
Foto: Jacob van Huysum, Public domain · bron
Struik · Muskuskruidfamilie (Adoxaceae)
Altijdgroene sneeuwbal
Viburnum tinus · ook: Laurustinus, Viburnum tinus
De altijdgroene sneeuwbal komt uit het Middellandse Zeegebied en is een van de weinige groenblijvende struiken die midden in de winter bloeien. Van november tot april draagt hij platte schermen met roze knoppen en witte, licht geurende bloempjes. In de zomer volgen metaalblauwe besjes, die giftig zijn. Hij wordt 2–3 m hoog, groeit in zon en schaduw en geeft een dichte, groenblijvende haag die toch bloeit.
Let op: De metaalblauwe besjes zijn giftig: bij opeten geven ze braken en buikpijn. Houd kleine kinderen en huisdieren in de gaten.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–3 m
hoog
Bloei
december–april
| Snoeimaanden | april–juni |
|---|---|
| Hoogte | 2–3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | december–april |
Herkennen
Hoe herken je een altijdgroene sneeuwbal?
- Groeivorm
- Dichte, ronde, groenblijvende struik van 2–3 m.
- Blad
- Tegenoverstaand, 4–10 cm, ovaal, gaaf, donkergroen en glanzend, met haartjes in de nerfoksels.
- Schors
- Roodachtige jonge twijgen, later grijsbruin.
- Bloem
- Roze knoppen en witte, licht geurende bloempjes in platte schermen, van november tot april.
- Vrucht
- Metaalblauwe besjes in de zomer; giftig.
- Verschil met de Gelderse roos
- Die verliest zijn gelobde blad en draagt rode bessen.
- Verschil met de haagliguster
- Die heeft kleiner blad, witte pluimen in juli en zwarte bessen.
Bloei: december–april · Snoeien: april–juni
Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad · Bloei in de winter · Blauwe bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Gelderse roos Viburnum opulus: verliest zijn gelobde blad en draagt rode bessen. Verschil met Gelderse roos
- Haagliguster Ligustrum ovalifolium: kleiner blad, witte pluimen in juli en zwarte bessen. Verschil met haagliguster
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van november tot april, als er weinig anders bloeit.
- Groenblijvend: een dichte haag of struik het hele jaar door.
- Groeit in zon, halfschaduw en schaduw, op bijna elke grond.
- Winterbloemen voor de eerste hommels en bijen; besjes voor vogels.
Waar staat een altijdgroene sneeuwbal graag?
- Zon tot schaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Bijna elke goed doorlatende grond, ook kalkrijk; geen natte voeten.
- Reken op 2–3 m breed als vrije struik; als haag houd je hem smaller.
- Liefst beschut tegen koude oostenwind: in strenge winters kan het blad verbranden.
- Licht
- Zon tot schaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 2,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Winterheide: Roze winterbloei aan de voet, in dezelfde maanden.
- Toverhazelaar: Geurende gele of oranje bloemen op kale takken, voor het groenblijvende blad.
- Hulst: Rode bessen naast de witte bloemschermen: een groenblijvende wintergroep.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdraagt schaduw en past onder grote bomen zoals: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een altijdgroene sneeuwbal?
- Plant uit pot in het voorjaar (april–mei) of in het begin van de herfst.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter.
- Graaf een ruim plantgat en meng er wat compost door.
- Geef na het planten ruim water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna enkel in lange droge zomers.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar.
- Haag
- Eén keer per jaar knippen, meteen na de bloei.
- In een pot
- Groeit ook in een grote pot; geef geregeld water en bescherm de pot bij strenge vorst.
Tip: Plant hem bij de voordeur of voor een raam: zo heb je de hele winter bloemen in zicht.
Wanneer snoei je een altijdgroene sneeuwbal?
Snoeimaanden: april–juni.
Wanneer: Na de bloei, in april–juni.
Hoe:
- Knip een haag één keer per jaar na de bloei.
- Een vrije struik heeft weinig snoei nodig: knip te lange takken in en haal dode takken weg.
- Een te grote, kale struik verdraagt een stevige verjongingssnoei in april; hij loopt weer uit, maar bloeit dan een winter minder.
Let op: Na juni knippen kost je de bloemen van de volgende winter. Kijk voor het knippen of er geen vogels in de haag nestelen.
Vermeerderen
- Stekken
- Neem in de zomer halfrijpe stekken van 10 cm en laat ze wortelen in een pot met zanderige grond, onder plastic.
- Afleggen
- Buig een lage tak naar de grond en dek hem af met aarde; na een jaar heeft hij wortels.
Hoe komt een altijdgroene sneeuwbal de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in een gewone winter; bij strenge vorst kan het blad bruin worden of kunnen twijgen terugvriezen, maar in het voorjaar loopt hij meestal weer uit.
- Vorst kan open bloemen beschadigen; de knoppen gaan daarna gewoon verder open.
Ziektes en plagen
- Sneeuwbalhaantje: Larven en kevertjes vreten gaten in het blad in het voorjaar en de zomer. Knip twijgjes met eitjes (rijtjes kleine bultjes) weg zodra je ze ziet.
- Taxuskever: Halvemaanvormige hapjes uit de bladrand. Bestrijd de larven met aaltjes in het voorjaar of de nazomer.
- Vorstschade: Bruin blad na een strenge winter. Wacht tot april en knip dan de dode delen weg.
Het jaar rond
- Januari: Bloei: witte schermen met roze knoppen.
- Maart: Bloei loopt verder; eerste hommels.
- April: Bloei loopt af; snoeien en planten.
- Mei: Haag knippen.
- Juni: Laatste snoei: later niet meer knippen.
- Juli: Metaalblauwe besjes.
- November: Eerste bloemen.
- December: Winterbloei.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Groenblijvende haag of struik die in de winter bloeit; verdraagt halfschaduw.
- Voor de natuur
- Winterbloemen voor de eerste hommels en bijen; besjes voor vogels.
Let op: De bessen zijn giftig.
Goed voor dieren
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een van de weinige struiken die in de winter bloeien: goed voor een groenblijvende haag die toch bloeit.
- De blauwe glans van de besjes komt niet van een kleurstof, maar van een laagjesstructuur in de schil die het licht weerkaatst.
- Hij groeit wild in de maquis rond de Middellandse Zee; daarom is hij bij ons wat gevoelig voor strenge vorst.
- Hij komt uit het Middellandse Zeegebied. Tinus was al de Latijnse naam van de struik; laurustinus betekent zoiets als ‘laurier-tinus’, naar het laurierachtige blad.
- De metaalblauwe glans van de besjes komt niet van een kleurstof, maar van piepkleine laagjes vetdruppeltjes in de schil die het licht weerkaatsen: structurele kleur.