Bomen · vraag 12
Welke beschrijving past het best?
- Geplooid tussen evenwijdige nerven, scherp dubbel gezaagd: Grijze, ‘gespierde’ stam; knoppen liggen tegen de twijg.
- Bijna rond en zacht behaard, met een kort spits topje: Meerstammige struik; gele katjes in de winter, hazelnoten.
- Breed-ovaal met een grijsviltige onderkant: Top vaak scheef omgebogen; zilveren wilgenkatjes in maart.
- Ovaal en dubbel gezaagd, met een spierwitte, viltige onderkant: Witte bloemschermen in mei en oranjerode bessen.
- Een kers of vogelkers: Vaak 1–2 kliertjes (bobbeltjes) bovenaan de bladsteel; bloesem in bundels of trossen.
- Een fruitboom: appel, peer of pruim: In boomgaarden en tuinen; bloesem in april, vruchten in de zomer of herfst.
Nog mogelijk
- Haagbeuk (Carpinus betulus)
- Hazelaar (Corylus avellana)
- Boswilg (Salix caprea)
- Meelbes (Sorbus aria)
- Zoete kers (Prunus avium)
- Japanse sierkers (Prunus serrulata)
- Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)
- Vogelkers (Prunus padus)
- Zure kers (Prunus cerasus)
- Appel (Malus)
- Peer (Pyrus communis)
- Pruim (Prunus domestica)