
Foto: Ajtjohnsingh, CC BY-SA 4.0 · bron
Struik · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Gaspeldoorn
Ulex europaeus
De gaspeldoorn is een groenblijvende, ondoordringbare struik van 1–2 m met groene dorens in plaats van blad. Hij bloeit vooral in maart–mei met goudgele vlinderbloemen die naar kokos geuren, maar een paar bloemen vind je bijna het hele jaar. In België is hij inheems maar zeldzaam, op de heide en op arme, zure zandgrond. Hij bindt zelf stikstof, biedt vogels een veilige nestplek en brandt zeer makkelijk.
Let op: Brandt zeer gemakkelijk: plant hem niet tegen huis, schuur of houten afsluiting. De zaden bevatten giftige stoffen (cytisine): laat kinderen en huisdieren er niet van eten. Elders in de wereld, zoals in Nieuw-Zeeland, is hij een gevreesde invasieve soort.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
1–2 m
hoog
Bloei
februari–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 1–2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | februari–mei |
Herkennen
Hoe herken je een gaspeldoorn?
- Groeivorm
- Dichte, ronde struik van 1–2 m, groenblijvend en overal dorenig.
- Blad
- Bij volwassen planten enkel stijve, groene dorens van 1–2,5 cm; jonge plantjes hebben drietallige blaadjes.
- Schors
- Groene, gegroefde twijgen, overal dorens.
- Bloem
- Goudgele vlinderbloemen met een kokosgeur, vooral in maart–mei, maar een beetje bijna het hele jaar.
- Vrucht
- Behaarde peulen die in de zomer openknappen.
- Verschil met de brem
- Brem heeft geen dorens, maar groene bezemtwijgen.
- Verschil met de duindoorn
- Die heeft zilvergrijs blad en oranje bessen.
Bloei: februari–mei · Snoeien: mei–juni
Herkennen per kenmerk: Gele bloemen in het voorjaar · Bloei in de winter · Peulen · Dorens of stekels
Lijkt op, maar is het niet
- Brem Cytisus scoparius: geen dorens, maar groene bezemtwijgen. Verschil met brem
- Duindoorn Hippophae rhamnoides: zilvergrijs blad en oranje bessen. Verschil met duindoorn
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Kokosgeurende gele bloemen in het voorjaar, en een paar bijna het hele jaar.
- Groenblijvend en ondoordringbaar: een veilige nestplaats voor vogels.
- Vroege bloemen voor bijen en hommels.
- Groeit op arme, droge zandgrond en bindt zelf stikstof.
Waar staat een gaspeldoorn graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij kaal en bloeit hij nauwelijks.
- Arme, droge, zure zandgrond; niet op kalkrijke of natte grond.
- Reken op 1,5 m breed, met de jaren wat meer.
- Houd afstand van huis, schuur en houten afsluitingen: hij brandt zeer makkelijk.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 2 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Struikhei: Samen een stukje heide: gele bloemen in het voorjaar, paarse in de nazomer.
- Brem: Bloeit iets later geel; samen een lange gele bloei op zandgrond.
- Jeneverbes: Ook groenblijvend en thuis op de heide: samen een stevig, winters groen beeld.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houdt van de zure grond bij: grove den, zwarte den, weymouthden, zomereik, wintereik, mammoetboom
- Houden net als deze plant van zure grond: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, camelia
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gaspeldoorn?
- Plant jonge planten uit pot: hij heeft een diepe penwortel en verdraagt verplanten slecht.
- Plant in het voorjaar, zodat hij goed geworteld is voor de winter.
- Geen compost of mest in het plantgat: op arme grond blijft hij compact.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter. Draag dikke handschoenen.
Verzorgen
- Water
- Enkel kort na het planten; daarna verdraagt hij droogte.
- Bemesten
- Nooit nodig: hij bindt zelf stikstof.
- Opruimen
- Haal dood, droog materiaal onder en in de struik weg: dat maakt hem nog brandbaarder.
- Dicht houden
- Elk jaar licht knippen na de bloei houdt de struik dicht en groen tot onderaan.
Tip: Ruik op een warme, zonnige dag aan de bloemen: dan is de kokosgeur het sterkst.
Wanneer snoei je een gaspeldoorn?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Na de hoofdbloei, in mei–juni.
Hoe:
- Knip de groei van het jaar in, zodat de struik dicht en compact blijft.
- Knip niet tot in het oude hout.
- Een haag knip je één keer per jaar, meteen na de bloei.
Let op: Draag dikke handschoenen en lange mouwen: de dorens prikken door dunne stof. Snoei niet als er vogels in de struik nestelen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Laat de harde zaden een nacht weken in warm water en zaai ze in het voorjaar meteen in kleine potjes.
- Zaailingen
- Rond een oude struik kiemen vaak zaailingen: graaf ze heel jong uit met een flinke kluit.
Hoe komt een gaspeldoorn de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Groenblijvend; ook in de winter bloeit er vaak nog een enkele bloem.
- Wat vorstgevoelig: in strenge winters kan hij bruin worden en terugvriezen. Wacht tot mei–juni om de dode delen weg te knippen.
Ziektes en plagen
- Brandgevaar: Door de olierijke twijgen en het dode materiaal brandt hij zeer makkelijk. Plant hem niet tegen gebouwen en maak in de buurt geen vuur.
- Vorstschade: Bruine, afgestorven twijgen na een strenge winter. Knip ze na de bloei weg.
- Kaal onderaan: Een oude of beschaduwde struik wordt onderaan kaal. Geef hem volle zon en knip elk jaar na de bloei de groei van het jaar in.
Het jaar rond
- Januari: Enkele bloemen, zelfs midden in de winter.
- Maart: Hoofdbloei begint: kokosgeur op zonnige dagen.
- April: Volle bloei; zaaien en planten.
- Mei: Bloei loopt af; na de bloei snoeien, maar let op nesten.
- Juni: Laatste snoei: de groei van het jaar inkorten.
- Juli: Peulen knappen open in de zon.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Voor de natuur
- Dichte, dorenige nestplaats voor vogels; bloemen voor bijen in het vroege voorjaar.
- Tuin en landschap
- Ondoordringbare, groenblijvende haag op zure zandgrond.
Let op: Brandt zeer gemakkelijk. Elders in de wereld een gevreesde invasieve soort.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Als de gaspeldoorn niet bloeit, is kussen uit de mode’, zegt een Engels spreekwoord: hij bloeit bijna altijd wel een beetje.
- Na een brand kiemen de zaden juist massaal: de hitte breekt hun harde zaadhuid.
- In Bretagne werden de jonge twijgen vroeger fijngestampt als wintervoer voor paarden.
- Vroeger werden de jonge scheuten gekneusd, soms in speciale molens, en in de winter als veevoer aan paarden en koeien gegeven.
- De zaden blijven tientallen jaren kiemkrachtig in de bodem. Na een brand loopt gaspeldoorn snel weer uit en kiemen de zaden massaal.