
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Nyssafamilie (Nyssaceae)
Zakdoekjesboom
Davidia involucrata · ook: Vaantjesboom
De zakdoekjesboom komt uit de bergbossen van Midden- en Zuidwest-China. In mei hangen er onder de takken grote, roomwitte schutbladen, als zakdoekjes aan een waslijn. Daartussen zit het eigenlijke bloemhoofdje, een bolletje van paarse meeldraden. Het is een boom van 10–15 m met breed hartvormig blad, voor een beschutte plek in vochtige, voedzame grond. Je hebt wel geduld nodig: een jonge boom bloeit vaak pas na 10 tot 20 jaar. Daarna is hij elk voorjaar een blikvanger in een grotere tuin of een park.
Let op: Geduld: een jonge boom bloeit vaak pas na 10 tot 20 jaar.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–15 m
hoog
Bloei
mei
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 10–15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een zakdoekjesboom?
- Groeivorm
- Boom van 10–15 m met een brede, kegelvormige tot ronde kroon.
- Blad
- Verspreid, 8–15 cm, breed eivormig tot hartvormig met een lange spitse top, grof en spits gezaagd; onderzijde vaak behaard.
- Schors
- Oranjebruin tot grijsbruin, in kleine schilfers.
- Bloem
- Een rond hoofdje van paarse meeldraden tussen twee ongelijke, roomwitte schutbladen van 10–20 cm, in mei.
- Vrucht
- Hangende, groene tot paarsbruine steenvruchten van 3–4 cm met een harde, geribde pit.
- Verschil met de zomerlinde
- De zomerlinde heeft scheef hartvormig, fijner gezaagd blad en geurende gele bloemtrosjes aan een smal schutblad.
- Verschil met de katsura
- De katsura heeft kleiner, rond blad dat tegenover elkaar staat.
Bloei: mei · Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Hartvormig blad
Lijkt op, maar is het niet
- Zomerlinde Tilia platyphyllos: scheef hartvormig, fijner gezaagd blad en geurende gele bloemtrosjes aan een smal schutblad. Verschil met zomerlinde
- Katsura Cercidiphyllum japonicum: kleiner, rond blad dat tegenover elkaar staat. Verschil met katsura
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een spectaculair beeld in mei: honderden witte ‘zakdoekjes’ onder de takken.
- Een bijzondere boom met een mooi verhaal: ontdekt in China en naar Europa gehaald door plantenjagers.
- Mooi, breed hartvormig blad, ook in de jaren dat hij nog niet bloeit.
Waar staat een zakdoekjesboom graag?
- Zon tot halfschaduw, uit de wind: wind scheurt de schutbladen en droogt het blad uit.
- Vochtige, voedzame grond die niet uitdroogt; geen natte voeten.
- Reken op ongeveer 8 m breed: een boom voor een grotere tuin of een park.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 12 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Rododendron: Bloeit rond dezelfde tijd in de halfschaduw en houdt ook van vochtige, humusrijke grond.
- Hortensia: Neemt het over in de zomer, in dezelfde beschutte halfschaduw.
- Japanse esdoorn: Een sierlijke kleine boom voor dezelfde beschutte plek, met herfstkleur.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zakdoekjesboom?
- Plant van november tot maart, met kluit of uit pot.
- Kies een beschutte plek, bijvoorbeeld tussen andere bomen, uit de koude noorden- en oostenwind.
- Meng compost of bladaarde door de plantgrond en geef ruim water.
- Zet een steunpaal aan de windkant en mulch de voet met bladaarde.
Verzorgen
- Water
- Geef water bij droogte, zeker de eerste jaren: droge grond geeft slap blad met bruine randen.
- Bemesten
- Wat compost of bladaarde in het voorjaar.
- Mulch
- Een laag bladaarde of houtsnippers houdt de grond koel en vochtig.
- Geduld
- Een jonge boom bloeit vaak pas na 10 tot 20 jaar; tot dan is het blad zijn sieraad.
Tip: Koop liever een wat oudere boom: dan hoef je minder lang te wachten op de eerste ‘zakdoekjes’.
Wanneer snoei je een zakdoekjesboom?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Moet er toch gesnoeid worden, doe het dan in de winterrust (november–maart).
Hoe:
- Weinig snoei nodig. Vormsnoei van een jonge boom in de winter.
- Haal enkel dode, kruisende of te laag hangende takken weg, zodat de witte schutbladen goed zichtbaar blijven.
Let op: Snoei niet om hem klein te houden: hij bloeit pas als hij volwassen is, en zware snoei stelt dat alleen maar uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai de pit van een rijpe vrucht in de herfst buiten in een pot; ze kiemt traag, vaak pas na twee winters, en de zaailing bloeit pas na vele jaren.
Hoe komt een zakdoekjesboom de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard; de boom zelf verdraagt strenge vorst.
- Late nachtvorst in april kan het jonge blad en de bloemknoppen beschadigen: een beschutte plek helpt.
Ziektes en plagen
- Geen bloei: Een jonge boom bloeit vaak pas na 10 tot 20 jaar. Geduld is de enige remedie.
- Late vorst: Nachtvorst in april beschadigt jong blad en bloemknoppen. Kies een beschutte plek.
- Wind en droogte: Wind scheurt de schutbladen en droge grond geeft bruine bladranden: beschutting, mulch en water helpen.
Het jaar rond
- Januari: Vormsnoei in de winterrust.
- Maart: Laatste maand voor de vormsnoei en om te planten; compost strooien.
- April: Het blad loopt uit; let op nachtvorst.
- Mei: Bloei: witte ‘zakdoekjes’ onder de takken.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Oktober: De vruchten rijpen; zaai de pitten als je wilt.
- November: Plantseizoen; vormsnoei kan beginnen.
- December: Vormsnoei; dode takken weg.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Blikvanger voor de grotere tuin, op een beschutte plek in vochtige, voedzame grond.
Let op: Geduld: een jonge boom bloeit vaak pas na 10 tot 20 jaar.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Genoemd naar de Franse missionaris Armand David, die hem in 1869 in China vond. Later werd plantenjager Ernest Wilson er speciaal op uitgestuurd om zaad te halen.
- In het Engels heet hij ook ‘dove tree’ of ‘ghost tree’: de witte schutbladen lijken op fladderende duiven of spookjes.
- De witte ‘bloemblaadjes’ zijn eigenlijk schutbladen; de echte bloemen zitten in het paarse bolletje ertussen.