
Foto: Fritz Geller-Grimm, CC BY-SA 2.5 · bron
Struik · Berkenfamilie (Betulaceae)
Lambertsnoot
Corylus maxima · ook: Lambertshazelaar, Rode hazelaar
De lambertsnoot is een meerstammige struik van 4–6 m uit Zuidoost-Europa en West-Azië, nauw verwant aan onze hazelaar. Je herkent hem aan de noten: die zitten helemaal in een lange, buisvormige bolster. Veel gekweekte hazelnootrassen stammen van deze soort af. In tuinen is vooral de roodbladige vorm ‘Purpurea’ bekend, de ‘rode hazelaar’. In februari–maart hangen er gele katjes, in september rijpen de noten. Zet een gewone hazelaar of een ander ras in de buurt: ze bestuiven elkaar.
Let op: Het stuifmeel van de katjes geeft vroege hooikoorts: plant hem niet vlak bij een raam of terras als iemand in huis daar last van heeft.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
4–6 m, meerstammige struik
hoog
Bloei
februari–maart
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 4–6 m, meerstammige struik |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een lambertsnoot?
- Groeivorm
- Meerstammige struik van 4–6 m, breed uitgroeiend vanuit de voet.
- Blad
- Verspreid, rond met een kort spits topje, 8–12 cm, dubbel gezaagd en zacht behaard; bij ‘Purpurea’ donker roodpaars.
- Schors
- Glad, grijsbruin met lichte lenticellen.
- Bloem
- Gele, hangende mannelijke katjes in februari–maart; kleine rode stempels van de vrouwelijke bloempjes.
- Vrucht
- Langwerpige noten (2–2,5 cm), volledig omsloten door een buisvormige, aan de top ingesnoerde bolster die ver voorbij de noot reikt, september.
- Verschil met de hazelaar
- De hazelaar heeft een korte, gerafelde bolster die de noot niet helemaal omsluit, en rondere noten.
- Verschil met de boomhazelaar
- De boomhazelaar is een boom met een rechte stam en bolsters met lange, gekrulde slippen.
Bloei: februari–maart · Oogst en vruchten: september–oktober · Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Bloei in de winter · Noten, eikels en kastanjes
Lijkt op, maar is het niet
- Hazelaar Corylus avellana: een korte, gerafelde bolster die de noot niet helemaal omsluit, en rondere noten. Verschil met hazelaar
- Boomhazelaar (Corylus colurna): een boom met een rechte stam en bolsters met lange, gekrulde slippen.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, langwerpige hazelnoten in september.
- De roodbladige ‘Purpurea’ is een opvallende sierstruik.
- Stuifmeel in de late winter voor de eerste bijen; noten voor eekhoorns, gaaien en muizen.
- Laat zich terugzetten als hakhout en blijft zo handzaam.
Waar staat een lambertsnoot graag?
- Zon tot halfschaduw; de rode vorm kleurt het mooist in de zon.
- Bijna elke grond, liefst vruchtbaar en wat vochtig; geen natte voeten.
- Reken op ongeveer 4 m breed: geschikt voor een ruime tuin, een rand of een houtkant.
- Voor een goede oogst: een gewone hazelaar of een ander ras in de buurt, voor de bestuiving door de wind.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 5 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hazelaar: Bestuift de lambertsnoot en omgekeerd: samen meer noten.
- Gele kornoelje: Bloeit geel in februari–maart, tegelijk met de katjes.
- Eenstijlige meidoorn: Samen een gemengde haag of houtkant vol bloesem, noten en bessen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lambertsnoot?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
- Als losse struik 4 m van andere struiken; in een houtkant of haag één plant per 1–1,5 m.
- Zet de struik even diep als hij stond en druk de grond goed aan.
- Knip na het planten de takken een derde in: zo loopt hij beter uit vanaf de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar; te veel mest geeft lange scheuten en weinig noten.
- Wortelopslag
- Steek uitlopers weg of gebruik ze om nieuwe planten te maken.
- Oogsten
- Pluk de noten in september met bolster en al, als die bruin begint te kleuren, en laat ze op een luchtige plek drogen; daarna komen ze makkelijk los.
Tip: Wil je een rode hazelaar én noten? Plant een ‘Purpurea’ met een gewone hazelaar in de buurt: ze bestuiven elkaar.
Wanneer snoei je een lambertsnoot?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: In de winter (november–maart), bij voorkeur na de bloei van de katjes.
Hoe:
- Zaag elk jaar enkele van de oudste takken aan de grond weg: zo blijft de struik jong en vruchtbaar.
- Om de 7–10 jaar kan je de hele struik afzetten (hakhout); hij loopt weer uit vanaf de voet, maar geeft dan een paar jaar weinig of geen noten.
