
Foto: Nikanos, CC BY-SA 2.5 · bron
Loofboom · Berkenfamilie (Betulaceae)
Witte els
Alnus incana · ook: Grauwe els
De witte els is een snelgroeiende els met spits, dubbel gezaagd blad dat onderaan grijs behaard is, en een gladde, lichtgrijze schors die ook bij oudere bomen glad blijft. Van nature groeit hij in de bergen en langs rivieren in Midden- en Noord-Europa; bij ons is hij aangeplant en hier en daar ingeburgerd. Net als de zwarte els bindt hij stikstof, maar hij is minder aan water gebonden: hij groeit ook op droge, arme grond. Hij wordt 10–20 m hoog met een kroon van zo’n 8 m en vormt worteluitlopers. Als windscherm, pionier of hakhout in een ruime tuin of houtkant is hij op zijn plaats.
Let op: Het stuifmeel in februari–maart kan hooikoorts geven. Hij vormt worteluitlopers: plant hem niet vlak naast een gazon of border.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot nat
niet kieskeurig
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–20 m
hoog
Bloei
februari–maart
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 10–20 m |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een witte els?
- Groeivorm
- Boom van 10–20 m met een eironde kroon van zo’n 8 m, vaak meerstammig; vormt worteluitlopers.
- Blad
- Verspreid, 5–10 cm, eivormig met spitse top, scherp dubbel gezaagd; onderzijde grijsgroen en zacht behaard. Niet kleverig.
- Schors
- Glad en lichtgrijs, ook bij oudere bomen; twijgen behaard.
- Bloem
- Hangende mannelijke katjes in februari–maart, vóór het blad.
- Vrucht
- Houtige elzenproppen van 1–1,5 cm, zittend of kort gesteeld, in groepjes.
- Verschil met de zwarte els
- De zwarte els heeft een rond blad met een afgeronde of ingedeukte top, kleverig jong blad en een donkere, gescheurde schors.
- Verschil met de haagbeuk
- De haagbeuk heeft een blad met veel meer evenwijdige nerven, geplooid, en nootjes aan vleugelblaadjes in plaats van elzenproppen.
Bloei: februari–maart · Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Bloei in de winter
Lijkt op, maar is het niet
- Zwarte els Alnus glutinosa: rond blad met een afgeronde of ingedeukte top, kleverig jong blad en een donkere, gescheurde schors. Verschil met zwarte els
- Haagbeuk Carpinus betulus: blad met veel meer evenwijdige nerven, geplooid, en nootjes aan vleugelblaadjes in plaats van elzenproppen. Verschil met haagbeuk
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een snelle pionier op arme, natte of droge grond, waar andere bomen moeilijk starten.
- Bindt stikstof uit de lucht en verbetert zo de grond voor de bomen die na hem komen.
- Een vlug windscherm of beschutting voor jonge bomen.
- Vroege katjes in februari–maart, en elzenproppen met zaad voor sijzen en putters in de winter.
- Loopt na afzetten vlot opnieuw uit: geschikt als hakhout en voor een houtkant.
Waar staat een witte els graag?
- Zon tot halfschaduw.
- Niet kieskeurig: natte of droge grond, zand, leem of klei, ook arme grond.
- Reken op 10–20 m hoog en een kroon van zo’n 8 m: voor een ruime tuin, een houtkant of een windscherm. Als hakhout blijft hij kleiner.
- Hij vormt worteluitlopers: plant hem niet vlak naast een gazon of border die je netjes wil houden.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog tot nat
- Grootte
- 15 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Zwarte els: Onze inheemse els voor de natte kant van de tuin; de witte els neemt het drogere deel.
- Ruwe berk: Een andere snelle pionier voor arme grond; samen vormen ze vlug een lichte bosrand.
- Boswilg: Bloeit in maart–april en geeft bijen vroeg voedsel; ook een snelle groeier voor een windscherm.
- Eenstijlige meidoorn: Een doornige, inheemse struik die een houtkant of windscherm onderaan dichtmaakt.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een witte els?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Jong bosplantsoen van 60–100 cm slaat het best aan en is goedkoop.
- Voor een windscherm of houtkant plant je zo’n 1–1,5 m uit elkaar, eventueel in twee rijen in verband.
- Geen mest nodig: hij maakt zijn eigen stikstof. Geef water na het planten als de grond droog is.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij langdurige droogte.
- Bemesten
- Nooit nodig.
- Worteluitlopers
- Maai of knip uitlopers in het gras weg; in een houtkant mag je ze laten staan om gaten te vullen.
- Hakhout
- Wil je hem laag houden, zet hem dan om de paar jaar af (zie snoeien).
Tip: Gebruik de witte els als ‘verpleegboom’: plant hem tussen jonge eiken of beuken op arme grond. Hij geeft beschutting en stikstof, en zodra de andere bomen groot genoeg zijn, zet je de els af of haal je hem weg.
Wanneer snoei je een witte els?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: In de winterrust (november–maart).
Hoe:
- Loopt na afzetten vlot opnieuw uit: beheer hem als hakhout of in een houtkant en zet hem om de paar jaar laag af.
- Een vrije boom heeft weinig snoei nodig: haal alleen dode, gebroken en kruisende takken weg.
- Worteluitlopers maai of knip je weg.
Let op: Zet hakhout niet af bij strenge vorst, en zaag schuin, zodat regenwater van de stoof afloopt.
Vermeerderen
- Zaaien
- Pluk in de herfst rijpe proppen en laat ze binnen drogen: de zaadjes vallen eruit. Zaai ze in het voorjaar dun op vochtige grond en dek ze nauwelijks af.
- Worteluitlopers
- Steek in de winter een uitloper met een stuk wortel af en plant hem op zijn nieuwe plek.
Hoe komt een witte els de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard: een boom van de bergen en het noorden.
- In de winter herken je hem aan de gladde, lichtgrijze schors, de behaarde twijgen en de proppen die aan de kale takken blijven hangen.
Ziektes en plagen
- Elzenhaantje: Een blauwzwart kevertje en zijn larven vreten in de zomer gaten in het blad. Lelijk, maar onschuldig.
- Elzensterfte: Een Phytophthora die vooral elzen langs beken aantast: kleine, gele bladeren, een ijle kroon en donkere, teerachtige vlekken onderaan de stam. Er is geen behandeling.
- Uitlopers in het gazon: Normaal voor deze els. Maai ze regelmatig weg; uittrekken lukt meestal niet.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien; hakhout afzetten; sijzen in de proppen.
- Februari: Bloei van de katjes; snoeien en planten.
- Maart: Laatste maand om te snoeien en te planten.
- April: Het blad loopt uit.
- Juni: Uitlopers in het gras wegmaaien.
- Oktober: Proppen rijp: zaad verzamelen.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien; hakhout afzetten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Snelle pionier voor arme, natte of droge grond, als windscherm of beschutting voor andere bomen.
- Voor de natuur
- De zaadjes in de elzenproppen zijn wintervoer voor sijzen en putters.
Let op: Het stuifmeel in februari–maart kan hooikoorts geven. Vormt worteluitlopers.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Van nature een boom van bergen en rivieroevers in Midden- en Noord-Europa. Bij ons werd hij vooral aangeplant als pionier op arme grond: net als de zwarte els bindt hij stikstof.
- In knolletjes op de wortels leven bacteriën (Frankia) die stikstof uit de lucht halen en aan de boom doorgeven.
- De wetenschappelijke naam incana betekent ‘grijs’, naar de grijs behaarde onderkant van het blad.