
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Meelbes
Sorbus aria
De meelbes is een inheemse boom van 8–15 m die je herkent aan het ovale, dubbel gezaagde blad met een spierwitte, viltige onderkant: als de wind erdoor waait, lijkt de hele boom zilverig. In mei bloeit hij met witte bloemschermen voor bijen en zweefvliegen, in de herfst draagt hij oranjerode bessen voor lijsters en spreeuwen. In het wild is hij zeldzaam, op droge, kalkrijke grond. Hij verdraagt wind, kalk en droogte en blijft vrij compact: een stevige straatboom en een uitstekende boom voor een gewone tuin.
Let op: Meelbes kan bacterievuur doorgeven aan appel, peer en kweepeer: plant hem niet vlak naast fruitbomen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
8–15 m
hoog
Bloei
mei
| Snoeimaanden | juli–augustus en december–februari |
|---|---|
| Hoogte | 8–15 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een meelbes?
- Groeivorm
- Loofboom van 8–15 m met een eivormige tot ronde, vrij compacte kroon; jong vaak smal opgaand.
- Blad
- Verspreid, 6–12 cm, ovaal, onregelmatig dubbel gezaagd, met 10–14 paar evenwijdige nerven. Boven donkergroen, onder witviltig: in de wind lijkt de boom zilverig.
- Schors
- Glad en grijs, later fijn gebarsten.
- Bloem
- Witte bloemschermen in mei.
- Vrucht
- Oranjerode tot scharlakenrode bessen (1–1,5 cm) met kleine lichte stipjes, in de herfst.
- Verschil met de Zweedse lijsterbes
- De Zweedse lijsterbes heeft blad dat onderaan gelobd en grijsviltig is, niet spierwit.
Bloei: mei · Oogst en vruchten: september–oktober · Snoeien: juli–augustus en december–februari
Herkennen per kenmerk: Witte of zilveren onderkant · Witte bloesem · Oranje bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Zweedse lijsterbes Sorbus intermedia: het blad is onderaan gelobd en grijsviltig, niet spierwit. Verschil met Zweedse lijsterbes
- Boswilg Salix caprea: golvende bladrand, wilgenkatjes in maart en geen bessen. Verschil met boswilg
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een inheemse boom die in een gewone tuin past: 8–15 m hoog en ongeveer 6 m breed.
- Zilverig blad, witte bloemen in mei en oranjerode bessen in de herfst.
- Verdraagt wind, kalk, droogte en stadsgrond: ook voor een blootgestelde of droge plek.
- Bloemen voor bijen en zweefvliegen, bessen voor lijsters en spreeuwen.
Waar staat een meelbes graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij minder en blijft de kroon ijl.
- Droge tot normale, goed doorlatende grond. Hij houdt van kalk, maar groeit ook op andere grond, zolang die niet nat is.
- Verdraagt wind, ook aan de kust, en stadsgrond: een goede straatboom.
- Reken op een kroon van ongeveer 6 m breed: hij past in een gemiddelde tuin.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 12 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Spaanse aak: Een inheemse boom die net als de meelbes kalk, droogte en wind verdraagt; samen een stevige rand of houtkant.
- Wollige sneeuwbal: Een inheemse struik van droge, kalkrijke grond, met witte bloemschermen in mei en bessen die van rood naar zwart kleuren.
- Wilde liguster: Een inheemse, half wintergroene struik voor kalkrijke grond; bloeit in juni voor vlinders en bijen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een meelbes?
- Plant van november tot maart, in vorstvrij weer, met blote wortels of met kluit.
- Graaf een ruim plantgat, maak de bodem los en zet de boom even diep als hij stond.
- Zet een steunpaal aan de windkant en bind de boom los vast.
- Plant hem niet vlak naast appel-, peren- of kweeperenbomen: ze kunnen elkaar bacterievuur doorgeven.
- Geef het eerste jaar water bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna verdraagt hij droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig; op arme grond wat compost in het voorjaar.
- Waterloten
- Knip waterloten op de stam weg zodra je ze ziet.
- Bacterievuur
- Kijk in de zomer of er twijgen plots zwart worden en verwelken, als verbrand. Knip ze ruim weg en ontsmet je snoeischaar.
Tip: Is je tuin klein? Kies het ras ‘Lutescens’: dat blijft compacter, en in de lente is zijn jonge blad aan beide kanten roomwit behaard.
Wanneer snoei je een meelbes?
