
Foto: Hannes Grobe, CC BY-SA 4.0 · bron
Loofboom · Napjesdragersfamilie (Fagaceae)
Kurkeik
Quercus suber
De kurkeik is een groenblijvende eik uit het westen van het Middellandse Zeegebied, beroemd om zijn dikke, zachte en sponzige schors: daar komt de kurk van flessenstoppen vandaan. Hij heeft klein, getand blad dat onderaan grijs viltig is, en wordt in het zuiden 8–15 m hoog; bij ons blijft hij meestal kleiner. Hij is minder winterhard dan de steeneik en wil volle zon, een beschutte plek en droge, zure, goed doorlatende grond. In België en Nederland is hij een bijzondere boom voor liefhebbers, en alleen op de mildste plekken, zoals aan de kust of in de stad.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
8–15 m (in België meestal kleiner)
hoog
Bloei
mei
| Snoeimaanden | mei–juli |
|---|---|
| Hoogte | 8–15 m (in België meestal kleiner) |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een kurkeik?
- Groeivorm
- Groenblijvende boom van 8–15 m met een brede, onregelmatige kroon; in België meestal kleiner en trager groeiend.
- Blad
- Verspreid, groenblijvend, 3–7 cm, ovaal, met kleine stekelpuntige tanden; boven donkergroen, onder grijs viltig.
- Schors
- Zeer dik, lichtgrijs, diep gegroefd, kurkachtig en veerkrachtig: je kan er je duim in drukken. Na het schillen is de stam roodbruin.
- Bloem
- Gele, hangende katjes in april–mei.
- Vrucht
- Eikels van 2–3 cm in een napje met wat uitstaande schubben.
- Verschil met de steeneik
- De steeneik heeft een harde, in blokjes gebarsten schors zonder kurk.
- Verschil met de Lucombe-eik
- De Lucombe-eik (Quercus × hispanica) is een kruising met de moseik, half groenblijvend, met een minder dikke kurklaag; soms in parken.
Bloei: mei · Snoeien: mei–juli
Herkennen per kenmerk: Noten, eikels en kastanjes
Lijkt op, maar is het niet
- Steeneik Quercus ilex: harde, in blokjes gebarsten schors zonder kurk. Verschil met steeneik
- Lucombe-eik (Quercus × hispanica): kruising met de moseik, half groenblijvend, met een minder dikke kurklaag; soms in parken.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een unieke schors: dik, zacht en sponzig, je kan er je duim in drukken.
- Groenblijvend, met klein, grijsgroen blad: een stukje Middellandse Zee in de tuin.
- Een blikvanger: weinig tuinen hebben een levende kurkboom.
- Weinig snoei nodig.
Waar staat een kurkeik graag?
- Volle zon, op een warme plek, beschut tegen koude oostenwind: bijvoorbeeld voor een zuidmuur of in een beschutte stadstuin.
- Zure tot neutrale, droge en goed doorlatende grond, zoals zand; op kalkrijke grond kleurt het blad geel.
- Geen natte grond: natte voeten in de winter maken hem extra gevoelig voor vorst.
- Het mildst is het aan de kust en in de steden; in de Kempen en de Ardennen is de kans op vorstschade groot.
- Zo’n 8 m breed: past in een middelgrote tot ruime tuin.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 10 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Struikhei: Houdt ook van zure, droge zandgrond in de zon.
- Brem: Gele bloei in mei op dezelfde arme, zure grond.
- Rozemarijn: Geurige mediterrane struik voor de zonnige voet van de boom.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kurkeik?
- Plant in het voorjaar (april–mei), als de zwaarste vorst voorbij is, zodat hij voor de winter kan wortelen.
- Koop een jonge plant in een pot; groenblijvende eiken verdragen verplanten slecht.
- Plant hem even diep als hij in de pot stond en meng op lemige grond grof zand door de plantgrond, zodat het water goed wegloopt.
- Geef water na het planten en de eerste zomers bij droogte; daarna is hij droogtebestendig.
