
Foto: Sten Porse, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Tweestijlige meidoorn
Crataegus laevigata
De tweestijlige meidoorn is de zus van de eenstijlige meidoorn: een inheemse struik of kleine boom van 4–8 m, met doornige twijgen, witte bloesem in april–mei en donkerrode besjes in de herfst. Je herkent hem aan het ondiep gelobde, glanzende blad en aan de besjes met twee of drie pitten. In het wild groeit hij vooral in bossen en bosranden op leem en klei, want hij verdraagt meer schaduw dan de eenstijlige. In tuinen en straten zie je vooral zijn rood en roze bloeiende vormen, zoals ‘Paul’s Scarlet’. Als haag of kleine bloesemboom past hij in bijna elke tuin.
Let op: Waardplant van bacterievuur, een bacterieziekte die ook appel- en perenbomen aantast: plant hem niet vlak naast fruitbomen en knip aangetaste takken meteen weg. Draag stevige handschoenen bij het snoeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
4–8 m, vaak struik of haag
hoog
Bloei
mei
| Snoeimaanden | juni–september en november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 4–8 m, vaak struik of haag |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een tweestijlige meidoorn?
- Groeivorm
- Struik of kleine boom van 4–8 m met een dichte, ronde kroon van zo’n 5 m; vaak als haag.
- Blad
- Verspreid, 2–5 cm, omgekeerd eivormig met 3–5 ondiepe, afgeronde en fijn gezaagde lobben; glanzend donkergroen.
- Schors
- Grijsbruin, glad tot fijn geschubd; twijgen met dorens van 0,5–2 cm.
- Bloem
- Schermen witte bloemen met 2–3 stijlen, in april–mei. Bij de sierrassen roze of rood, vaak gevuld.
- Vrucht
- Donkerrode besjes van 8–12 mm met 2–3 pitten.
- Verschil met de eenstijlige meidoorn
- De eenstijlige meidoorn heeft dieper ingesneden blad met 3–7 lobben en besjes met één pit; kruisingen komen veel voor.
- Verschil met de vuurdoorn
- De vuurdoorn is groenblijvend, met ongelobd blad en oranje of rode besjes in dichte trossen.
Bloei: mei · Oogst en vruchten: mei en september–oktober · Snoeien: juni–september en november–maart
Herkennen per kenmerk: Gelobd blad (zoals een eik) · Witte bloesem · Rode bessen · Dorens of stekels
Lijkt op, maar is het niet
- Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna: dieper ingesneden blad met 3–7 lobben en besjes met één pit; kruisingen komen veel voor. Verschil met eenstijlige meidoorn
- Vuurdoorn Pyracantha: groenblijvend, ongelobd blad en oranje of rode besjes in dichte trossen. Verschil met vuurdoorn
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een inheemse, doornige haag die je strak kan knippen en die vogels een veilige nestplaats geeft.
- Bloeit in april–mei, iets vroeger dan de eenstijlige meidoorn: nectar en stuifmeel voor bijen en andere insecten.
- Donkerrode besjes in de herfst voor lijsters, merels en andere vogels.
- De rood en roze bloeiende vormen zijn compacte bloesembomen voor een kleine tuin of een straat.
- Verdraagt meer schaduw dan de eenstijlige meidoorn: geschikt voor een bosrand of een haag in de halfschaduw.
Waar staat een tweestijlige meidoorn graag?
- Zon tot halfschaduw: hij verdraagt meer schaduw dan de eenstijlige meidoorn, maar bloeit het rijkst in de zon.
- Bijna elke grond die niet uitdroogt en niet lang onder water staat; hij houdt het meest van leem en klei.
- Als boom zo’n 5 m breed; als haag past hij in elke tuin.
- Kan bacterievuur dragen: plant hem niet vlak naast appel- of perenbomen.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 7 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Eenstijlige meidoorn: Samen in een gemengde haag; ze bloeien kort na elkaar.
- Hazelaar: Een inheemse struik die net als de tweestijlige meidoorn graag in een bosrand op leem staat.
