
Foto: TeunSpaans, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Garryafamilie (Garryaceae)
Broodboom
Aucuba japonica · ook: Aucuba, Japanse aucuba
De broodboom is een taaie, groenblijvende struik van 1,5–3 m voor de schaduw. Hij heeft grote, glanzende bladeren, bij veel tuinvormen geel gespikkeld, op dikke groene twijgen. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op aparte planten: alleen vrouwelijke planten dragen in de winter glanzend rode bessen, en dan nog alleen met een mannelijke in de buurt. Hij groeit zelfs in diepe schaduw onder bomen en in donkere stadstuinen. Bessen en blad zijn giftig.
Let op: Bessen en blad zijn giftig: ze kunnen buikpijn, braken en diarree geven. Houd jonge kinderen en huisdieren weg van de rode bessen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
1,5–3 m
hoog
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 1,5–3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een broodboom?
- Groeivorm
- Ronde, dichte, groenblijvende struik van 1,5–3 m.
- Blad
- Tegenoverstaand, 8–20 cm, elliptisch, grof getand in de bovenste helft, leerachtig en glanzend; bij veel tuinvormen geel gevlekt.
- Twijgen
- Dikke, heldergroene twijgen, ook in de winter.
- Bloem
- Kleine, paarsbruine bloempjes in rechtopstaande pluimen in maart–april; mannelijke en vrouwelijke op aparte planten.
- Vrucht
- Glanzend scharlakenrode, langwerpige bessen (ca. 1,5 cm) op vrouwelijke planten, de hele winter; giftig.
- Verschil met de laurierkers
- De laurierkers heeft verspreid staand blad met een (bijna) gave rand, witte bloemtrossen en zwarte kersjes.
- Verschil met de vingerplant
- De vingerplant heeft reusachtig, handvormig gelobd blad.
Bloei: maart–april · Snoeien: april–mei
Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad · Rode bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Laurierkers Prunus laurocerasus: verspreid staand blad met een (bijna) gave rand, witte bloemtrossen en zwarte kersjes. Verschil met laurierkers
- Vingerplant Fatsia japonica: reusachtig, handvormig gelobd blad. Verschil met vingerplant
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit in diepe schaduw, waar weinig anders wil groeien, ook onder bomen.
- Groenblijvend, met geel gespikkeld blad dat een donkere hoek oplicht.
- Rode bessen de hele winter op vrouwelijke planten.
- Taai: verdraagt stadslucht, droge schaduw en weinig zorg.
Waar staat een broodboom graag?
- Halfschaduw tot diepe schaduw; in de volle zon verbrandt het blad.
- Elke goed doorlatende grond, zuur of kalkrijk; geen natte voeten.
- Verdraagt droge schaduw onder bomen en de beschutte, donkere hoek van een stadstuin.
- Reken op 2 m breed.
- Licht
- Halfschaduw of schaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2,5 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdraagt schaduw en past onder grote bomen zoals: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een broodboom?
- Plant in het voorjaar (april–mei) of in de vroege herfst (september–oktober), met kluit of uit pot.
- Wil je bessen, plant dan een vrouwelijke plant met een mannelijke in de buurt, of kies een ras dat alleen bessen draagt, zoals ‘Rozannie’.
- Graaf een ruim plantgat en meng er wat compost door.
- Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig, behalve in een pot.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar.
- Mulch
- Een laag bladcompost houdt de grond onder bomen vochtig.
- Bessen
- Laat ze hangen: ze kleuren de struik de hele winter, maar houd kleine kinderen in het oog.
Tip: Een bonte broodboom licht een donkere hoek op als een lamp: zet hem tegen een muur in de schaduw of onder bomen, niet in de zon.
Wanneer snoei je een broodboom?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: In april–mei.
Hoe:
- Knip te lange takken met een snoeischaar terug tot net boven een blad: met een heggenschaar doorgeknipte bladeren worden bruin aan de randen.
- Een te grote of kale struik mag je stevig terugzetten; hij loopt weer uit op oud hout.
- Snoei weinig bij vrouwelijke planten: elke tak die je wegknipt, draagt geen bessen meer.
Let op: April–mei valt in het broedseizoen: kijk vóór het snoeien of er geen vogels in de struik nestelen.
Vermeerderen
- Stekken
- Halfhoutige stekken van 10–15 cm wortelen in de late zomer vlot in een pot onder glas of folie. Een stek is mannelijk of vrouwelijk, net als de moederplant.
Hoe komt een broodboom de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in België en Nederland.
- Bij strenge vorst kunnen bladeren en scheuttoppen zwart worden; knip ze in april weg, de struik loopt weer uit.
- Op vrouwelijke planten hangen de rode bessen de hele winter.
Ziektes en plagen
- Verbrand blad: Bruine of zwarte vlekken op het blad in de volle zon. Zet hem op een schaduwrijkere plek.
- Zwarte scheuttoppen: Na strenge vorst of op natte grond worden scheuttoppen en bladeren zwart. Knip ze weg en zorg voor goed doorlatende grond.
- Geen bessen: Alleen vrouwelijke planten dragen bessen, en dan nog alleen met een mannelijke in de buurt.
Het jaar rond
- Januari: Rode bessen op vrouwelijke planten.
- Maart: Bloei: kleine paarsbruine bloempjes.
- April: Snoeien; vorstschade wegknippen; planten.
- Mei: Laatste snoeimaand; planten.
- Augustus: Halfhoutige stekken nemen.
- September: Planten met kluit of uit pot.
- November: De bessen kleuren rood.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Taaie, groenblijvende struik voor diepe schaduw, ook onder bomen en in stadstuinen.
Let op: Bessen en blad zijn giftig.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De eerste struiken in Europa waren allemaal vrouwelijk en droegen nooit bessen; pas toen plantenjager Robert Fortune rond 1860 mannelijke planten uit Japan meebracht, kwamen de rode bessen.
- In de 19e eeuw werd hij een lieveling van de stadstuinen: hij verdroeg roet, rook en schaduw.