
Foto: Ptelea, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Iepenfamilie (Ulmaceae)
Iep
Ulmus · ook: Olm, Ruwe iep, Gladde iep, Fladderiep
Iepen waren tot in de twintigste eeuw overal: langs dijken, lanen, kanalen en in houtkanten. Vooral sinds de jaren 1970 deed de iepziekte, een schimmel die door de iepenspintkever wordt overgebracht, de meeste grote bomen sterven. Je herkent een iep aan het dubbel gezaagde, vaak ruwe blad met een opvallend scheve voet, en aan de ronde, platte gevleugelde vruchtjes. Bij ons groeien vooral de gladde iep (veldiep), de ruwe iep, de fladderiep en de Hollandse iep. Een vrije iep wordt 20–35 m hoog: te groot voor een gewone tuin. Plant alleen rassen die resistent zijn tegen de iepziekte, of houd hem kort als haag.
Let op: De iepziekte is nog altijd actief: plant alleen resistente rassen, ruim ziek en dood iepenhout snel op en stook of ontschors het, en snoei uitsluitend in de winter. Ook resistente rassen zijn niet volledig immuun.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–35 m
hoog
Bloei
maart
| Snoeimaanden | november–februari |
|---|---|
| Hoogte | 20–35 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart |
Herkennen
Hoe herken je een iep?
- Groeivorm
- Boom van 20–35 m met een brede kroon van zo’n 15 m; als haag of struik veel kleiner.
- Blad
- Verspreid, eivormig met spitse top, dubbel gezaagd; de ene bladhelft begint duidelijk lager op de steel dan de andere. Vaak ruw aanvoelend.
- Schors
- Grijsbruin, gegroefd; bij sommige soorten kurklijsten op de twijgen.
- Bloem
- Kleine roodpaarse bloempjes in bosjes, al in februari–maart vóór het blad.
- Vrucht
- Ronde, platte vruchtjes met een vliezige vleugel rondom het zaad.
- Verschil met de haagbeuk
- De haagbeuk heeft een symmetrische bladvoet en een glad aanvoelend blad.
- Verschil met de hazelaar
- De hazelaar heeft een rond, zacht behaard blad en is struikvormig.
Bloei: maart · Snoeien: november–februari
Herkennen per kenmerk: Scheve bladvoet · Gevleugelde zaadjes
Lijkt op, maar is het niet
- Haagbeuk Carpinus betulus: symmetrische bladvoet en een glad aanvoelend blad. Verschil met haagbeuk
- Hazelaar Corylus avellana: rond, zacht behaard blad; struikvormig. Verschil met hazelaar
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant van de zeldzame iepenpage, een vlindertje dat je met een iep een handje helpt.
- Bloeit al in februari–maart, vóór het blad: een vroege bron van stuifmeel.
- Een stevige boom die wind en zeewind goed verdraagt.
- Resistente rassen geven de klassieke laan- en dijkboom een nieuwe kans.
- Als haag van gladde iep blijft hij klein en ontsnapt hij meestal aan de iepziekte.
Waar staat een iep graag?
- Volle zon.
- Bijna elke grond, het liefst voedselrijke, vochthoudende klei of leem; kalk is geen probleem.
- Verdraagt wind goed: een klassieke boom voor dijken, kustdorpen en open landschappen.
- Reken op 20–35 m hoog en een kroon van zo’n 15 m: als vrije boom alleen voor een ruime tuin, een park of een laan. In een kleinere tuin: als geknipte haag of als smal zuilras.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 30 m hoog, 15 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Eenstijlige meidoorn: Samen de klassieke gemengde haag of houtkant van het boerenland.
- Sleedoorn: Vroege witte bloei en blauwe sleeën: een stekelige partner in een vogelhaag.
- Spaanse aak: Inheemse haagplant met mooie herfstkleur, die net als de iep de schaar goed verdraagt.
- Hondsroos: Klimt door de haag en geeft roze bloemen en rode rozenbottels.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een iep?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Koop een resistent ras bij een betrouwbare kwekerij, zoals ‘Columella’ (smal en zuilvormig), ‘Lobel’, ‘Dodoens’ of ‘New Horizon’. Een zaailing of een uitloper uit het wild is niet resistent.
- Zet een jonge boom vast aan een boompaal en houd de boomspiegel de eerste jaren vrij van gras.
