
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Naaldboom · Cipresfamilie (Cupressaceae)
Watercipres
Metasequoia glyptostroboides · ook: Chinese watercipres, Metasequoia
De watercipres is een bladverliezende conifeer uit Centraal-China. Hij was enkel als fossiel bekend, tot in de jaren 1940 nog levende bomen werden gevonden. Hij groeit snel uit tot een slanke kegel van 20–35 m, met zachte, lichtgroene naalden die in de herfst roestbruin kleuren en samen met de zijtwijgjes afvallen. De stam is diep gegroefd, met typische ‘oksels’ onder de takken. Op vochtige grond en aan een vijver is hij prachtig, maar voor een gewone tuin is hij te groot: plant hem in een park, een ruime tuin of aan een grote vijver.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–35 m
hoog
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 20–35 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Weinig |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een watercipres?
- Groeivorm
- Bladverliezende conifeer van 20–35 m, slank kegelvormig met één doorgaande top.
- Naalden
- 1–3 cm, plat, zacht en lichtgroen, tegenoverstaand in twee rijen op korte zijtwijgjes. In de herfst roestbruin; ze vallen samen met de zijtwijgjes af.
- Schors
- Oranje- tot roodbruin, vezelig; de stam heeft diepe groeven en ‘oksels’ onder de takken.
- Kegels
- Ronde kegeltjes van 1,5–2,5 cm aan een lange steel.
- Verschil met de moerascipres
- Bij de moerascipres staan naalden en zijtwijgjes verspreid in plaats van tegenover elkaar.
Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Zachte naalden · Naalden die afvallen
Lijkt op, maar is het niet
- Moerascipres Taxodium distichum: naalden en zijtwijgjes staan verspreid in plaats van tegenover elkaar. Verschil met moerascipres
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een ‘levend fossiel’ met een verhaal: eerst als fossiel beschreven, pas daarna levend teruggevonden.
- Zachte, frisgroene naalden in de lente en een prachtige roestbruine herfstkleur.
- Groeit snel en verdraagt natte grond: ideaal aan een vijver of in een vochtige weide.
- In de winter een sierlijke, kale kegel met een oranjebruine, gegroefde stam.
Waar staat een watercipres graag?
- Volle zon.
- Vochtige tot natte, voedselrijke grond; op droge zandgrond groeit hij slecht.
- Verdraagt natte grond en af en toe een overstroming, maar staat minder graag lang in het water dan de moerascipres.
- Te groot voor een gewone tuin: reken op 30 m hoog en 7 m breed of meer. Plant hem in een park, een ruime tuin of aan een grote vijver, ver van gebouwen.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 30 m hoog, 7 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Moerascipres: Samen aan een vijver: twee bladverliezende coniferen waarvan je het verschil goed ziet.
- Zwarte els: Een inheemse boom voor dezelfde natte grond, met elzenproppen waar sijzen in de winter van eten.
- Rode kornoelje: Een inheemse struik voor een vochtige rand, met witte bloemen en zwarte bessen voor vogels.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een watercipres?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; een boom uit pot kan ook later in het voorjaar.
- Kies een jonge boom: die slaat het best aan en groeit snel door.
- Graaf een ruim plantgat, meng compost door de grond en zet de boom even diep als hij stond.
- Zet een steunpaal aan de windkant en bind de stam losjes vast; haal paal en band na 2–3 jaar weg.
- Geef ruim water na het planten, en de eerste jaren bij elke droge periode.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren ruim water bij droogte: hij houdt van vochtige grond.
- Bemesten
- Niet nodig; laat de gevallen naalden liggen als mulch.
- Onderste takken
- Laat de onderste takken staan als je de ruimte hebt: tot de grond vertakt is hij het mooist.
- Herfst
- Naalden en twijgjes vallen samen af; uit een vijver of van een terras schep of veeg je ze weg.
Tip: Op erg natte grond of in ondiep water kies je beter de moerascipres; op vochtige grond groeit de watercipres sneller.
Wanneer snoei je een watercipres?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Eventuele vormsnoei in de winterrust.
Hoe:
- Laat de natuurlijke kegelvorm staan; houd één doorgaande top.
- Haal bij een jonge boom een tweede, concurrerende top tijdig weg.
- Wil je onder de boom kunnen lopen, haal dan de onderste takken geleidelijk weg, over meerdere winters.
Let op: Top een watercipres nooit af: dan verliest hij zijn mooie kegelvorm.
Vermeerderen
- Stekken
- Zomerstekken van jonge scheuten (juni–juli) wortelen vrij makkelijk in een vochtige stekbak onder plastic; winterstekken in een koude bak lukken ook.
Hoe komt een watercipres de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter staat de boom kaal: dat is normaal voor deze bladverliezende conifeer.
- Jonge scheuten kunnen bevriezen bij late nachtvorst in het voorjaar; de boom loopt daarna gewoon opnieuw uit.
Ziektes en plagen
- Bruine naalden in de herfst: Normaal: het is een bladverliezende conifeer. De naalden vallen met de zijtwijgjes af en de boom loopt in april weer uit.
- Droogte: Bruine, verdroogde naalden al in de zomer, vooral op droge grond. Geef jonge bomen ruim water.
- Late nachtvorst: Bevroren, bruine jonge scheuten in april–mei. De boom loopt opnieuw uit; knip dode topjes in de winter weg.
Het jaar rond
- Januari: Vormsnoei in de winterrust, als het nodig is.
- Februari: Snoeien en planten bij zacht weer.
- Maart: Laatste maand voor de snoei; planten.
- April: Frisgroene naalden lopen uit; let op late nachtvorst.
- Juni: Zomerstekken nemen; jonge bomen water bij droogte.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- Oktober: Roestbruine herfstkleur.
- November: Naalden en twijgjes vallen; plant- en snoeiseizoen beginnen.
- December: Dode takken weg; vormsnoei kan.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Snelle groeier voor parken en vijverranden, met prachtige roestbruine herfstkleur.
- Ook gebruikt voor
- Een ‘levend fossiel’, leuk om te planten als verhaal in de tuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Was enkel als fossiel bekend, tot in de jaren 1940 levende bomen werden gevonden in China.
- In 1948 werd zaad over de hele wereld verspreid: de oudste watercipressen in onze parken zijn nog geen 80 jaar oud.
- Alles staat tegenover elkaar: naalden, zijtwijgjes en knoppen.
- Fossielen tonen dat Metasequoia miljoenen jaren geleden over het hele noordelijk halfrond groeide, ook in Europa. Alleen in Centraal-China bleef hij in het wild over.
- De eerste watercipressen in Europa groeiden uit zaad dat in 1948 via het Arnold Arboretum in de VS naar botanische tuinen over de hele wereld werd gestuurd.