Foto: Ronnie Nijboer, CC0 · bron
Loofboom · Iepenfamilie (Ulmaceae)
Chinese iep
Ulmus parvifolia
De Chinese iep is een sierlijke, kleine iep van 10–15 m uit Oost-Azië, met klein, glanzend en leerachtig blad. Zijn schors schilfert af in een mozaïek van grijs, oranjebruin en groen, en hij bloeit pas in de nazomer. In zachte winters blijft het blad lang hangen. Hij is vrij resistent tegen de iepziekte en verdraagt snoei goed: daarom is hij een geliefde straatboom en een van de populairste bonsaibomen. Met een kroon van zo’n 8 m past hij als kleine boom in een middelgrote tuin.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–15 m
hoog
Bloei
augustus–september
| Snoeimaanden | november–februari |
|---|---|
| Hoogte | 10–15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–september |
Herkennen
Hoe herken je een Chinese iep?
- Groeivorm
- Kleine boom van 10–15 m met een ronde kroon van zo’n 8 m en fijne, wat overhangende twijgen.
- Blad
- Verspreid, 2–5 cm, elliptisch met een licht scheve voet, enkel gekarteld, leerachtig en glanzend donkergroen; blijft in zachte winters lang hangen.
- Schors
- Schilfert af in kleine plakjes, met een mozaïek van grijs, oranjebruin en groen, zoals bij een plataan.
- Bloem
- Kleine, onopvallende bloempjes in de bladoksels, in augustus–september.
- Vrucht
- Kleine gevleugelde vruchtjes van ongeveer 1 cm, rijp in oktober–november.
- Verschil met de gladde iep
- De gladde iep heeft groter, dubbel gezaagd blad met een sterk scheve voet, en bloeit in het voorjaar, vóór het blad.
- Verschil met de Japanse zelkova
- De Japanse zelkova heeft groter blad met regelmatige, spitse tanden en ongevleugelde vruchtjes.
- Verschil met de Siberische iep
- De Siberische iep (Ulmus pumila) wordt soms ook ‘Chinese iep’ genoemd, maar bloeit in het voorjaar en heeft een grove, gegroefde schors die niet afschilfert.
Bloei: augustus–september · Snoeien: november–februari
Herkennen per kenmerk: Scheve bladvoet · Afbladderende schors
Lijkt op, maar is het niet
- Gladde iep Ulmus minor: groter, dubbel gezaagd blad met een sterk scheve voet; bloeit in het voorjaar, vóór het blad. Verschil met gladde iep
- Japanse zelkova Zelkova serrata: groter blad met regelmatige, spitse tanden en ongevleugelde vruchtjes. Verschil met Japanse zelkova
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een prachtige, afschilferende schors met een mozaïek van kleuren.
- Vrij resistent tegen de iepziekte.
- Blijft kleiner dan de meeste iepen en past in een middelgrote tuin.
- Verdraagt snoei goed: ook als bonsai, binnen of buiten.
Waar staat een Chinese iep graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon wordt de kroon het dichtst.
- Bijna elke grond die niet lang nat staat; verdraagt ook wat droogte en stadslucht.
- Zo’n 8 m breed: past als kleine boom in een middelgrote tuin, of als straatboom.
- Als bonsai: buiten op een lichte plek, of binnen op een lichte, koele plek bij een raam.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 12 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Japanse esdoorn: Samen een Aziatische sfeer in de tuin, en ook als bonsai een klassieker.
- Hemelse bamboe: Sierlijke, groenblijvende struik met rode herfst- en winterkleur voor de voet van de boom.
- Japanse hulst: Kleinbladige, groenblijvende vormplant die net als de Chinese iep goed tegen knippen kan.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Chinese iep?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; een boom in een pot kan ook later, zolang het niet vriest of erg droog is.
- Graaf een ruim plantgat, zet de boom even diep als hij stond en druk de grond aan.
- Zet een steunpaal aan de windkant en bind de stam losjes vast; haal paal en band na 2–3 jaar weg.
