
Foto: Javier martin, Public domain · bron
Klimplant · Wijnstokfamilie (Vitaceae)
Wijnstok
Vitis vinifera · ook: Druif, Druivelaar
De wijnstok of druivelaar is een houtige klimplant die zich met ranken vastgrijpt aan draden, een rek of een pergola. Tegen een zonnige zuidmuur, over een pergola of in een serre geeft hij in september–oktober trossen druiven, en met de juiste rassen kun je ook buiten in België en Nederland goede druiven oogsten. Een wijnstok wordt kort gesnoeid: in de winter op het oude hout, in de zomer op de groene scheuten. Met de serres van Hoeilaart werd de Belgische tafeldruif wereldberoemd.
Let op: Druiven en rozijnen zijn giftig voor honden: ze kunnen de nieren beschadigen. Laat een hond geen afgevallen druiven eten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
tot 10 m, meestal kort gesnoeid
hoog
Bloei
juni
| Snoeimaanden | juni–juli en december–januari |
|---|---|
| Hoogte | tot 10 m, meestal kort gesnoeid |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Deels: zie Let op bovenaan |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een wijnstok?
- Groeivorm
- Houtige, rankende klimplant tot 10 m, maar meestal kort gesnoeid tegen een muur, rek of pergola.
- Blad
- Verspreid, 3–5-lobbig, grof getand, 10–20 cm.
- Schors
- Oudere stammen met in lange repen afschilferende schors.
- Bloem
- Kleine groenige, geurende bloempjes in trossen (juni).
- Vrucht
- Druiven in trossen, groen tot blauwzwart (september–oktober).
- Verschil met de wilde wingerd
- De wilde wingerd heeft ranken met hechtschijfjes en draagt geen druiven.
Bloei: juni · Oogst en vruchten: mei–juni en september–oktober · Snoeien: juni–juli en december–januari
Herkennen per kenmerk: Handvormig blad
Lijkt op, maar is het niet
- Wilde wingerd Parthenocissus: ranken met hechtschijfjes en geen druiven. Verschil met wilde wingerd
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Eigen druiven in september–oktober, als tafeldruif, sap of zelfgemaakte wijn.
- Een groen dak over een pergola, met schaduw in de zomer en zon in de winter.
- Met schimmelresistente rassen kan het ook zonder spuiten.
- Zelfbestuivend: één plant geeft al druiven.
- Neemt weinig plaats in tegen een muur, want hij wordt kort gesnoeid.
Waar staat een wijnstok graag?
- Volle zon en warmte: tegen een zuid- of zuidwestmuur, over een pergola of in een serre.
- Goed doorlatende grond, zonder natte voeten. Eens hij goed staat, wortelt hij diep en verdraagt hij droogte goed.
- Hij klimt met ranken die zich rond dunne steunen krullen, en hecht zich niet aan de muur zelf. Span horizontale draden om de 30–40 cm, 10–15 cm van de muur, zodat er lucht achter het blad kan.
- Beschut tegen koude wind: een warme muur vervroegt de rijping.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 8 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Vijgenboom: Ook een plant voor een warme zuidmuur: samen een zuiders hoekje.
- Perzik: Een andere leiboom voor dezelfde zonnige muur.
- Rozemarijn: Een groenblijvend, geurend struikje voor de droge, warme voet van de muur.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Mag klimmen in oude, grote bomen: zomereik, grove den, gewone esdoorn, zomerlinde
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wijnstok?
- Plant bij voorkeur in het voorjaar, na de strengste vorst.
- Kies een ras dat buiten in onze streken rijpt en weinig gevoelig is voor schimmels, zoals de tafeldruiven ‘Boskoop Glory’ en ‘Muscat Bleu’ (blauw) of ‘Lakemont’ (wit, pitloos), of de wijndruiven ‘Solaris’ en ‘Johanniter’ (wit) en ‘Regent’ (rood).
- Plant 20–30 cm van de muur, schuin naar de muur toe; zet een geënte plant met de entplaats boven de grond.
- Zet een stok bij de plant en leid één sterke scheut naar de draden: dat wordt de stam.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; later alleen in lange droge periodes, en nooit over het blad.
- Bemesten
- In maart wat compost; te veel stikstof geeft veel blad en meer schimmel.
- Trossen dunnen
- Laat per scheut één of twee trossen hangen: dan rijpen ze beter.
- Beschermen
- Hang rond de rijpende trossen papieren zakjes of gaas tegen wespen en vogels.
- Oogsten
- Druiven rijpen niet na: knip een tros pas als de druiven zoet smaken.
Tip: Zet een wijnstok tegen de warmste muur van je huis: elke graad extra warmte maakt de druiven vroeger rijp en zoeter.
Wanneer snoei je een wijnstok?
Snoeimaanden: juni–juli en december–januari.
Wanneer: Wintersnoei in december–januari, zomersnoei (groene scheuten) in juni–juli.
Hoe:
- Snoei in de winter de scheuten van vorig jaar terug tot 1–2 ogen op het gesteltak.
- Knip in de zomer de dragende scheuten in tot 2 bladeren voorbij de laatste tros, en haal overbodige scheuten en dieven weg.
