
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Muskuskruidfamilie (Adoxaceae)
Wollige sneeuwbal
Viburnum lantana
De wollige sneeuwbal is een inheemse struik van 2–4 m voor droge, kalkrijke grond. Zijn dikke, gerimpelde bladeren zijn aan de onderkant grijs viltig, net als de jonge twijgen en de knoppen. In mei–juni draagt hij platte, crèmewitte bloemschermen, zonder de grote randbloemen van de gelderse roos. Daarna kleuren de besjes van groen via rood naar glanzend zwart, vaak alle kleuren tegelijk in één scherm. In België groeit hij wild maar zeldzaam, vooral in het zuiden op kalkrijke grond. De besjes zijn licht giftig.
Let op: De besjes zijn licht giftig: wie er veel van eet, krijgt buikpijn, braken en diarree. Houd jonge kinderen en huisdieren uit de buurt. Vogels eten ze zonder problemen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een wollige sneeuwbal?
- Groeivorm
- Brede, dichte struik van 2–4 m met opgaande takken.
- Blad
- Tegenoverstaand, 5–10 cm, eirond, fijn gezaagd, dik en gerimpeld; onderzijde grijs viltig door stervormige haartjes.
- Twijgen
- Jonge twijgen en knoppen grijs viltig behaard; oudere takken grijsbruin.
- Bloem
- Platte schermen (6–10 cm) met kleine, crèmewitte bloempjes, zonder grote randbloemen, in mei–juni.
- Vrucht
- Platte, ovale besjes die van groen via rood naar glanzend zwart kleuren, vaak alle kleuren tegelijk in één scherm (augustus–september); licht giftig.
- Verschil met de gelderse roos
- De gelderse roos heeft gelobd blad, grote witte randbloemen en doorschijnende rode bessen.
- Verschil met de rimpelbladige sneeuwbal
- Die is groenblijvend, met veel langer, smal en diep gerimpeld blad.
Bloei: april–mei · Snoeien: juni–juli
Herkennen per kenmerk: Witte of zilveren onderkant · Rode bessen · Zwarte bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Gelderse roos Viburnum opulus: gelobd blad, grote witte randbloemen en doorschijnende rode bessen. Verschil met Gelderse roos
- Rimpelbladige sneeuwbal Viburnum rhytidophyllum: groenblijvend, met veel langer, smal en diep gerimpeld blad. Verschil met rimpelbladige sneeuwbal
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige inheemse struiken voor droge, kalkrijke grond.
- Witte bloemschermen in mei–juni en besjes in drie kleuren tegelijk in de nazomer.
- Inheems: bloemen voor insecten, bessen voor vogels in de nazomer.
- Eenmaal geworteld verdraagt hij droogte en wind goed.
Waar staat een wollige sneeuwbal graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst en draagt hij de meeste bessen.
- Liefst droge, kalkrijke en goed doorlatende grond; gewone tuingrond gaat ook, natte voeten niet.
- Op een zonnige helling of een droge rand, waar andere struiken het moeilijk hebben.
- Reken op 3 m breed.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 4 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Spaanse aak: Een inheems boompje voor dezelfde droge, kalkrijke haag.
- Wilde liguster: Zwarte bessen en geurige bloei, op dezelfde kalkrijke grond.
- Wilde kardinaalsmuts: Roze vruchten en rode herfstkleur naast de rode en zwarte besjes.
- Eenstijlige meidoorn: Witte bloesem in mei en rode bessen: samen een dichte, vogelrijke haag.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wollige sneeuwbal?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
- In een gemengde haag: één plant per 1–1,5 m, samen met andere inheemse struiken.
- Zet de struik even diep als hij stond, druk de grond aan en geef ruim water.
- Bedek de grond met een laag blad of houtsnippers en geef het eerste jaar water bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna verdraagt hij droge zomers goed.
- Bemesten
- Niet nodig; ook op arme grond groeit en bloeit hij prima.
- Controle
- Kijk in april–mei naar larven van het sneeuwbalhaantje (zie problemen).
- Bessen
- Laat ze hangen voor de vogels; ze rijpen niet allemaal tegelijk, zodat er wekenlang iets te eten valt.
Tip: Is je grond te droog en te kalkrijk voor de gelderse roos? Kies dan de wollige sneeuwbal: ook witte schermen en bessen voor de vogels, maar voor droge voeten.
Wanneer snoei je een wollige sneeuwbal?
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: Na de bloei (juni–juli).
Hoe:
- Weinig snoei nodig: dun oude takken uit aan de voet.
- Haal om de paar jaar een of twee van de oudste takken weg, zodat er jonge scheuten bijkomen.
- Knip niet alles terug: wat je na de bloei wegknipt, draagt geen bessen meer.
Let op: Juni–juli valt in het broedseizoen: kijk vóór het snoeien of er geen vogels in de struik nestelen.
Vermeerderen
- Zomerstekken
- Stek in juni jonge, nog zachte scheuten van 10–15 cm onder glas of folie.
- Afleggen
- Buig een lage tak naar de grond en dek hem af met aarde; na een jaar heeft hij wortels.
- Zaaien
- Zaai de pitten van rijpe, zwarte bessen in de herfst buiten; ze kiemen vaak pas na anderhalf jaar.
Hoe komt een wollige sneeuwbal de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter herken je hem aan de grijze, viltige twijgen en knoppen.
Ziektes en plagen
- Sneeuwbalhaantje: Gele larfjes vreten in april–mei het blad tot kantwerk; later in de zomer doen de kevertjes hetzelfde. Knip in de winter de twijgtoppen met eitjes weg en gooi ze bij het restafval.
- Bladluis: Luizen op de jonge scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en mezen ze op; spuit eventueel met water.
- Natte grond: Op zware, natte grond groeit hij slecht en sterven takken af. Plant hem op een droge, goed doorlatende plek.
Het jaar rond
- Januari: Twijgtoppen met eitjes van het sneeuwbalhaantje wegknippen.
- Maart: Laatste maand om wortelgoed te planten.
- April: Let op larven van het sneeuwbalhaantje en op bladluis.
- Mei: Bloei: crèmewitte schermen vol insecten.
- Juni: Na de bloei snoeien; kijk eerst naar nesten.
- Juli: Laatste snoeimaand; de besjes kleuren rood.
- Augustus: Rode en zwarte besjes in één scherm: voedsel voor vogels.
- November: Wortelgoed planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Inheemse struik voor droge, kalkrijke grond; mooi in een gemengde haag of bosrand.
- Voor de natuur
- Bloemen voor insecten, bessen voor vogels in de nazomer.
Let op: De besjes zijn licht giftig.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In de winter heeft hij ‘naakte’ knoppen zonder knopschubben: alleen een dikke laag vilt beschermt ze tegen de kou.
- De Engelse naam wayfaring-tree (‘reizigersboom’) verwijst naar de struik langs de oude wegen over de kalkheuvels van Zuid-Engeland.