
Foto: US Forest Service Dorena Genetic Resource Center, Public domain · bron
Naaldboom · Cipresfamilie (Cupressaceae)
Californische cipres
Chamaecyparis lawsoniana · ook: Lawsoncipres, Chamaecyparis
De Californische cipres komt uit het grensgebied van Oregon en Californië en is bij ons een van de bekendste sierconiferen. Je herkent hem aan de platte schubtwijgjes met een witte X-tekening onderaan, de overhangende top en de bolronde kegeltjes. Er bestaan honderden tuinvormen: groen, blauw of goudgeel, zuilvormig of dwergachtig. De soort zelf wordt 15–30 m hoog en is als boom te groot voor een gewone tuin, maar als haag houd je hem gemakkelijk op 1,5–3 m. Knip hem wel elk jaar: in het bruine hout loopt hij niet meer uit.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
15–30 m
hoog
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 15–30 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een Californische cipres?
- Groeivorm
- Wintergroene conifeer van 15–30 m met een smalle, kegelvormige kroon en een overhangende top.
- Blad
- Schubbladeren in platte, varenachtige twijgjes; onderaan vaak met witte X- of Y-vormige vlekjes. Gekneusd ruiken ze harsig, wat naar peterselie.
- Schors
- Roodbruin, in platen of repen.
- Kegels
- Bolronde kegeltjes van ongeveer 8–10 mm met schildvormige schubben (zoals een voetbal); eerst blauwgroen berijpt.
- Verschil met de levensboom
- De levensboom heeft langwerpige kegeltjes die als een bloempje openen, en een top die recht omhoog staat.
- Verschil met de leylandcipres
- De leylandcipres, veel gebruikt in hagen, heeft twijgjes die niet in één plat vlak liggen en grotere kegels.
Snoeien: mei–juni en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Schubjes in plaats van naalden
Lijkt op, maar is het niet
- Levensboom Thuja: langwerpige kegeltjes die als een bloempje openen, top recht omhoog. Verschil met levensboom
- Leylandcipres (× Cuprocyparis leylandii): veel in hagen, twijgjes niet in één plat vlak, grotere kegels.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een dichte, wintergroene haag in veel kleuren: groen, blauw of goudgeel.
- Honderden tuinvormen, van smalle zuilen tot dwergen voor de rotstuin of een pot.
- Groeit op bijna elke grond, in zon of halfschaduw.
- In een dichte cipressenhaag vinden vogels nestplaatsen en beschutting in de winter.
Waar staat een Californische cipres graag?
- Zon tot halfschaduw; goudgele vormen kleuren het mooist in de zon.
- Goed doorlatende grond die niet uitdroogt; geen natte voeten, want dan rotten de wortels.
- Als haag past hij in elke tuin; als vrijstaande boom wordt de soort 5 m breed en veel te hoog voor een kleine tuin.
- Voor een kleine tuin of een pot: kies een dwergvorm of een smalle zuilvorm.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Winterheide: Bloeit in de late winter en het vroege voorjaar tussen dwergvormen, en verdraagt ook kalkrijke grond.
- Japanse esdoorn: Fijn, rood of oranje blad en herfstkleur naast blauwe of goudgele cipressen.
- Rododendron: Bloeit in het voorjaar voor een donkere cipressenhaag; samen op zure grond die niet uitdroogt.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Californische cipres?
- Plant met kluit of uit pot in september–oktober of in maart–april.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter, naargelang de maat.
- Maak de grond los en meng er compost door; zware klei maak je luchtiger, zodat er geen water blijft staan.
- Zet de planten even diep als ze stonden en geef meteen ruim water; houd de grond het eerste jaar vochtig.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte, en ook later in lange droge zomers.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost of organische mest; meer is niet nodig.
- Mulch
- Een laag houtsnippers aan de voet houdt de grond vochtig en het onkruid weg.
- Hoogte
- Bepaal op tijd hoe hoog de haag mag worden en knip de top dan elk jaar in.
Tip: Lees bij een tuinvorm goed hoe groot hij na tien jaar wordt: sommige ‘dwergconiferen’ worden met de jaren toch enkele meters hoog.
Wanneer snoei je een Californische cipres?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.
Wanneer: Hagen knip je in mei–juni en eind augustus, uiterlijk half september.
Hoe:
- Nooit tot in het bruine hout: dat loopt niet meer uit. Knip elk jaar, zodat je altijd in het groen blijft.
- Houd de haag bovenaan iets smaller dan onderaan, zodat er overal licht komt.
- Bij vrijstaande bomen en tuinvormen haal je alleen dode takken en dubbele toppen weg.
Let op: Kijk eerst of er geen vogels in de haag broeden, en knip niet bij felle zon of droogte.
Vermeerderen
- Stekken
- Trek in augustus–september een zijtakje met een hieltje van de tak en laat het wortelen in stekgrond onder glas. Tuinvormen vermeerder je alleen zo: uit zaad komen ze niet echt terug.
Hoe komt een Californische cipres de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Schud natte sneeuw van hagen en zuilvormen: anders buigen de takken open.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De grootste vijand: op natte grond verkleuren takken of hele planten bruin en sterven ze af (Phytophthora). Plant op goed doorlatende grond en zet geen nieuwe cipres op dezelfde natte plek.
- Droogte: Bruine plekken na een droge zomer, vooral bij jonge hagen. Geef water en mulch de grond.
- Spint: Doffe, grijsgele twijgjes met fijne spinseltjes in warme, droge zomers. Spuit de haag af met water.
- Kale plekken: Na te diep snoeien of bij te weinig licht onderaan wordt de haag kaal. Die plekken groeien niet meer dicht: knip voortaan minder diep.
Het jaar rond
- Maart: Planten (maart–april); compost aan de voet.
- April: Jonge hagen water geven bij een droog voorjaar.
- Mei: Eerste knipbeurt (mei–juni), als er geen vogels meer broeden.
- Juni: Knippen kan nog.
- Juli: Water in lange droge periodes; let op spint.
- Augustus: Tweede knipbeurt eind augustus; stekken nemen.
- September: Laatste knipbeurt uiterlijk half september; plantseizoen begint.
- December: Natte sneeuw van hagen en zuilvormen schudden.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Haagplant en sierconifeer in veel kleuren en vormen.
- Hout
- In zijn thuisland (‘Port Orford cedar’) een gewaardeerd, duurzaam hout.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Er bestaan honderden tuinvormen, van blauw en goudgeel tot dwergachtig.
- In zijn thuisland heet hij ‘Port Orford cedar’; daar is het een gewaardeerd, duurzaam hout.
- De Engelse naam ‘Lawson cypress’ verwijst naar de Schotse kwekerij Lawson, die de soort in de 19e eeuw in Europa verspreidde.
- De naam Lawsoncipres eert Charles Lawson, een kweker uit Edinburgh die de boom vanaf 1854 in Europa in de handel bracht.
- Chamaecyparis betekent ‘dwergcipres’, maar in zijn kleine natuurlijke gebied in Oregon en Noord-Californië wordt hij meer dan 50 meter hoog.