- In een koude streek kan je een jonge kurkeik ook enkele jaren in een grote pot kweken en die in strenge winters op een koele, lichte en vorstvrije plek zetten.
Verzorgen
- Water
- De eerste zomers bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; geef geen kalk en geen verse mest.
- Winterbescherming
- Bescherm een jonge boom in strenge winters met een vlies over de kroon en een laag mulch rond de voet.
- Schors
- Pel er geen kurk af: in de tuin oogst je geen kurk, en wie de levende laag onder de kurk beschadigt, verzwakt de boom.
Tip: Wil je de kurk goed zien, kroon de boom dan geleidelijk op en plant er geen hoge struiken voor: de dikke, grillige kurkstam is zijn mooiste kenmerk.
Wanneer snoei je een kurkeik?
Snoeimaanden: mei–juli.
Wanneer: In de late lente of vroege zomer (mei–juli), na de laatste vorst.
Hoe:
- Weinig snoei nodig: haal dode, zieke en kruisende takken weg.
- Zijn er in de winter takken doodgevroren, wacht dan tot mei–juni met wegknippen. Bescherm een jonge boom in strenge winters met een vlies en een laag mulch rond de voet.
- Kroon een jonge boom geleidelijk op, zodat de kurkstam zichtbaar wordt.
Let op: Snoei niet in herfst of winter: verse wonden en de nieuwe uitloop die erop volgt, zijn dan gevoelig voor vorst.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai verse eikels in de herfst in een diepe pot en houd ze vorstvrij; laat ze niet uitdrogen. Plant de jonge boompjes pas na enkele jaren uit, in het voorjaar.
Hoe komt een kurkeik de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Minder winterhard dan de steeneik: een oudere boom verdraagt korte tijd ongeveer −10 °C, maar bij strengere of langdurige vorst verbruint het blad en sterven takken af.
- Jonge bomen zijn het gevoeligst: bescherm ze bij strenge vorst met een vlies over de kroon en een dikke laag mulch rond de voet, of kweek ze in een pot die je vorstvrij kan zetten.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruin blad en dode twijgen na een strenge winter. Wacht tot mei–juni en knip dan het dode hout weg.
- Geel blad: Op kalkrijke grond wordt het blad geel tussen de nerven. Plant hem op zure tot neutrale grond.
- Natte grond: In natte, zware grond rotten de wortels en is de boom gevoeliger voor vorst.
- Bladval in het voorjaar: Na de nieuwe uitloop valt een deel van het oude blad: dat is normaal voor een groenblijvende eik.
Het jaar rond
- Maart: Winterbescherming weghalen als het milder wordt.
- April: Plantseizoen voor jonge planten in een pot; de bloei (katjes) begint.
- Mei: Snoeien kan: doodgevroren takken weg na de laatste vorst.
- Juni: Snoeien kan nog; jonge bomen water bij droogte.
- Juli: Laatste maand om te snoeien.
- Oktober: Eikels rijp: zaaien in een pot.
- November: Mulch rond de voet van jonge bomen leggen.
- December: Jonge bomen bij strenge vorst beschermen met een vlies.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Ook gebruikt voor
- Kurk voor flessenstoppen, isolatie, vloeren en schoenzolen; de boom blijft leven als de kurk geoogst wordt.
- Tuin en landschap
- Bijzondere boom voor een beschutte, zonnige plek; bij ons alleen in milde streken en vooral jong vorstgevoelig.
- Voor de natuur
- De kurkeikenbossen (montados) in Portugal en Spanje zijn rijk aan vogels, zoals de kraanvogel in de winter.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Om de 9 à 12 jaar wordt de kurk met de hand van de stam gepeld, zonder de boom te schaden. Portugal levert ongeveer de helft van alle kurk ter wereld.
- De eerste kurk, de ‘maagdenkurk’, is te ruw voor flessenstoppen; pas vanaf de derde oogst is de kurk goed genoeg. De boom is dan al zo’n 40 jaar oud.
- In Portugal schildert men na de oogst het laatste cijfer van het jaartal op de stam: zo weet men wanneer de boom opnieuw geschild mag worden.