
Foto: Agnieszka Kwiecień, Nova, CC BY-SA 4.0 · bron
Struik · Kornoeljefamilie (Cornaceae)
Rode kornoelje
Cornus sanguinea
De rode kornoelje is een inheemse struik van 2–4 m die vooral in de winter opvalt: de jonge twijgen kleuren aan de zonkant bloedrood. In juni bloeit hij met platte schermen witte bloempjes, in de herfst volgen blauwzwarte besjes voor de vogels en kleurt het blad wijnrood. Hij groeit bijna overal, vormt via uitlopers een dicht struweel en verdraagt stevige snoei. Een sterke, makkelijke struik voor een gemengde haag of een houtkant.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een rode kornoelje?
- Groeivorm
- Struik van 2–4 m met opgaande takken; vormt via wortelopslag een dicht struweel.
- Blad
- Tegenoverstaand, ovaal, 4–8 cm, gaafrandig, met boogvormige nerven. Scheur je het blad voorzichtig, dan blijven dunne witte draadjes hangen. Herfstkleur wijnrood.
- Schors
- Twijgen aan de zonkant bloedrood, vooral in de winter.
- Bloem
- Platte schermen witte bloempjes in juni.
- Vrucht
- Blauwzwarte besjes, niet eetbaar.
- Verschil met de gele kornoelje
- De gele kornoelje bloeit geel vóór het blad en draagt rode vruchten.
Bloei: mei–juni · Snoeien: februari–maart
Herkennen per kenmerk: Zwarte bessen · Blauwe bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Gele kornoelje Cornus mas: bloeit geel vóór het blad en draagt rode vruchten. Verschil met gele kornoelje
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Rode twijgen in de winter en wijnrood herfstblad.
- Bloemen in juni voor insecten, bessen voor vogels; een goede nestplaats.
- Groeit snel en bijna overal, ook op natte grond.
- Verdraagt zware snoei: je kan hem tot bij de grond terugzetten.
Waar staat een rode kornoelje graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon kleuren de twijgen het mooist.
- Bijna elke grond, liefst kalkhoudend; verdraagt ook natte grond.
- Reken op 3 m breed; laat je de uitlopers begaan, dan wordt hij breder.
- Ideaal voor een gemengde haag, een houtkant of een talud.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Gelderse roos: Rode bessen naast de rode twijgen, in dezelfde vochtige, gemengde haag.
- Hazelaar: Gele katjes in februari boven de rode twijgen.
- Eenstijlige meidoorn: Samen een dichte, inheemse haag met bloesem, bessen en nestplaatsen.
- Winterheide: Een roze bloeiende bodembedekker in de winter, voor de rode twijgen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Samen een gemengde inheemse haag, goed voor vogels en insecten: eenstijlige meidoorn, sleedoorn, hazelaar, hondsroos, gelderse roos, wilde liguster, spaanse aak, haagbeuk
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rode kornoelje?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
- In een haag of houtkant: één plant per meter, gemengd met andere inheemse struiken.
- Zet de struik even diep als hij stond en druk de grond goed aan.
- Knip na het planten de takken tot de helft terug: zo loopt hij dicht uit vanaf de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna nauwelijks.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Uitlopers
- Steek wortelopslag weg waar je hem niet wil, of gebruik hem om nieuwe planten te maken.
- Winterkleur
- Hoe jonger de twijgen, hoe roder: haal elk jaar wat oud hout weg.
Tip: Voor de felste winterkleur zet je de struik om de twee à drie jaar in maart helemaal terug: dan krijg je een bos jonge, rode twijgen. Rassen zoals ‘Midwinter Fire’ hebben oranjegele twijgen met rode toppen.
Wanneer snoei je een rode kornoelje?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eind februari–maart.
Hoe:
- Zaag elk jaar een derde van de oudste takken aan de grond weg: de jonge twijgen hebben de mooiste rode kleur.
- Een te grote of kale struik mag je helemaal terugzetten tot 10–20 cm boven de grond; hij loopt weer stevig uit.
- Steek meteen ook de uitlopers weg die buiten hun plek groeien.
Let op: Snoei liefst vóór half maart, als het broedseizoen begint; later kijk je eerst of er geen nesten in de struik zitten.
Vermeerderen
- Winterstekken
- Steek in de winter stukken van 20 cm van eenjarige twijgen voor twee derde in de grond; ze wortelen makkelijk.
- Wortelopslag
- Steek in de winter een uitloper met wortels los en plant hem apart.
Hoe komt een rode kornoelje de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Na de bladval komt hij tot zijn recht: de rode twijgen kleuren het sterkst van de herfst tot het voorjaar.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Via wortelopslag kan hij een hoek van de tuin innemen. Steek uitlopers elk jaar weg, of plant hem waar hij ruimte heeft.
- Kale, grijze struik: Oude takken verliezen hun rode kleur en de struik wordt onderaan kaal. Zaag elk voorjaar een deel van het oudste hout weg.
- Meeldauw: Een witte laag op het blad in de late zomer; onschuldig, ruim het afgevallen blad op.
- Bladluis: Luizen op de scheuttoppen in het voorjaar; natuurlijke vijanden ruimen ze meestal op.
Het jaar rond
- Januari: Rode twijgen op hun mooist.
- Februari: Eind februari: snoeien, oudste takken weg.
- Maart: Snoeien vóór half maart; laatste maand om te planten.
- Juni: Bloei: witte schermen vol insecten.
- September: Blauwzwarte besjes voor de vogels.
- Oktober: Wijnrode herfstkleur.
- November: Planten en winterstekken nemen.
- December: Uitlopers wegsteken of verplanten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Struik voor winterkleur en gemengde hagen; verdraagt natte grond.
- Voor de natuur
- Bloemen voor insecten, bessen voor vogels; goede nestplaats.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Zweefvliegen
- Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Past perfect in een gemengde inheemse haag en geeft winterkleur aan de tuin.
- ‘Sanguinea’ betekent bloedrood, naar de kleur van de twijgen en het herfstblad.
- Het trucje met de draadjes van een gescheurd blad werkt bij alle kornoeljes: zo herken je ze ook zonder bloemen.
- De soortnaam sanguinea betekent ‘bloedrood’, naar de kleur van de twijgen in de winter en van het blad in de herfst.
- De Engelse naam ‘dogwood’ zou komen van ‘dagwood’: van de harde, rechte twijgen maakte men vroeger spiesjes en pinnen, ‘dags’ genoemd.