- Wilde kamperfoelie: Klimt door de haag en geurt ’s avonds voor nachtvlinders.
- Hondsroos: Bloeit in juni, na de meidoorn, en geeft rozenbottels in de herfst.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tweestijlige meidoorn?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit; sierbomen zoals ‘Paul’s Scarlet’ koop je meestal met kluit of in een pot.
- Voor een haag: 3–5 planten per meter in één rij, of 5–7 per meter in een dubbele rij in zigzag.
- Knip haagplanten na het planten een derde terug: zo vertakken ze onderaan.
- Zet een sierboompje vast aan een steunpaal en bind de stam losjes vast; haal paal en band na 2–3 jaar weg.
- Geef water na het planten, leg een laag mulch en houd de strook de eerste jaren vrij van gras.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; wat compost in het voorjaar onder een jonge haag.
- Wildscheuten
- Bij geënte sierbomen groeien soms scheuten uit de onderstam, onder de entplaats: knip ze weg zodra je ze ziet.
- Bacterievuur
- Kijk in de zomer naar bruinzwarte, als verbrande scheuttoppen die omkrullen als een herdersstaf.
Tip: Wil je een rode meidoorn als bloesemboom? Kies dan bij voorkeur een enkelbloemig ras: dat draagt nog besjes voor de vogels, terwijl gevuldbloemige rassen zoals ‘Paul’s Scarlet’ er weinig of geen geven.
Wanneer snoei je een tweestijlige meidoorn?
Snoeimaanden: juni–september en november–maart.
Wanneer: Een haag knip je na de bloei, eind juni, en eventueel eind augustus. Een boom snoei je in de winter.
Hoe:
- Verdraagt zware snoei: een verwaarloosde haag kan je in de winter flink terugzetten.
- Knip een haag iets smaller aan de top dan onderaan, zodat ook de onderkant licht krijgt.
- Een sierboom snoei je weinig: haal dode, kruisende en te lage takken weg. Bij geënte bomen knip je scheuten van de onderstam (onder de entplaats) weg.
- Draag stevige handschoenen en lange mouwen tegen de dorens.
Let op: Knip niet in het broedseizoen als er nog vogels in de haag nestelen: kijk het eerst na. Ontsmet je snoeischaar als je takken met bacterievuur wegknipt.
Vermeerderen
- Zaaien
- Haal de pitten uit rijpe besjes en zaai ze in de herfst buiten in een pot; ze kiemen vaak pas in het tweede voorjaar. Zaailingen van de rode en roze sierrassen bloeien meestal gewoon wit.
- Enten
- De rood en roze bloeiende rassen worden door de kweker geënt op een onderstam van meidoorn.
Hoe komt een tweestijlige meidoorn de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De besjes blijven vaak tot in de winter hangen: voedsel voor lijsters, merels en kramsvogels. Gevuldbloemige rassen dragen weinig of geen besjes.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen en scheuttoppen worden plots bruinzwart, als verbrand, en de toppen krullen om. Knip aangetaste takken bij droog weer ruim weg tot in het gezonde hout en ontsmet je schaar.
- Bladvlekkenziekte: Kleine bruine vlekjes op het blad, dat in natte zomers al in juli–augustus geel wordt en afvalt; vooral bij ‘Paul’s Scarlet’. Ruim het afgevallen blad op; de boom loopt het jaar erna gewoon weer uit.
- Spinselmot: In mei–juni zit de haag soms vol grijswitte spinsels met rupsen, die het blad opeten. Ziet er erg uit, maar de struik loopt in de zomer weer uit.
- Meeldauw: Witte, poederige laag op jonge scheuten, vooral bij geschoren hagen. Meestal onschuldig.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei van vrije struiken en bomen; een oude haag terugzetten.
- Februari: Wintersnoei; scheuten van de onderstam wegknippen bij geënte bomen.
- Maart: Laatste maand voor wintersnoei en planten.
- April: De bloei begint, iets vroeger dan bij de eenstijlige meidoorn.
- Mei: Volle bloei: wit, of roze en rood bij de sierrassen.
