
Foto: Meneerke bloem, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Bosroos
Rosa arvensis
De bosroos is een lage wilde roos van bosranden en lichte loofbossen, met lange, dunne stengels die over de grond kruipen of door struiken omhoogklimmen. In juni–juli draagt ze witte bloemen met in het midden een zuiltje van vergroeide stijlen, in de herfst kleine rode bottels. Ze is een van de weinige rozen die zich thuis voelen in halfschaduw en schaduw, het liefst op kalkrijke of lemige grond. In het wild is ze bij ons zeldzaam; laat haar door een haag klimmen of als bodembedekker onder bomen kruipen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
0,5–2 m, kruipend of klimmend
hoog
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,5–2 m, kruipend of klimmend |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een bosroos?
- Groeivorm
- Lage roos van 0,5–2 m, kruipend of klimmend; zonder steun vormt ze een losse mat van zo’n 2 m breed.
- Blad
- Verspreid, geveerd met 5–7 eironde, enkelvoudig gezaagde blaadjes van 1–3,5 cm; dun en kaal, onderzijde lichter.
- Stengels
- Lange, dunne, groene tot paarsachtige stengels die over de grond kruipen of door struiken klimmen, met verspreide, gebogen stekels.
- Bloem
- Witte bloemen (3–5 cm) in juni–juli, nauwelijks geurend; in het midden staan de stijlen samen als een zuiltje, ongeveer even lang als de meeldraden.
- Vrucht
- Kleine, ronde tot ovale, rode bottels (1–1,5 cm); de kelkblaadjes vallen al vroeg af.
- Verschil met de hondsroos
- De hondsroos is een grotere, rechtopgaande struik met (bleek)roze bloemen en vrije stijlen.
Bloei: juni–juli · Oogst en vruchten: juni–juli en september–oktober · Snoeien: februari–maart
Herkennen per kenmerk: Rode bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Hondsroos Rosa canina: een grotere, rechtopgaande struik met (bleek)roze bloemen en vrije stijlen. Verschil met hondsroos
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een wilde roos voor de schaduw, waar de meeste rozen niet willen bloeien.
- Witte bloemen in juni–juli voor bijen en zweefvliegen.
- Kleine rode bottels voor de vogels in de herfst en winter.
- Klimt door een haag of kruipt als bodembedekker: ze neemt weinig plaats in.
- Inheems en zeldzaam: met een bosroos in je tuin help je een bedreigde soort.
Waar staat een bosroos graag?
- Halfschaduw tot schaduw: een bosrand, de voet van een haag of de grond onder hoge bomen. In lichte schaduw bloeit ze het rijkst.
- Kalkrijke of lemige, humusrijke grond die gewoon vochtig blijft; geen natte voeten en geen kurkdroog zand.
- Reken op zo’n 2 m breed; door een haag of struik geleid neemt ze nog minder grondoppervlak in.
- Licht
- Halfschaduw of schaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hazelaar: Een struik om door te klimmen in de halfschaduw; de witte rozen bloeien als de hazelaar volop in blad staat.
- Haagbeuk: Een haag waar de bosroos doorheen kan klimmen: witte bloemen tussen het groen in juni.
- Wilde kamperfoelie: Een andere inheemse klimmer voor de bosrand, die ’s avonds geurt.
- Rode kornoelje: Een inheemse struik voor dezelfde kalkrijke bosrand, met rode twijgen in de winter.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdraagt schaduw en past onder grote bomen zoals: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bosroos?
- Koop een bosroos bij een kwekerij met inheems plantgoed, en haal nooit planten uit de natuur: in het wild is ze zeldzaam.
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; uit pot kan het ook in het voorjaar of de herfst.
- Zet haar aan de voet van een haag, een hazelaar of een oude struik, zodat de stengels erdoor kunnen klimmen.
- Werk wat bladcompost door de grond en geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Enkel het eerste jaar bij droogte; daarna redt ze zich in de schaduw prima.
- Bemesten
- Niet nodig; een laagje bladcompost in de herfst is genoeg.
- Leiden
- Leid lange stengels in de goede richting door de haag of struik; de rest doet ze zelf.
- Stekels
- Draag handschoenen als je de stengels leidt of snoeit.
Tip: Heb je een donkere hoek onder bomen of een kale haagvoet? Laat er een bosroos kruipen of klimmen: zo krijg je witte rozen waar geen tuinroos wil groeien.
Wanneer snoei je een bosroos?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eind van de winter.
Hoe:
- Knip hoogstens te lange of dode stengels weg.
- Ze bloeit op de stengels van vorig jaar: knip dus niet alles in, anders blijven bloemen en bottels uit.
