Reuzenlevensboom (Thuja plicata)

Foto: Jean-Pol GRANDMONT, CC BY-SA 3.0 · bron

Naaldboom · Cipresfamilie (Cupressaceae)

Reuzenlevensboom

Thuja plicata

De reuzenlevensboom (Thuja plicata) komt uit het westen van Noord-Amerika, van Alaska tot Californië, en is daar een woudreus van 50 m en meer. Bij ons wordt hij 25–40 m hoog: vrij uitgegroeid een grote parkboom met hangende, glanzend donkergroene twijgwaaiers die bij kneuzen naar ananas ruiken. In tuinen kennen we hem vooral als haag: hij groeit snel, blijft ook in de schaduw dicht en verdraagt de schaar beter dan de meeste coniferen. Blad en twijgen zijn giftig bij opeten, ook voor vee.

Let op: Blad en twijgen zijn giftig bij opeten, voor mensen en dieren: leer kinderen er niet op te kauwen, en gooi snoeiafval nooit in een weide of bij paarden, koeien, schapen, konijnen of cavia’s. Het zaagsel van het hout kan allergie en astma veroorzaken, en het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het knippen.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    25–40 m

    hoog

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni en augustus–september
Hoogte25–40 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een reuzenlevensboom?

Groeivorm
Boom van 25–40 m met een kegelvormige kroon van zo’n 8 m en een rechtopstaande top; als haag meestal 1,5–4 m.
Blad
Schubbladeren in platte, wat hangende twijgwaaiers; boven glanzend donkergroen, onder met witte vlekjes. Gekneusd ruiken ze zoet naar ananas.
Schors
Roodbruin, in lange, zachte en vezelige repen; de stamvoet is vaak breed uitlopend en gegroefd.
Kegels
Rechtopstaande, langwerpige kegeltjes van 1–1,5 cm met 10–12 schubben die als een bloempje openen.
Verschil met de Westerse levensboom
De Westerse levensboom heeft dof geelgroen blad zonder witte vlekjes dat in de winter bruinig wordt, en blijft kleiner.
Verschil met de Californische cipres
De Californische cipres heeft blad dat harsig ruikt, met een witte X-tekening, en bolronde kegeltjes.

Snoeien: mei–juni en augustus–september

Herkennen per kenmerk: Schubjes in plaats van naalden

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een snelle, dichte haag die het hele jaar donkergroen blijft, ook in de winter.
  • Blijft ook in de schaduw dicht, beter dan de Westerse levensboom.
  • Verdraagt snoei beter dan de meeste coniferen.
  • Vrij uitgegroeid een statige parkboom met een roodbruine, vezelige stam.

Waar staat een reuzenlevensboom graag?

  • Zon, halfschaduw en zelfs schaduw: als haag blijft hij ook naast hoge bomen vrij dicht.
  • Elke grond, zuur of kalkrijk, die niet uitdroogt en niet drassig is; hij houdt van een frisse, vochthoudende grond.
  • Op droge zandgrond en tegen een hete zuidmuur heeft hij het in droge zomers moeilijk.
  • Vrij uitgegroeid wordt hij 25–40 m hoog en zo’n 8 m breed: alleen voor een park of een heel ruime tuin. In een gewone tuin houd je hem als geknipte haag.
Licht
Zon tot schaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
30 m hoog, 8 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Skimmia: Een lage, groenblijvende struik voor de schaduw vóór de haag, met geurige bloempjes in het voorjaar.
  • Witte kornoelje: Rode twijgen in de winter, die oplichten tegen een donkergroene haag.
  • Toverhazelaar: Gele of oranje winterbloei die mooi afsteekt tegen het donkere groen.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Liever niet bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een reuzenlevensboom?

  1. Plant met kluit of uit pot in september–oktober of in maart–april.
  2. Voor een haag: 2–3 planten per meter, naargelang de maat.
  3. Graaf een ruime sleuf, meng compost door de grond en zet de planten even diep als ze stonden.
  4. Geef meteen ruim water en het eerste jaar elke week bij droogte; een laag mulch houdt de grond vochtig.