- Haal dunne, zwakke en kruisende scheuten weg, zodat er licht in de struik komt.
Let op: Snoei niet in het broedseizoen (half maart tot half augustus) als er vogels in de struik nestelen.
Vermeerderen
- Afleggen
- Buig in de herfst een lange, soepele tak naar de grond, kerf hem licht in en dek hem af met aarde; na een jaar heeft hij wortels.
- Wortelopslag
- Steek in de winter een uitloper met wortels los van de moederplant en plant hem apart. Zo blijft de rode vorm rood; zaailingen lijken niet altijd op de moeder.
Hoe komt een lambertsnoot de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard; de katjes verdragen vorst.
- Snoei bij voorkeur na de bloei van de katjes, zodat de eerste bijen er nog van kunnen genieten.
Ziektes en plagen
- Hazelnootboorder: Noten met een rond gaatje en een larve erin. Raap aangetaste noten op en schud de struik in mei boven een laken om de kevertjes te vangen.
- Lege noten: Noten zonder pit: vaak te weinig bestuiving. Zet een gewone hazelaar of een ander ras in de buurt.
- Eekhoorns en vogels: Ze halen de noten vaak voor ze rijp zijn. Plant meerdere struiken, of oogst wat vroeger en laat narijpen.
- Rondknopgalmijt: Opgezwollen, ronde knoppen die niet openen. Knip ze in de winter weg en gooi ze bij het restafval.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei kan nog; de katjes zwellen.
- Februari: Bloei van de katjes; daarna snoeien of hakhout afzetten.
- Maart: Laatste maand voor snoei en planten.
- Mei: Struik schudden tegen hazelnootboorders.
- Augustus: Noten groeien; let op eekhoorns.
- September: Noten met bolster en al oogsten.
- Oktober: Noten laten drogen.
- November: Planten en afleggen; wintersnoei kan beginnen.
- December: Wintersnoei.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Hazelnoten in september; veel gekweekte hazelnootrassen stammen van deze soort af.
- Tuin en landschap
- De roodbladige vorm ‘Purpurea’ is een populaire sierstruik.
- Voor de natuur
- Stuifmeel in de late winter voor de eerste bijen; noten voor eekhoorns, gaaien en muizen.
Let op: Het stuifmeel geeft vroege hooikoorts.
Eetbaar en bruikbaar
- Noten (september–oktober)
- Raap de noten van eind september tot half oktober, als de bolster bruin wordt en de noten vanzelf uit de struik vallen. Raap ze liefst van de grond op een droge dag, of schud de takken zachtjes. Bij de lambertsnoot zit de noot helemaal verborgen in een lange, buisvormige bolster: haal die er eerst af. Gooi noten met een rond gaatje (hazelnootboorder) en noten die licht aanvoelen of in water drijven weg. Laat een deel liggen voor eekhoorns, gaaien en muizen.
- Bewaring
- Laat de noten in hun schaal 2–3 weken drogen op een droge, luchtige plek en bewaar ze daarna in een net of papieren zak, koel en donker: zo houden ze enkele maanden. Gepelde noten bewaar je in een afgesloten pot, liefst in de koelkast, hooguit 2–3 maanden. In de diepvries houden ze een jaar. Gebrande noten worden sneller ranzig dan ongebrande.
Let op: Hazelnoten zijn een veelvoorkomend allergeen: meld altijd aan gasten dat er hazelnoot in een gerecht zit. Eet geen noten die bitter of ranzig smaken, of die beschimmeld of zwart zijn van binnen: gooi ze weg. Laat de noten goed drogen voor je ze opbergt, want vochtige noten schimmelen snel. Raap niet in natuurreservaten, op bespoten percelen of langs drukke wegen, en vraag toestemming op privéterrein. Geef geen hele noten aan jonge kinderen: ze kunnen zich verslikken. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Hazelnoten drogen en roosteren (Gedroogd · ± 500 g gepelde noten · 30 min + 2–3 weken drogen)
- Chocolade-hazelnootpasta (Andere · ± 400 ml (2 kleine potjes) · 30 min)
- Hazelnootmakronen (Gerecht · ± 20 koekjes · 40 min)
- Hazelnootlikeur (Likeur · ± 800 ml · 30 min + 4 weken trekken)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De rode hazelaar in tuinen is meestal geen gewone hazelaar maar een lambertsnoot, de cultivar ‘Purpurea’.
- De naam verwijst volgens de ene uitleg naar Sint-Lambertus, wiens feestdag (17 september) rond de oogst valt, volgens de andere naar ‘Lombardische noot’.
- Veel gekweekte hazelnootrassen stammen van de lambertsnoot af of zijn er een kruising mee.