- Juni: Haag knippen na de bloei (eind juni), als er geen vogels meer nestelen.
- Juli: Kijk naar bacterievuur en knip aangetaste scheuten weg.
- Augustus: Tweede knipbeurt van de haag eind augustus, als dat nodig is.
- September: Laatste knipbeurt van de haag; de besjes kleuren donkerrood.
- Oktober: Besjes voor de vogels; pitten zaaien.
- November: Haagplantsoen en sierbomen planten; wintersnoei kan beginnen.
- December: Wintersnoei van bomen en vrije struiken.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Doornige haag en kleine bloesemboom; de roze en rode vormen zie je veel in straten.
- Voor de natuur
- Net als de eenstijlige een topplant: bloemen voor insecten, besjes voor vogels, veilige nestplaatsen.
Let op: Waardplant van bacterievuur. Draag stevige handschoenen bij het snoeien.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloesem (mei)
- Pluk de bloesem in mei, als de bloempjes net open zijn en de meeldraden nog roze of wit zijn. Doe het op een droge, zonnige dag en knip hele schermpjes met een schaar (draag handschoenen tegen de doornen). Schud er insecten uit en gebruik de bloesem vers of laat hem drogen. Pluk alleen verse, net geopende bloemen: oudere bloesem ruikt onaangenaam. Neem maar een klein deel: elke bloem die je plukt, is een besje minder voor de vogels.
- Bessen (september–oktober)
- Pluk de besjes in september en oktober, als ze donkerrood, glanzend en stevig zijn, voor de eerste strenge vorst. Knip hele trosjes af met handschoenen aan en ris de besjes thuis van de steeltjes. Rauw smaken ze melig en flauw: kook of droog ze. Elk besje heeft 2–3 harde pitten die je niet eet, zeef ze eruit. Laat veel besjes hangen: ze zijn belangrijk wintervoer voor lijsters, kramsvogels en zoogdieren.
- Bewaring
- Bloesem kan je drogen: leg hem in een dunne laag op een rooster of op papier, op een luchtige, schaduwrijke plek, en bewaar hem in een gesloten pot. Besjes kan je drogen in een oven van 50–60 °C of invriezen. Gelei en ketchup houden in uitgekookte potten en flessen: een jaar voor de gelei, enkele maanden voor de ketchup.
Let op: Rauwe besjes zijn melig en de pitten bevatten sporen amygdaline: eet de pitten niet en zeef ze eruit. Verwar meidoornbesjes niet met andere rode besjes: taxus (venijnboom) heeft rode, slijmerige bekertjes met één zwart zaad, die zeer giftig zijn, en naalden in plaats van ingesneden blaadjes. Ook de besjes van dwergmispel (Cotoneaster), vuurdoorn en kamperfoelie zijn niet geschikt om te eten. Meidoorn herken je aan de doornen, de ingesneden blaadjes en de besjes met 2–3 pitten. Neem je medicijnen voor hart of bloeddruk? Vraag dan eerst advies aan je arts of apotheker voor je regelmatig meidoornthee of -siroop gebruikt. Pluk niet langs drukke wegen, in bespoten hagen of in natuurreservaten, en draag stevige handschoenen. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Meidoornbessengelei (Gelei · ± 4 potjes van 250 ml · 1 uur + 1 nacht uitlekken)
- Meidoornketchup (Gerecht · ± 400 ml · 1 uur 15 min)
- Meidoornbloesemsiroop (Siroop · ± 700 ml · 20 min + 24 uur trekken)
- Meidoornthee van bloesem en besjes (Thee · ± 10 koppen van elk · 20 min + 1 week drogen)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De rood en roze bloeiende meidoorns in straten en tuinen, zoals ‘Paul’s Scarlet’ met gevulde bloemen, zijn vormen van de tweestijlige meidoorn.
- De soortnaam laevigata betekent ‘glad gemaakt’ en verwijst naar het glanzende blad.
- In het wild is hij minder algemeen dan de eenstijlige meidoorn en vooral te vinden in oude bossen en bosranden; waar beide groeien, ontstaan veel kruisingen.