
Foto: Wouter Hagens at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Iepenfamilie (Ulmaceae)
Hollandse iep
Ulmus × hollandica
De Hollandse iep is een kruising van de ruwe en de gladde iep, met een middelgroot, wat ruw blad met een scheve voet en een korte steel. Vroeger was hij dé laan-, dijk- en grachtboom van Nederland en België, onder meer als het ras ‘Belgica’. De iepziekte deed het grootste deel van die bomen sterven. Vrij uitgegroeid wordt hij 20–35 m hoog met een kroon van zo’n 15 m: te groot voor een gewone tuin. Wil je vandaag een iep in die stijl, plant dan een ras dat resistent is tegen de iepziekte.
Let op: Zeer gevoelig voor de iepziekte: plant alleen resistente rassen, snoei uitsluitend in de winter en ruim ziek en dood iepenhout snel op.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–35 m
hoog
Bloei
maart
| Snoeimaanden | november–februari |
|---|---|
| Hoogte | 20–35 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart |
Herkennen
Hoe herken je een Hollandse iep?
- Groeivorm
- Boom van 20–35 m met een brede kroon van zo’n 15 m; als laanboom vaak hoog opgekroond.
- Blad
- Verspreid, 7–12 cm, eivormig met spitse top en scheve voet, dubbel gezaagd; bovenzijde glad tot wat ruw, vaak glanzend. Bladsteel 5–10 mm.
- Schors
- Grijsbruin, in de lengte gegroefd; twijgen zonder of met weinig kurklijsten.
- Bloem
- Bosjes roodpaarse bloempjes in februari–maart, vóór het blad.
- Vrucht
- Ronde gevleugelde vruchtjes van 1,5–2 cm; het zaad ligt tussen het midden en de inkeping.
- Verschil met de ruwe iep
- De ruwe iep heeft groter, zeer ruw blad dat de heel korte steel bedekt.
- Verschil met de gladde iep
- De gladde iep heeft kleiner, glad blad aan een langere steel, en vaak kurklijsten.
Bloei: maart · Snoeien: november–februari
Herkennen per kenmerk: Scheve bladvoet
Lijkt op, maar is het niet
- Ruwe iep Ulmus glabra: groter, zeer ruw blad dat de heel korte steel bedekt. Verschil met ruwe iep
- Gladde iep Ulmus minor: kleiner, glad blad aan een langere steel, en vaak kurklijsten. Verschil met gladde iep
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een klassieke laan- en dijkboom met een brede, statige kroon.
- Verdraagt wind en een open ligging goed.
- Waardplant van de iepenpage.
- Resistente rassen geven de klassieke laaniep een nieuwe kans.
Waar staat een Hollandse iep graag?
- Volle zon.
- Bijna elke grond, het liefst voedselrijke klei of leem; kalk is geen probleem.
- Verdraagt wind goed: een klassieke boom voor dijken, grachten en open landschappen.
- Reken op 20–35 m hoog en een kroon van zo’n 15 m: alleen voor een ruime tuin, een park of een laan.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 30 m hoog, 15 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Zomereik: Samen met eik en es stond de iep vroeger in elke houtkant en langs elke dijk.
- Eenstijlige meidoorn: De klassieke haag onder en tussen laan- en dijkbomen.
- Gewone vlier: Een snelle, inheemse struik voor de rand, met bloemen en bessen voor mens en vogel.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Hollandse iep?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Plant geen gewone Hollandse iep, maar een ras dat resistent is tegen de iepziekte; vraag ernaar bij een betrouwbare kwekerij. Een zaailing of uitloper is nooit resistent.
- Zet een jonge boom vast aan een boompaal en houd de boomspiegel de eerste jaren vrij van gras.
- Geef water na het planten en de eerste zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig in gewone tuingrond.
- Controle
- Kijk in juni–juli of er takken plots verwelken en geel of bruin worden: het eerste teken van iepziekte.
- Iepenhout
- Laat gesnoeide takken en gekapt hout met schors niet in de tuin liggen: daarin kweekt de iepenspintkever.
Tip: Een laan of dijk met iepen? Plant een mengeling van resistente rassen en andere boomsoorten: zo valt bij een nieuwe ziekte nooit de hele rij in één keer weg.
Wanneer snoei je een Hollandse iep?
Snoeimaanden: november–februari.
Wanneer: Alleen in de winter (november–februari).
Hoe:
- Verse snoeiwonden in lente en zomer trekken de iepenspintkever aan: snoei dus nooit in het groeiseizoen.
- Geef een jonge boom één doorgaande leider en kroon een laanboom geleidelijk op.
- Voer zieke takken af, verbrand of versnipper ze, en ontsmet je gereedschap.
Let op: Stapel geen brandhout van iep met de schors erop: de iepenspintkever kweekt in de schors van dood iepenhout.
Vermeerderen
- Stekken en enten
- Rassen worden door de kweker vegetatief vermeerderd, door stek of enten: alleen zo blijven ze gelijk aan de moederboom en blijft een resistentie behouden.
Hoe komt een Hollandse iep de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard, ook aan de kust.
- De winter is het enige goede seizoen om te snoeien; eind februari verschijnen de eerste roodpaarse bloempjes.
Ziektes en plagen
- Iepziekte: Bladeren aan een tak of in de hele kroon verwelken in juni–juli, worden geel tot bruin en blijven vaak hangen; onder de schors zie je bruine strepen in het hout. Er is geen genezing: laat de boom vellen en ruim het hout met schors snel op.
- Iepenspintkever: Een kleine schorskever die kweekt in zieke en dode iepen en de schimmelsporen naar gezonde bomen brengt. Ruim dood iepenhout op.
- Bladgallen: Opgerolde bladeren of gallen op het blad, gemaakt door bladluizen. Onschuldig.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien, alleen nu in de winter; snoeihout afvoeren.
- Februari: Laatste maand om te snoeien; de eerste bloempjes verschijnen.
- Maart: Bloei vóór het blad; nog plantseizoen.
- Juni: Kijk naar verwelkende takken (iepziekte); niet snoeien.
- Juli: Opnieuw controleren op iepziekte; jonge bomen water bij droogte.
- Oktober: Gele herfstkleur.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien in de winter; dood iepenhout opruimen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Vroeger dé laan-, dijk- en grachtboom; plant vandaag liever een resistent ras.
- Hout
- Taai hout voor meubels, kisten en waterwerken.
Let op: Zeer gevoelig voor de iepziekte.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks zijn naam geen Nederlandse uitvinding: de kruising ontstaat overal in Europa waar ruwe en gladde iep samen groeien.
- Het ras ‘Belgica’, de Belgische iep, werd vroeger in Nederland en België massaal langs lanen, dijken en grachten geplant.
- Zijn taaie hout werd gebruikt voor meubels, kisten en waterwerken.