Snoeimaanden: juli–augustus en december–februari.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Vormsnoei in de winter of na de bloei.
Hoe:
- Weinig nodig: haal kruisende takken en waterloten weg.
- Vorm een jonge boom met één doorgaande top, en een stam die hoog genoeg is voor de plek, bv. 2 m boven een pad.
- Takken met bacterievuur knip je minstens 30 cm onder het zichtbaar aangetaste deel weg, in droog weer.
Let op: Kan bacterievuur dragen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Haal de zaden in de herfst uit rijpe bessen en zaai ze meteen buiten in een pot of zaaibed. Ze hebben een winter kou nodig en kiemen in de lente, soms pas een jaar later.
- Enten
- Rassen zoals ‘Lutescens’ worden geënt op een onderstam; dat laat je beter aan een kweker over.
Hoe komt een meelbes de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bessen blijven soms tot in de winter hangen, tot lijsters, kramsvogels en spreeuwen ze opeten.
- In de kale kroon zie je goed welke takken kruisen: een goed moment voor vormsnoei.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen, twijgen en bladeren verwelken plots en worden bruin tot zwart, als verbrand; jonge scheuttoppen buigen om als een herdersstaf. Knip zieke takken ruim weg in droog weer en ontsmet je gereedschap.
- Bladluis: Gekrulde bladeren in het voorjaar, met kleverige honingdauw. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en vogels ze op; niet spuiten.
- Natte grond: Op natte, slecht doorlatende grond kwijnt hij weg en sterven takken af. Kies een droge tot normale plek.
Het jaar rond
- Januari: Vormsnoei in vorstvrij weer; planten met blote wortels.
- Februari: Vormsnoei afronden; planten.
- Mei: Bloei: witte schermen voor bijen en zweefvliegen; het jonge blad is zilverwit.
- Juni: Kijk naar bladluis en bacterievuur.
- Juli: Zomersnoei na de bloei; zieke twijgen wegknippen.
- Augustus: Zomersnoei afronden.
- September: De bessen kleuren oranjerood: voedsel voor lijsters.
- Oktober: Zaden uit rijpe bessen halen en buiten zaaien.
- December: Vormsnoei kan weer; planten met blote wortels.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Stevige straat- en tuinboom die wind, kalk en droogte goed verdraagt.
- Voor de natuur
- Bloemen voor bijen en zweefvliegen; de bessen voor lijsters en spreeuwen.
- Eten en drinken
- De bessen zijn rijp en na vorst eetbaar in gelei, maar eerder melig.
Eetbaar en bruikbaar
- Bessen (september–oktober)
- De oranjerode bessen in september en oktober. Ze zijn pas lekker na de eerste vorst, of als ze wat overrijp en zacht zijn geworden; dan smaken ze zoet en melig. Gebruik ze gekookt, voor gelei of moes, liefst samen met appel.
- Bewaring
- Bessen kan je met trosjes en al invriezen. Gelei houdt een jaar in gesteriliseerde potten.
Let op: Zoals bij alle lijsterbessen: niet rauw eten in grote hoeveelheden en de pitjes eruit zeven. Verwar meelbes niet met giftige rode bessen zoals die van taxus, hulst of kamperfoelie; de meelbes herken je aan het blad met een spierwitte, viltige onderkant. Meelbes staat vaak als straatboom langs drukke wegen: pluk liever ver van het verkeer, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Meelbes-appelgelei (Gelei · ± 3 potjes van 250 ml · 1 uur 30 + een nacht uitlekken)
- Meelbes-appelmoes (Compote · ± 3 potjes van 250 ml · 45 min)
- Meelbeschutney (Andere · ± 3 potjes van 250 ml · 1,5 uur + 2 weken rijpen)
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Zweefvliegen
- Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam verwijst naar het melige vruchtvlees. Meelbes verdraagt wind, kalk en droogte en is daardoor een goede straatboom.
- In de lente openen de knoppen als witte kaarsjes: het jonge blad is aan beide kanten wit behaard en wordt pas later van boven groen.
- De bessen zijn rijp en na vorst eetbaar in gelei, maar eerder melig.
- Meelbes kruist met lijsterbes en elsbes. Uit zulke kruisingen ontstonden soorten als de Zweedse lijsterbes, die zaad vormen zonder bevruchting en zo stabiele soorten werden.
- In België groeit meelbes van nature vooral op kalkrijke rotsen en hellingen in Wallonië, zoals in de Maasvallei.