Verzorgen

Water
De eerste twee jaar regelmatig bij droogte; ook later in lange droge zomers.
Bemesten
In maart–april wat compost of organische mest langs de haag.
Hoogte
Hij groeit snel: houd een haag vanaf het begin op hoogte, want een te hoge haag krijg je later moeilijk lager.
Binnenkant
In de herfst kleuren de oudste schubbladeren binnenin bruin en vallen ze af: dat is normaal.

Tip: Voor een haag in de schaduw is de reuzenlevensboom de beste thuja. Kies een haagras zoals ‘Atrovirens’: glanzend donkergroen en ook in de winter mooi van kleur.

Wanneer snoei je een reuzenlevensboom?

Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.

Wanneer: Een haag knip je in mei–juni en eind augustus, uiterlijk half september. Kijk eerst of er geen vogels broeden.

Hoe:

  • Knip alleen in het groen. Hij verdraagt snoei beter dan de meeste coniferen, maar een kale, bruine plek groeit traag of niet meer dicht.
  • Houd de haag bovenaan iets smaller dan onderaan, en knip de top in zodra hij de gewenste hoogte haalt.
  • Een vrijstaande boom hoeft niet gesnoeid te worden; laat de onderste takken staan.

Let op: Kijk eerst of er geen vogels broeden, en draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Trek in augustus–september een zijtakje van 10–15 cm met een hieltje van de tak en laat het wortelen in stekgrond onder glas of in een koude bak.
Afleggen
Onderste takken die op de grond liggen, kunnen wortel schieten: pin er een vast in de grond en snijd hem na een jaar los.

Hoe komt een reuzenlevensboom de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard, en anders dan de Westerse levensboom blijft hij ook in de winter mooi groen.
  • Schud natte sneeuw van de haag: anders buigen de takken uit elkaar.

Ziektes en plagen

  • Droogte: Bruine plekken na een droge zomer, vooral op zand en tegen een zuidmuur. Geef water en mulch; dode stukken groeien traag of niet meer dicht.
  • Wortelrot: Op natte grond verkleuren planten bruin en sterven ze af (Phytophthora). Vervang ze pas als de afwatering verbeterd is.
  • Kaal aan de voet: Een haag die onderaan kaal wordt, krijgt daar te weinig licht. Knip hem bovenaan smaller dan onderaan.
  • Hondenplas en strooizout: Bruine plekken aan de voet van een haag langs de straat. Spoel met veel water, en plant een nieuwe haag liever wat verder van de stoep.

Het jaar rond

  • Maart: Planten (maart–april); compost langs de haag.
  • Mei: Eerste knipbeurt (mei–juni); kijk eerst of er geen vogels broeden.
  • Juni: Knippen kan nog; water bij droogte.
  • Juli: Jonge hagen water geven bij droogte.
  • Augustus: Tweede knipbeurt eind augustus; stekken nemen.
  • September: Uiterlijk half september de laatste knipbeurt; plantseizoen begint.
  • December: Natte sneeuw van de haag schudden.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Snelle, groenblijvende haag die ook in de schaduw dicht blijft; vrij uitgegroeid een grote parkboom.
Hout
Licht, rotvast hout (‘western red cedar’) voor gevelbekleding, dakspanen, tuinhuizen en sauna’s.

Let op: Blad en twijgen zijn giftig bij opeten, ook voor vee. Het zaagsel kan allergie veroorzaken.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De inheemse volken aan de Noord-Amerikaanse westkust maakten van zijn rotvaste hout hun totempalen, huizen en kano’s.
  • Het lichte, rotvaste hout ken je als ‘western red cedar’: voor gevelbekleding, dakspanen, tuinhuizen en sauna’s.
  • Onderste takken die de grond raken, schieten wortel: rond een oude, vrijstaande boom kan zo een kring van nieuwe stammen ontstaan.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…