
Foto: No machine-readable author provided. Carlomorino assumed (based on copyright claims)., Public domain · bron
Loofboom · Napjesdragersfamilie (Fagaceae)
Moseik
Quercus cerris · ook: Turkse eik
De moseik is een snelgroeiende eik van 25–35 m uit Zuid- en Zuidoost-Europa en Turkije, die bij ons al lang in parken en lanen wordt aangeplant. Je herkent hem aan het smalle, onregelmatig gelobde blad, aan de lange draadjes rond de knoppen en aan het ‘harige’ napje van de eikels, waaraan hij zijn naam dankt. Hij verdraagt droogte en kalk beter dan onze inheemse eiken, maar is voor de natuur minder rijk dan de zomereik en de wintereik. Met een kroon van zo’n 15 m is hij te groot voor een gewone tuin: plant hem alleen in een park, een laan of een heel ruime tuin.
Let op: Eikels en jong blad zijn in grote hoeveelheden giftig voor paarden en runderen. In de zomer kan de eikenprocessierups ook op de moseik brandharen verspreiden: vermijd contact met de nesten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
25–35 m
hoog
Bloei
mei
| Snoeimaanden | juli–augustus en november–februari |
|---|---|
| Hoogte | 25–35 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Deels: zie Let op bovenaan |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een moseik?
- Groeivorm
- Grote boom van 25–35 m met een rechte stam en een brede, koepelvormige kroon van zo’n 15 m.
- Blad
- Verspreid, 6–12 cm, langwerpig met 4–8 paar spitse, onregelmatige lobben; bovenzijde wat ruw, onderzijde grijs behaard. Rond de knoppen lange, draadvormige steunblaadjes.
- Schors
- Donkergrijs en diep gegroefd in lange platen; in de groeven oranjebruin.
- Bloem
- Hangende, gele katjes in mei, met het jonge blad.
- Vrucht
- Eikels in een napje met lange, krullende schubben (vandaar mos-eik); ze rijpen pas in het tweede jaar.
- Verschil met de zomereik
- De zomereik heeft blad met afgeronde lobben en oortjes, geen draadjes rond de knoppen en een glad napje.
- Verschil met de Amerikaanse eik
- De Amerikaanse eik heeft een veel groter blad met naaldpuntige lobben en een lang gladde schors.
Bloei: mei · Snoeien: juli–augustus en november–februari
Herkennen per kenmerk: Gelobd blad (zoals een eik) · Noten, eikels en kastanjes
Lijkt op, maar is het niet
- Zomereik Quercus robur: blad met afgeronde lobben en oortjes, geen draadjes rond de knoppen en een glad napje. Verschil met zomereik
- Amerikaanse eik Quercus rubra: veel groter blad met naaldpuntige lobben en een lang gladde schors. Verschil met Amerikaanse eik
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit snel en wordt een statige parkboom.
- Verdraagt droogte, kalk en stadsomstandigheden beter dan onze inheemse eiken.
- Een mooie, diep gegroefde schors met oranjebruine groeven.
- Fijn ingesneden blad en eikels met een opvallend ‘harig’ napje.
Waar staat een moseik graag?
- Volle zon.
- Bijna elke grond, het liefst goed doorlatend: ook droog zand en kalkrijke grond.
- Verdraagt droogte, hitte en wind goed.
- Reken op 25–35 m hoog en een kroon van zo’n 15 m: alleen voor een park, een laan of een heel ruime tuin, op ruime afstand van gebouwen.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 30 m hoog, 15 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Spaanse aak: Inheemse kleine boom die net als de moseik droogte en kalk verdraagt; mooi in de rand van de kroon.
- Hulst: Groenblijvende, inheemse struik voor de halfschaduw onder grote bomen.
- Klimop: Groenblijvende bodembedekker voor de droge schaduw onder de kroon.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houden van de zure grond onder deze boom: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een moseik?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; een jonge boom slaat het best aan.