- Geef water na het planten en de eerste zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren bij droogte. Een bonsai in een schaal moet je in de zomer vaak water geven, soms dagelijks.
- Bemesten
- Een boom in de volle grond niet; een bonsai in het groeiseizoen om de paar weken met bonsaimest.
- Controle
- Kijk in juni–juli of er takken plots verwelken: ook een vrij resistente iep is niet immuun voor de iepziekte.
- Bonsai binnen
- Een kamerbonsai wil veel licht en een koele winterplek; in een warme, donkere kamer laat hij zijn blad vallen. Zet hem in de zomer liefst buiten.
Tip: Heb je een Chinese iep als kamerbonsai? Zet hem van mei tot oktober buiten op een lichte plek en laat hem koel en licht overwinteren: binnen heeft hij vaak te weinig licht, en eigenlijk is het een winterharde boom.
Wanneer snoei je een Chinese iep?
Snoeimaanden: november–februari.
Wanneer: In de winter (november–februari).
Hoe:
- Verdraagt snoei goed. Geef een jonge boom één doorgaande leider of een mooie meerstammige vorm, en haal kruisende takken weg.
- Als bonsai knip je nieuwe scheuten terug tot op 1–2 blaadjes zodra ze 4–6 blaadjes hebben.
- Zaag zieke takken ruim tot in gezond hout weg en ontsmet je gereedschap.
Let op: Zaag aan een boom in de tuin niet in lente en zomer: verse wonden trekken de iepenspintkever aan, die de iepziekte overbrengt.
Vermeerderen
- Stekken
- Zomerstek van halfrijpe scheuten wortelt vrij goed in een vochtige stekbak onder plastic.
- Zaaien
- Zaai de gevleugelde vruchtjes in de herfst, meteen na het rijpen, oppervlakkig in een zaaibak.
Hoe komt een Chinese iep de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard in de volle grond.
- In zachte winters blijft een deel van het blad lang hangen. Een bonsai in een schaal bevriest sneller dan een boom in de grond: zet hem bij strenge vorst beschut of op een koele, lichte plek binnen.
Ziektes en plagen
- Iepziekte: Vrij resistent, maar niet immuun. Verwelken takken plots in de zomer, zaag ze dan ruim weg en laat een boomverzorger kijken.
- Bladval binnen: Een kamerbonsai laat zijn blad vallen bij te weinig licht, te veel warmte of een uitgedroogde kluit. Zet hem lichter en koeler en houd de grond vochtig.
- Bladluis: Luizen op jonge scheuten, vooral bij een bonsai binnen; spuit ze weg met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Bevroren wortels: Een bonsai in een ondiepe schaal kan in een strenge winter doodvriezen. Bescherm de schaal bij vorst.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien, alleen nu in de winter; een bonsai beschermen bij strenge vorst.
- Februari: Laatste maand om te snoeien; nog plantseizoen.
- Maart: Plantseizoen; een bonsai verpotten vlak voor de knoppen uitlopen.
- Mei: Bonsai: nieuwe scheuten terugknippen tot op 1–2 blaadjes.
- Juli: Kijk naar verwelkende takken (iepziekte); een bonsai dagelijks water.
- September: Bloei: kleine bloempjes in de bladoksels.
- Oktober: Gevleugelde vruchtjes rijp: zaaien.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien in de winter.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Sierlijke kleine boom met een prachtige schors; ook als straatboom.
- Ook gebruikt voor
- Een van de populairste bonsaisoorten, binnen en buiten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een van de populairste bonsaibomen: de ‘Chinese iep’ uit het tuincentrum is meestal deze soort. Hij is ook vrij resistent tegen de iepziekte.
- De soortnaam parvifolia betekent ‘kleinbladig’. In het Engels heet hij ook ‘lacebark elm’, naar de kantachtige, afschilferende schors.
- Hij bloeit in de nazomer, terwijl onze inheemse iepen al in februari–maart bloeien, vóór het blad.