- Haal in juli enkele bladeren rond de trossen weg, zodat de zon en de wind erbij kunnen.
Let op: Snoei niet vanaf februari: dan ‘bloedt’ de druivelaar hevig.
Vermeerderen
- Winterstek
- Neem bij de wintersnoei stukken eenjarig hout met 2–3 ogen, bewaar ze koel en steek ze in het voorjaar in een pot of in de grond; ze wortelen makkelijk.
- Afleggen
- Buig een lange scheut naar de grond en dek een stuk af met aarde: na een jaar heeft hij wortels.
Hoe komt een wijnstok de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Het hout is winterhard; de jonge scheuten zijn gevoelig voor nachtvorst in april–mei.
- Bind de stam en de gesteltakken na de wintersnoei opnieuw stevig vast.
Ziektes en plagen
- Echte meeldauw: Grijswitte, poederige laag op blad en druiven; de druiven barsten open. Kies een resistent ras en houd de plant luchtig.
- Valse meeldauw: Gele, olieachtige vlekken op het blad met wit pluis aan de onderkant, vooral in natte zomers. Haal aangetast blad weg en houd het blad droog.
- Grauwe schimmel: Grijs, pluizig rot in rijpe trossen bij nat weer. Dun de trossen en haal blad rond de trossen weg.
- Wespen en vogels: Aangevreten en leeggezogen druiven. Bescherm de trossen met papieren zakjes of gaas.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei afronden; stekhout nemen.
- Maart: Compost geven; draden en banden nakijken.
- April: Uitlopen: jonge scheuten beschermen tegen nachtvorst.
- Juni: Bloei; zomersnoei: dragende scheuten innijpen en dieven weghalen.
- Juli: Zomersnoei; trossen dunnen en blad rond de trossen weghalen.
- Augustus: Trossen beschermen tegen wespen en vogels.
- September: Oogst van de vroege rassen.
- Oktober: Oogst van de late rassen.
- December: Wintersnoei, na de bladval.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Tafeldruiven, sap, gelei of zelfgemaakte wijn; de jonge bladeren worden gevuld gegeten.
- Tuin en landschap
- Tegen een zonnige zuidmuur, over een pergola of in een serre.
Eetbaar en bruikbaar
- Blad (mei–juni)
- Pluk in mei en juni jonge, zachte, ongeveer handgrote bladeren net onder de scheuttop, van een wijnstok die niet bespoten werd. Ze worden gevuld met rijst en kruiden (dolma), gebruikt om vis of geitenkaas in te wikkelen op de barbecue, of gaan mee in een pot augurken om die krokant te houden.
- Vruchten (september–oktober)
- Druiven zijn rijp als de bessen zoet smaken en de pitjes bruin zijn; ze rijpen na het plukken niet meer na. Knip hele trossen met een schaar, op een droge dag. Vers, als sap of gelei, in taart, ingevroren als snoepje of, met wat geduld, voor zelfgemaakte wijn.
- Bewaring
- Druiven blijven een week goed in de koelkast; losse bessen kan je invriezen. Jonge bladeren blancheer je en vries je per tien opgerold in, of je legt ze in pekel in (zie recept). Druivensap kan je invriezen of in flessen pasteuriseren.
- Fermenteren
- Druiven zijn de klassieke vrucht voor wijn: de gisten zitten van nature op de schil. Van restjes wijn maak je wijnazijn. Druivenbladeren gaan traditioneel mee in de pot bij groenten die in pekel fermenteren: hun looistoffen houden augurken krokant.
Let op: Gebruik alleen blad en druiven van een wijnstok die niet, of lang genoeg voor de oogst niet meer, bespoten werd. Verwar de wijnstok niet met wilde wingerd (Parthenocissus): die klimt met hechtschijfjes, heeft blad met vijf deelblaadjes of drie scherpe lobben, en blauwzwarte besjes die je niet mag eten. Druiven en rozijnen zijn giftig voor honden.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Druivengelei (Gelei · ± 4 potten · 1 uur + 3 uur uitlekken)
- Ingelegde wijnbladeren (Andere · ± 50 bladeren (1 bokaal van 1 liter) · 45 min)
- Gevulde wijnbladeren met rijst en kruiden (Gerecht · ± 30 rolletjes (4 personen) · 1 uur + 45 min koken)
- Vers druivensap (Sap · ± 1 liter · 30 min + 1 uur uitlekken)
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De druiven uit de serres van Hoeilaart waren wereldberoemd: een Belgische tafeldruiventraditie.
- Druiven rijpen niet na de pluk: wat zuur geplukt is, blijft zuur.
- Het ‘bloeden’ in de lente is sap dat uit snoeiwonden druppelt als de wortels weer water oppompen.
- In de 19e eeuw vernielde de druifluis, een uit Amerika ingevoerd insect, het grootste deel van de Europese wijngaarden. Sindsdien staan de meeste wijnstokken op een Amerikaanse onderstam.
- De wilde wijnstok heeft aparte mannelijke en vrouwelijke planten; gekweekte druiven zijn tweeslachtig en kunnen zichzelf bestuiven.