- Wordt een oude plant een kaal gewirr, haal dan enkele van de oudste stengels bij de grond weg.
Let op: Snoei niet in het broedseizoen, en laat de bottels in de herfst hangen voor de vogels.
Vermeerderen
- Afleggen
- Leg in het voorjaar een lange stengel op de grond en dek een stukje af met aarde; na een jaar heeft het wortels en knip je het los.
- Stekken
- Steek in de herfst stukken van 20–25 cm eenjarig hout in de grond, op een beschutte plek; een deel ervan wortelt.
- Zaaien
- Haal de zaden in de herfst uit rijpe bottels en zaai ze buiten in een pot; ze kiemen vaak pas na een of twee winters.
Hoe komt een bosroos de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De kleine rode bottels blijven nog een tijd hangen: voer voor merels en lijsters.
Ziektes en plagen
- Weinig bloei: In diepe schaduw groeit ze wel, maar bloeit ze minder. Geef haar een plek met wat licht van opzij of in de ochtend.
- Bladluis: Groene luizen op de jonge scheuten in het voorjaar. Lieveheersbeestjes en mezen ruimen ze op.
- Meeldauw: Witte laag op het blad in de nazomer. Een wilde roos verdraagt dat goed; ruim aangetast blad op.
Het jaar rond
- Februari: Dode en te lange stengels wegknippen.
- Maart: Laatste maand voor snoei en planten met wortelgoed.
- April: Stengels door de haag leiden; afleggen.
- Mei: Let op bladluizen op de jonge scheuten.
- Juni: De bloei begint: witte bloemen in de schaduw.
- Juli: Laatste bloemen; bijen en zweefvliegen.
- Oktober: Bottels kleuren rood; laat ze hangen voor de vogels.
- November: Planten; stekken van eenjarig hout.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Wilde roos voor de schaduw: laat haar door een haag of bosrand klimmen of als bodembedekker kruipen.
- Voor de natuur
- Bloemen voor bijen en zweefvliegen, bottels voor vogels.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–juli)
- Pluk de witte bloemen in juni en juli op een droge, zonnige ochtend, als ze net open zijn. Knijp de blaadjes los en schud er de insecten uit. Pluk per struik maar een deel van de bloemen, zodat er ook bottels komen. De blaadjes ruiken zacht naar roos: gebruik ze vers voor siroop of suiker.
- Vruchten (september–oktober)
- De kleine, rode bottels zijn rijp in september en oktober, als ze helderrood zijn en bij een zachte druk iets meegeven. Ze hebben weinig vruchtvlees; daarom kook je ze het makkelijkst heel en laat je het sap uitlekken door een doek, voor thee of gelei, in plaats van elke bottel te ontpitten. Haal steeltje en kelkrest weg en laat de pitjes met hun jeukende haartjes nooit in je eten.
- Bewaring
- Droog de bloemblaadjes los op papier of een rooster in de schaduw en bewaar ze in een gesloten pot, in het donker. Verse blaadjes houden een dag in de koelkast. Bottels kan je heel invriezen of drogen op een rooster in de schaduw of in de oven op 40 à 50 °C. Gelei houdt een jaar in uitgekookte potten.
Let op: De bottels hebben pitjes met fijne, jeukende haartjes: zeef ze altijd weg en giet thee en sap door een fijne doek of koffiefilter. Pluk alleen bloemen en bottels van onbespoten struiken, ver van drukke wegen en akkers; rozen uit het tuincentrum kunnen behandeld zijn. Ben je gevoelig voor stuifmeel, proef dan eerst een klein beetje van de blaadjes. Verwar de rode bottels niet met giftige rode bessen zoals die van kardinaalsmuts, taxus of rode kamperfoelie. Pluk niet in natuurreservaten, laat in het wild genoeg bloemen en bottels staan en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Rozenblaadjessiroop (Siroop · ± 600 ml · 30 min + 1 nacht trekken)
- Rozenblaadjessuiker (Andere · ± 1 pot van 250 ml · 20 min + 2 dagen drogen)
- Thee van gedroogde bottels (Thee · ± 1 liter (4 koppen) · 5 min + 15 min trekken)
- Bottelgelei met appel (Gelei · ± 4 potjes van 250 ml · 1,5 uur + 1 nacht uitlekken)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bosroos is de stamvader van de Ayrshire-rozen: oude Schotse klimrozen die tot hoog in een boom kunnen klimmen.
- Het zuiltje van vergroeide stijlen in het hart van de bloem is het beste kenmerk: bij de hondsroos en de meeste andere wilde rozen staan de stijlen los.
- Ze is een van de weinige wilde rozen die echt schaduw verdragen.