- Graaf een ruim plantgat en knik de penwortel niet.
- Zet een steunpaal aan de windkant en bind de stam losjes vast; haal paal en band na 2–3 jaar weg.
- Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; daarna redt hij zich, ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Laat het blad liggen onder de boom: dat wordt vanzelf humus.
- Vormsnoei
- Begeleid een jonge boom naar één doorgaande stam en een stevige kroon; later is weinig snoei nodig.
- Eikenprocessierups
- Ook de moseik kan nesten krijgen: kijk in mei–juli op de stam en dikke takken, zeker bij een pad of speelplaats.
Tip: Kies je een eik voor de natuur, plant dan liever een inheemse zomereik of wintereik: die dragen veel meer insecten en vogels. De moseik is vooral een keuze voor droge, kalkrijke grond of een plek in de stad waar onze eiken het moeilijk hebben.
Wanneer snoei je een moseik?
Snoeimaanden: juli–augustus en november–februari.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Vormsnoei in de winter of in de zomer.
Hoe:
- Snoei vooral jong om een stevige kroon te vormen; daarna weinig.
- Kies bij een jonge boom één doorgaande leider en haal concurrerende toppen en te laag hangende takken geleidelijk weg.
- Zaag grote takken in drie stappen, net buiten de takkraag.
Let op: Zie je nesten van de eikenprocessierups? Snoei dan niet zelf, maar laat ze professioneel verwijderen.
Vermeerderen
- Zaaien
- De eikels rijpen pas in hun tweede herfst. Zaai ze vers, in oktober, 3–5 cm diep in een pot of op de plek, en laat ze niet uitdrogen.
Hoe komt een moseik de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter herken je hem aan de knoppen met lange, krullende draadjes (de steunblaadjes) en aan de diep gegroefde schors met oranjebruine groeven.
Ziektes en plagen
- Eikenprocessierups: Rupsen in groepen met brandharen, in nesten op stam en takken (mei–juli). Niet aanraken; laat de nesten door een vakman verwijderen.
- Eikenmeeldauw: Witte schimmellaag op jong blad, vooral op de tweede uitloop in de zomer. Onschuldig voor een oudere boom.
- Knoppergallen: Niet op de moseik zelf: de galwesp die hij herbergt, misvormt de eikels van zomereiken in de buurt tot kleverige knoppergallen.
- Grote takken: Laat een oude boom bij paden of gebouwen om de paar jaar nakijken door een boomverzorger.
Het jaar rond
- Januari: Dode en gebroken takken weg; vormsnoei in de winter.
- Februari: Laatste maand voor vormsnoei in de winter en om te planten.
- April: Bladuitloop: niet snoeien.
- Mei: Bloei (katjes); let op nesten van de eikenprocessierups.
- Juli: Zomersnoei van jonge bomen; processierupsen blijven een aandachtspunt.
- Augustus: Zomersnoei kan nog; jonge bomen water bij droogte.
- Oktober: Rijpe eikels rapen om te zaaien.
- November: Plantseizoen begint; vormsnoei in de winter kan.
- December: Dode takken weg; vormsnoei in de winter.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Snelgroeiende parkboom die droogte en kalk goed verdraagt.
- Hout
- Het hout scheurt en werkt sterk; het dient vooral als brandhout.
- Voor de natuur
- Nodig voor de knoppergalwesp; verder minder rijk aan insecten dan onze inheemse eiken.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Zonder moseik geen knoppergallen: de galwesp die de eikels van de zomereik misvormt, heeft voor haar tweede generatie de katjes van de moseik nodig.
- De naam moseik verwijst naar het napje met lange, krullende schubben, dat eruitziet alsof het met mos begroeid is.
- Kruisingen van de moseik met de kurkeik heten Lucombe-eik (Quercus × hispanica): half groenblijvende bomen met een dunne kurklaag, soms te zien in parken.