
Foto: Walther Otto Müller, Public domain · bron
Kruid · Lamiaceae
Kleine tijm
Thymus serpyllum
In andere talen: Serpolet (Français) · Breckland thyme (English)
Kleine tijm (Thymus serpyllum), ook wel wilde tijm genoemd, is een inheemse, kruipende halfstruik die van nature groeit op droge zandgrond, op heide en in duinen. Hij vormt een laag, groenblijvend tapijt van nauwelijks 10 cm hoog, met piepkleine blaadjes en in juni–augustus paarsroze bloemetjes. Alles aan de plant geurt kruidig, vooral na betreding. Hij is ideaal voor een zonnige, schrale plek, in een rotstuin of tussen tegels en stapstenen. Het blad gebruik je zoals gewone tijm.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een kleine tijm?
- Groeivorm
- Kruipende, platte mat van 5–10 cm hoog en 30–40 cm breed, met houtige, liggende stengels.
- Blad
- Zeer klein, eirond tot elliptisch, 3–8 mm, groenblijvend; kruidig geurend.
- Bloem
- Kleine paarsroze bloemetjes in ronde hoofdjes, van juni tot augustus.
- Stengel
- Rond en rondom behaard, liggend en wortelend; dat onderscheidt hem van de grote tijm.
- Wortels
- De liggende stengels wortelen op de grond; zo groeit de mat langzaam aan.
Bloei: juni–augustus · Oogst en vruchten: mei–september · Zaaien: maart–april · Planten: april–mei en september · Snoeien: april en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een inheemse bodembedekker voor zonnige, schrale plekken waar weinig anders wil groeien.
- Van juni tot augustus een tapijt van paarsroze bloemetjes dat bijen en vlinders aantrekt.
- Groenblijvend en geurend: een aangename plant langs paden en zitjes.
- Droogtebestendig en weinig veeleisend.
- Het blad is eetbaar en bruikbaar zoals gewone tijm, vers of gedroogd.
Waar staat een kleine tijm graag?
- Volle zon op een warme, open plek.
- Droge, schrale, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot neutraal.
- Droog: natte, zware grond is vooral in de winter zijn grootste vijand.
- Plant op 25–30 cm van elkaar: de mat sluit zich in twee tot drie jaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Schapengras: Fijn grijsgroen gras dat net als hij van droge zandgrond houdt.
- Vetkruid: Dezelfde zon en droogte, met vlezige bladeren naast het fijne tijmtapijt.
- Heide: Een natuurlijke buur op zure, zandige grond.
- Steenanjer: Roze bloemetjes in dezelfde schrale, zonnige grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleine tijm?
Planten in april–mei en september.
- Zaai in maart–april binnen: strooi de zaadjes op zaaigrond, druk ze aan en bedek ze nauwelijks, bij 15–20 °C.
- Prik de zaailingen uit en laat ze in mei geleidelijk aan buitenlucht wennen.
- Plant in april–mei of in september, op 25–30 cm van elkaar.
- Meng zware grond met zand of fijn grind voor extra drainage.
- Zet de plant even diep als in de pot en geef water.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte af en toe flink water geven. Daarna redt hij zich zelf.
- Bemesten
- Niet nodig: een arme grond geeft een compacte mat met veel aroma.
- Wieden
- Houd de mat de eerste jaren vrij van gras en onkruid met de hand.
- Mulchen
- Een dun laagje zand of fijn grind houdt het blad droog en voorkomt rot in natte winters.
- Oogsten
- Knip toppen en blaadjes vanaf juni; ze zijn het geurigst net voor de bloei. Gebruik ze vers of droog ze.
Tip: Plant hem in voegen tussen tegels of stapstenen: hij verdraagt betreding en elke stap brengt zijn geur vrij. Een dun laagje zand of grind rond de planten helpt hem door natte winters.
Wanneer snoei je een kleine tijm?
Snoeimaanden: april en augustus.
Wanneer: Lichte snoei in april en een bijsnoei na de bloei, in augustus.
Hoe:
- Haal in april dode, bruine toppen weg en veeg losse bladeren uit de mat.
- Knip na de bloei, in augustus, de uitgebloeide bloemhoofdjes licht terug om de mat dicht te houden.
- Knip nooit in het oude, kale hout.
Let op: Snoei niet te laat in het najaar: nieuwe scheuten kunnen dan bevriezen.
