Foto: Algont, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Vuurdoorn
Pyracantha · ook: Pyracantha
De vuurdoorn is een groenblijvende, doornige struik van 2–4 m die in de herfst bedolven is onder oranje, rode of gele bessen, vaak tot diep in de winter. In mei–juni bloeit hij met witte bloemschermen vol insecten. Tegen een muur leid je hem als leiboom, of je plant hem als een ondoordringbare, inbraakwerende haag. Merels, lijsters en spreeuwen smullen van de bessen. Let wel: net als appel en peer is hij een waardplant van bacterievuur, en de dorens zijn vlijmscherp.
Let op: Waardplant van bacterievuur, net als appel en peer. De dorens zijn vlijmscherp: plant hem niet naast een pad of speelplek.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | mei–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een vuurdoorn?
- Groeivorm
- Groenblijvende, doornige struik van 2–4 m, stijf en breed vertakt.
- Blad
- Verspreid, klein (2–5 cm), glanzend en fijn gekarteld.
- Schors
- Takken met scherpe dorens.
- Bloem
- Witte bloemschermen in mei–juni.
- Vrucht
- Oranje, rode of gele besjes in dichte trossen, tot diep in de winter.
- Verschil met de cotoneaster
- De cotoneaster heeft geen dorens.
- Verschil met de eenstijlige meidoorn
- De meidoorn is bladverliezend, met diep ingesneden blad.
Bloei: mei–juni · Snoeien: mei–augustus
Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad · Rode bessen · Oranje bessen · Dorens of stekels
Lijkt op, maar is het niet
- Cotoneaster Cotoneaster: geen dorens. Verschil met cotoneaster
- Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna: bladverliezend, met diep ingesneden blad. Verschil met eenstijlige meidoorn
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Massa’s oranje, rode of gele bessen van de herfst tot diep in de winter.
- Een doornige, inbraakwerende haag die het hele jaar groen blijft.
- Witte bloei in mei–juni voor bijen en andere insecten.
- Bessen voor merels, lijsters en spreeuwen, en een veilige nestplek tussen de dorens.
Waar staat een vuurdoorn graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon draagt hij de meeste bessen.
- Elke goed doorlatende grond; geen natte voeten.
- Reken op 2–3 m breed als vrije struik; als leiboom blijft hij plat tegen de muur.
- Ideaal tegen een muur of als haag langs de perceelgrens, maar niet vlak naast een pad of speelplek: de dorens zijn scherp.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hulst: Een inheemse, groenblijvende en stekelige partner voor een ondoordringbare haag.
- Sleedoorn: Inheems, doornig en vroeg bloeiend: samen een haag vol nestplekken voor vogels.
- Wilde wingerd: Kleurt de muur vuurrood in de herfst, net als de bessen van de vuurdoorn.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vuurdoorn?
- Plant uit pot in het voorjaar (maart–april) of in de vroege herfst (september–oktober).
- Voor een haag: 2–3 planten per meter.
- Een leiboom zet je 30–40 cm van de muur, licht schuin naar de muur toe; span horizontale draden om hem op te binden.
- Geef na het planten ruim water, zeker langs een muur, waar de grond droog blijft.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, vooral tegen een muur.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar; te veel mest geeft lange, zachte scheuten en meer kans op bacterievuur.
- Opbinden
- Bind een leiboom elk jaar op aan de draden en buig nieuwe takken in de gewenste richting.
- Handschoenen
- Werk altijd met stevige handschoenen en lange mouwen: de dorens prikken diep.
Tip: Kies een ras dat resistent is tegen schurft, en liefst ook weinig vatbaar voor bacterievuur: dat scheelt veel zwarte, verschrompelde bessen.
Wanneer snoei je een vuurdoorn?
Snoeimaanden: mei–augustus.
Wanneer: Na de bloei (juni) en eventueel in augustus, zonder de jonge bessentrossen weg te knippen.
Hoe:
- Draag stevige handschoenen. Een leiboom bind je elk jaar op en knip je in de zomer bij.
- Knip in de zomer lange, nieuwe scheuten terug tot net boven de bessentrossen, zodat de bessen in de herfst goed zichtbaar zijn.
- Een vrij uitgroeiende struik heeft weinig snoei nodig: haal alleen storende of dode takken weg.
Let op: Snoei niet in de winter of het vroege voorjaar: dan knip je de bloemknoppen, en dus de bessen, weg.
Vermeerderen
- Stekken
- Snijd in juli–augustus halfrijpe stekken van 10–15 cm, haal de onderste bladeren en dorens weg en steek ze in zanderige stekgrond onder glas of plastic.
Hoe komt een vuurdoorn de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard; bij strenge vorst kan een deel van het blad bruin worden of vallen, maar hij loopt in het voorjaar weer uit.
- De bessen blijven lang hangen en zijn een belangrijke wintervoorraad voor merels en lijsters.
Ziektes en plagen
- Schurft: Zwarte vlekken op bessen en blad; de bessen verschrompelen. Ruim afgevallen blad op en kies een resistent ras.
- Bacterievuur: Bloemen en scheuten verwelken plots en kleuren zwartbruin, alsof ze verbrand zijn; de toppen krullen om als een herdersstaf. Knip aangetaste takken ruim in het gezonde hout weg, ontsmet het snoeigereedschap en voer het snoeisel af (niet composteren).
- Bladluizen: Op jonge scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en mezen ze op.
- Weinig bessen: Meestal door snoei op het verkeerde moment, waardoor de bloemknoppen weg zijn. Snoei pas na de bloei.
Het jaar rond
- Januari: Vogels eten de laatste bessen.
- April: Planten; leiboom opbinden.
- Mei: Bloei; eind mei, na de bloei, mag je snoeien.
- Juni: Na de bloei snoeien.
- Juli: Haag of leiboom bijknippen; bessentrossen sparen.
- Augustus: Laatste snoeibeurt: lange scheuten boven de bessen wegknippen.
- September: Bessen kleuren; planten kan weer.
- Oktober: Volle bessenpracht.
- December: Bessen als wintervoer voor merels en lijsters.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Inbraakwerende haag en leiboom tegen een muur, met prachtige bessen.
- Voor de natuur
- Bloemen voor insecten, bessen voor merels, lijsters en spreeuwen.
Let op: Waardplant van bacterievuur, net als appel en peer.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Zweefvliegen
- Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een ideale inbraakwerende haag of leiboom tegen een muur; vogels smullen van de bessen.
- De naam Pyracantha komt uit het Grieks: pyr is vuur, akantha is doorn.
- Pyracantha komt van het Griekse pyr (vuur) en akantha (doorn): vuurdoorn is een letterlijke vertaling.
- Botanisch zijn de bessen kleine appeltjes: vuurdoorn hoort, net als appel, peer en meidoorn, bij de appelachtigen binnen de rozenfamilie.