
Japanse blauweregen Wisteria floribunda
Klimplant
Fluwelig behaarde peulen van 10–15 cm; de zaden zijn giftig.
Giftig
-
Brem Cytisus scoparius
Struik
Platte, behaarde peulen die zwart worden en in de zomerzon hoorbaar openknappen.
InheemsGiftig
Tip: De meeste peuldragers zijn vlinderbloemigen en giftig, vooral de zaden van goudenregen, robinia en blauweregen. Kijk naar het blad: gevind bij robinia, drietallig bij goudenregen, rond bij judasboom.