Vermeerderen
- Zaad
- In maart–april binnen op zaaigrond strooien en nauwelijks bedekken, op 15–20 °C. Kiemt in ongeveer 2–3 weken.
- Afsteken
- In het voorjaar of in september een stuk met wortels van de rand van de mat afsteken en elders planten.
Hoe komt een kleine tijm de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C: ook in een strenge winter hoef je niets te beschermen.
- Natte grond is gevaarlijker dan vorst: zorg voor drainage, eventueel met zand of grind.
- In een pot of bak: zet hem beschut en tegen regen, zodat de wortels niet wegrotten.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: Bruine, afstervende stukken na natte winters. Zorg voor drainage en knip aangetaste delen weg.
- Kale plekken: In het midden van oudere matten of in de schaduw. Knip na de bloei licht bij en plant nieuwe stukjes in de kale plekken.
- Gras en onkruid: Ze verstikken de mat. Wied de eerste jaren met de hand.
- Ijle, lange scheuten: Te weinig zon of te veel voeding. Zet hem zonniger en geef geen mest.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien op 15–20 °C.
- April: Lichte voorjaarssnoei. Zaaien en planten.
- Mei: Planten. Onkruid wieden.
- Juni: Begin van de bloei. Toppen oogsten voor de keuken.
- Juli: Bloei: bijen en vlinders op bezoek.
- Augustus: Na de bloei licht terugknippen.
- September: Planten of afsteken.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–juli)
- Pluk de bloempjes in juni en juli, als de plant volop bloeit en op een droge ochtend. Knip de bloeiende toppen af en strijk de bloempjes met je vingers los, of gebruik de kleine toppen zoals ze zijn. Je kan ze gebruiken in siroop, thee of als eetbare versiering op salade en geitenkaas. Laat zeker genoeg bloemen staan voor bijen en hommels.
- Blad (mei–september)
- Knip de takjes met een schaar of mes op een droge ochtend, nadat de dauw verdwenen is. De smaak is het sterkst net voor en tijdens de bloei, maar je kan van mei tot september oogsten. Knip nooit meer dan een derde van de plant tegelijk en snoei niet in het oude, kale hout, want daar loopt de plant moeilijk opnieuw uit. Strijk de blaadjes met je vingers van de steeltjes, van boven naar onder. In soep en stoofpot kan je ook hele takjes meekoken en na afloop weghalen.
- Bewaring
- Verse tijm houdt een week in de koelkast, ingepakt in een vochtige doek of in een open zakje. Je kan takjes los invriezen in een zakje, of gehakte blaadjes in ijsblokjes met olijfolie; dat houdt tot 6 maanden. Gedroogde tijm bewaar je tot een jaar in een goed gesloten pot, droog en donker. Siroop houdt een half jaar in uitgekookte flessen.
Let op: Tijm is veilig als keukenkruid in gewone hoeveelheden. Neem de geconcentreerde etherische olie of thymol nooit in, en gebruik geen sterke extracten als voeding. Wie allergisch is voor lipbloemigen (zoals munt, salie, oregano en lavendel) kan ook op tijm reageren. Heb je twijfel, bijvoorbeeld bij zwangerschap, borstvoeding of medicijngebruik, vraag dan advies aan je arts of apotheker voor je tijmthee dagelijks drinkt. Wilde tijm (kruiptijm) groeit op beschermde duinen en heide en is zeldzaam: pluk niet in natuurgebieden, maar oogst van planten in de tuin. Gekochte planten uit het tuincentrum kunnen behandeld zijn: laat ze enkele weken uitgroeien en was de takjes goed. Pluk niet langs drukke wegen of op plekken waar honden komen, gebruik alleen planten die duidelijk naar tijm ruiken, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Tijmsiroop met citroen (Siroop · ± 600 ml · 20 min + 1 uur trekken)
- Verse tijmthee (Thee · 2 kopjes · 10 min)
- Gedroogde tijm (Gedroogd · ± 25 g gedroogde blaadjes · 15 min + 1–2 weken drogen)
- Ovenaardappelen met tijm en knoflook (Gerecht · 4 personen · 55 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam serpyllum verwijst naar de kruipende groeiwijze.
- In het Frans heet hij serpolet en hij wordt als wilde tijm in de keuken gebruikt.
- Van nature groeit hij op droge zandgrond, op heide en in duinen.