Een boom planten: zo doe je het goed

De juiste boom op de juiste plek, het beste plantseizoen, het plantgat, de boompaal en de eerste jaren water geven. Zo groeit je nieuwe boom uit tot een gezonde, oude boom.

Een boom die je vandaag plant, staat er misschien nog over honderd jaar. De meeste problemen met bomen in tuinen beginnen bij het planten: een te grote boom op een te kleine plek, of een boom die te diep zit.

De juiste boom op de juiste plek

Kijk eerst naar de volwassen maat: niet hoe groot de boom in de kwekerij is, maar hoe hoog en breed hij over dertig jaar wordt. Een zomereik of beuk wordt een reus; een krentenboompje of meelbes blijft klein.

  • Afstand tot het huis: minstens de halve kroonbreedte, en meer bij bomen met wortels die water zoeken (wilg, populier).
  • Afstand tot de grens: bomen die hoger dan 2 m worden, plant je in België en Nederland meestal op minstens 2 m van de perceelsgrens.
  • Licht en bodem: de meeste fruitbomen willen volle zon; een Japanse esdoorn liever halfschaduw.
  • Leidingen: plant niet boven riolering, kabels of een septische put.

Tip

Zet je tuin op de kaart in Tuinen en kies Past dit hier?. Bladwijzer kijkt naar de kroonbreedte, de schaduw van andere bomen, de perceelsgrens en planten die elkaar niet verdragen (zoals walnoot en appel).

Bomen voor een kleine tuin

Wanneer plant je?

  • Blote wortel: van november tot maart, als de grond niet bevroren of drassig is. Goedkoop, en de boom slaat goed aan.
  • Met kluit: van oktober tot april; groenblijvende bomen best in september–oktober of april.
  • In pot (container): het hele jaar, maar ook dan liefst in de herfst, zodat de wortels voor de zomer al groeien.

Stap voor stap

  1. Laat de wortels niet uitdrogen. Zet een boom met blote wortel tot het planten in een emmer water of kuil hem in.
  2. Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de wortels, maar niet dieper. Maak de bodem en de wanden los met een spitvork.
  3. Snoei kapotte wortels netjes weg.
  4. Plant niet te diep. De wortelhals, waar de wortels in de stam overgaan, komt net op de hoogte van de grond. Een boom die te diep staat, verstikt langzaam.
  5. Zet een boompaal aan de kant van de wind, schuin of naast de kluit (niet door de wortels), en bind de stam los vast met een rekbare band.
  6. Vul het gat met de uitgegraven grond, eventueel met wat compost, en trap licht aan.
  7. Geef veel water (een volle gieter of twee), ook als het regent: zo spoelt de grond tussen de wortels.
  8. Leg mulch (bladeren, houtsnippers) rond de stam, maar niet tegen de stam.

Let op

Doe geen kunstmest in het plantgat: dat verbrandt de jonge wortels. Een beetje compost door de grond is genoeg.

De eerste drie jaar

  • Water geven bij droogte, ook in het voorjaar: liever één keer per week een flinke hoeveelheid dan elke dag een beetje.
  • Houd een cirkel rond de stam vrij van gras en onkruid; die concurreren om water.
  • Bescherm de stam tegen konijnen, reeën en grasmaaiers met een kokertje of gaas.
  • Vormsnoei: haal dubbele toppen en sterk concurrerende takken weg, zodat er één stevige hoofdstam is.
  • Maak de boomband na een jaar of twee los, zodat hij niet in de stam groeit.

Heb je een boom geplant? Zet hem in je tuin: dan krijg je de snoeibeurten in je agenda en zie je later hoe hij groeit.

Laden…