- Voor een haag: zo’n 3 plantjes per meter, die je bij het planten in de winter terugknipt zodat ze onderaan vertakken.
- Geef water na het planten en de eerste zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig in gewone tuingrond.
- Controle
- Kijk in juni–juli of er takken plots verwelken en geel of bruin worden: het eerste teken van iepziekte.
- Wortelopslag
- Vooral de gladde iep maakt worteluitlopers: maai of knip ze weg.
- Iepenhout
- Laat gesnoeide takken en gekapt hout met schors niet in de tuin liggen (zie letop).
Tip: Een iepenhaag blijft door het jaarlijkse knippen dun van stam en ontsnapt zo meestal aan de iepziekte: de iepenspintkever kweekt vooral in de dikke schors van oudere stammen.
Wanneer snoei je een iep?
Snoeimaanden: november–februari.
Wanneer: Alleen in de winter (november–februari).
Hoe:
- In lente en zomer trekken verse snoeiwonden de iepenspintkever aan, die de iepziekte overbrengt: snoei dus nooit in het groeiseizoen.
- Geef een jonge boom één doorgaande leider, haal kruisende takken weg en kroon geleidelijk op; een haag knip je in de winter in vorm.
- Zaag zieke takken ruim tot in gezond hout weg, voer ze af en ontsmet je gereedschap na elke boom.
Let op: Stapel geen brandhout van iep met de schors erop: de iepenspintkever kweekt in de schors van dood iepenhout en verspreidt van daaruit de ziekte.
Vermeerderen
- Zaaien
- De vruchtjes zijn in mei–juni rijp en blijven maar kort kiemkrachtig: zaai ze meteen, oppervlakkig, op vochtige grond. Een zaailing is niet resistent tegen iepziekte.
- Resistente rassen
- Worden door de kweker vegetatief vermeerderd, door stek of enten: alleen zo blijft de resistentie behouden.
Hoe komt een iep de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard, ook aan de kust.
- De winter is het enige goede seizoen om te snoeien; eind februari verschijnen de eerste roodpaarse bloempjes al.
Ziektes en plagen
- Iepziekte: Bladeren aan een tak of in de hele kroon verwelken in juni–juli, worden geel tot bruin en blijven vaak hangen; onder de schors zie je bruine strepen in het hout. Er is geen genezing: laat de boom vellen en ruim het hout met schors snel op.
- Iepenspintkever: Een kleine schorskever die kweekt in zieke en dode iepen. De jonge kevers vliegen uit en brengen de schimmelsporen naar gezonde bomen. Ruim dood iepenhout op.
- Bladgallen: Opgerolde bladeren of boonvormige gallen op het blad, gemaakt door bladluizen. Onschuldig.
- Wortelopslag: Uitlopers in het gazon of de border, vooral bij de gladde iep. Maai of knip ze geregeld weg.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien, alleen nu in de winter; snoeihout afvoeren.
- Februari: Laatste maand om te snoeien; de eerste bloempjes verschijnen.
- Maart: Bloei vóór het blad; nog plantseizoen.
- Mei: Vruchtjes rijp: meteen zaaien.
- Juni: Kijk naar verwelkende takken (iepziekte); niet snoeien.
- Juli: Opnieuw controleren op iepziekte; jonge bomen water bij droogte.
- Oktober: Gele herfstkleur.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien en hagen in vorm knippen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Hout
- Taai hout dat nat goed blijft: vroeger voor waterleidingen, wielnaven en kielen.
- Voor de natuur
- Waardplant van de zeldzame iepenpage, een vlindertje.
- Tuin en landschap
- Plant alleen rassen die resistent zijn tegen de iepziekte.
Goed voor dieren
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De iepziekte heet in het Engels ‘Dutch elm disease’, omdat Nederlandse onderzoeksters rond 1920 de schimmel als oorzaak ontdekten.
- Iepenhout is taai en blijft nat goed: vroeger maakte men er waterleidingen, wielnaven en kielen van.
- Amsterdam heeft nog altijd een van de grootste iepenbestanden ter wereld, dankzij een strenge aanpak van de iepziekte.
- De iepziekte wordt verspreid door iepenspintkevers: kleine kevers die de schimmelsporen meenemen van zieke naar gezonde bomen.
- Amsterdam telt tienduizenden iepen, onder meer langs de grachten. Dankzij een strenge aanpak van de iepziekte bleven ze grotendeels gespaard.