Boomhazelaar (Corylus colurna)

Foto: Michael Kranewitter, CC BY-SA 3.0 at · bron

Loofboom · Berkenfamilie (Betulaceae)

Boomhazelaar

Corylus colurna · ook: Turkse hazelaar

De boomhazelaar is een hazelaar die een echte boom wordt: 15–25 m hoog, met een rechte stam en een regelmatige, kegelvormige kroon. Hij komt uit Zuidoost-Europa en West-Azië. In februari–maart hangen er lange, gele katjes aan de takken, en in de herfst volgen kleine, harde hazelnoten in een diep ingesneden, gekruld omhulsel. Hij verdraagt droogte, verharding en strooizout, en is daarom een geliefde straatboom. Voor een gewone tuin wordt hij te groot; in een ruime tuin, een park of langs een straat staat hij op zijn plaats.

Let op: Het stuifmeel kan al in februari–maart hooikoorts geven. Vallende noten en hulzen bevuilen in de herfst voetpad en terras.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    15–25 m

    hoog

  • Bloei

    februari–maart

Feiten op een rij
Snoeimaandennovember–maart
Hoogte15–25 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeifebruari–maart

Herkennen

Hoe herken je een boomhazelaar?

Groeivorm
Boom van 15–25 m met een rechte stam en een regelmatige, kegelvormige kroon.
Blad
Verspreid, 8–12 cm, breed eivormig met een hartvormige voet, grof dubbel gezaagd tot ondiep gelobd; vrij glad.
Schors
Lichtgrijs tot grijsbruin, kurkachtig en in kleine schubben afschilferend.
Bloem
Lange, gele mannelijke katjes (tot 12 cm) in februari–maart.
Vrucht
Hazelnoten in trosjes, elk in een diep ingesneden, gekruld en behaard omhulsel; kleiner en harder dan gewone hazelnoten.
Verschil met de hazelaar
De hazelaar is een meerstammige struik met zacht behaard blad en noten in een korter, bladachtig omhulsel.
Verschil met de haagbeuk
De haagbeuk heeft kleiner, sterk geplooid blad en nootjes aan drielobbige vleugelblaadjes.

Bloei: februari–maart · Oogst en vruchten: september–oktober · Snoeien: november–maart

Herkennen per kenmerk: Hartvormig blad · Bloei in de winter · Noten, eikels en kastanjes

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groeit uit tot een rechte, regelmatige boom die weinig snoei nodig heeft.
  • Verdraagt droogte, verharding en strooizout: een taaie boom voor straat en stad.
  • Lange gele katjes in februari–maart: vroeg stuifmeel voor de bijen.
  • Noten voor eekhoorns, gaaien en spechten.

Waar staat een boomhazelaar graag?

  • Een zonnige plek; daar groeit hij het regelmatigst.
  • Elke goed doorlatende grond, ook kalkrijk, zandig of stenig; hij verdraagt droogte goed.
  • Reken op 15–25 m hoog en ongeveer 8 m breed: te groot voor een gewone tuin, maar goed voor een ruime tuin, een park, een laan of een straat.
  • Plant hem niet boven een terras of oprit: vallende noten en hulzen bevuilen de verharding.
Licht
Volle zon
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Droog
Grootte
18 m hoog, 8 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Hazelaar: Een struik voor de onderlaag van een houtkant of een gemengde haag, met grotere noten.
  • Spaanse aak: Even taai en droogtebestendig, voor een gemengde laan of houtkant.
  • Kleine maagdenpalm: Een wintergroene bodembedekker voor de droge grond onder de kroon.
  • Sneeuwklokje: Bloeit in februari onder de boom, samen met de katjes.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een boomhazelaar?

  1. Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
  2. Zet een steunpaal aan de windkant en geef ruim water na het planten.
  3. Als laanboom: houd 8–10 m tussen de bomen.
  4. Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna redt hij zich ook op droge grond.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
Bemesten
Niet nodig.
Opkronen
Een straat- of laanboom kroon je in de winter geleidelijk op: elk jaar enkele van de laagste takken weg, tot de gewenste hoogte.
Noten
Raap de noten in september–oktober; ze zijn eetbaar, maar klein en hard. Ruim ze op bij paden en terrassen.

Tip: Wil je vooral noten oogsten, plant dan een gewone hazelaar of een lambertsnoot; de boomhazelaar plant je om zijn vorm en zijn taaiheid.

Wanneer snoei je een boomhazelaar?

Snoeimaanden: november–maart.

Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Moet er toch gesnoeid worden, doe het dan in de winterrust (november–maart).

Hoe:

  • Weinig snoei nodig; de kegelvormige kroon groeit vanzelf.
  • Een straatboom kroon je geleidelijk op: haal elk jaar enkele van de laagste takken weg, nooit te veel tegelijk.

Let op: Laat de top van een jonge boom staan: wie de top wegknipt, krijgt meerdere toppen en verliest de regelmatige kegelvorm.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Zaai verse noten in de herfst buiten, beschermd tegen muizen en eekhoorns; ze kiemen in het voorjaar.
Enten
De boomhazelaar is zelf een onderstam: kwekers enten er hazelaars op stam op.

Hoe komt een boomhazelaar de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard.
  • De katjes staan de hele winter al klaar aan de twijgen; in februari–maart gaan ze open.

Ziektes en plagen

  • Droogte na het planten: Een pas geplante boom lijdt onder droogte: geef het eerste jaar water, ook al verdraagt hij later droogte goed.
  • Vallende noten en hulzen: Ze bevuilen voetpad en terras in de herfst. Plant hem niet boven verharding waar dat stoort.
  • Eekhoorns en gaaien: Ze halen veel noten weg. Wil je zelf oogsten, plant dan een gewone hazelaar.

Het jaar rond

  • Januari: Wintersnoei: dode takken weg en opkronen.
  • Februari: Bloei: lange gele katjes.
  • Maart: Katjes; laatste maand voor snoei en planten.
  • September: Noten rijpen in hun gekrulde omhulsel.
  • Oktober: Noten rapen bij paden en terrassen.
  • November: Plantseizoen begint; vormsnoei kan beginnen.
  • December: Vormsnoei en opkronen.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Stevige straatboom die droogte, verharding en strooizout verdraagt.
Eten en drinken
De noten zijn eetbaar en smaken als hazelnoten, maar de dop is hard en ze zijn klein.
Voor de natuur
Stuifmeel in de late winter; noten voor eekhoorns, gaaien en spechten.

Let op: Het stuifmeel kan hooikoorts geven. Vallende noten en hulzen bevuilen het voetpad.

Eetbaar en bruikbaar

Noten (september–oktober)
Raap de noten in september en oktober van de grond, zodra ze vallen. Ze vallen vaak samen met hun gekrulde, behaarde en stekelige omhulsel: draag handschoenen. Raap om de paar dagen, want eekhoorns en gaaien zijn je snel voor. Leg de noten in een emmer water en gooi wat blijft drijven weg: die zijn leeg of aangetast. Noten met een rond gaatje bevatten vaak een larve van de hazelnootboorder; gooi die ook weg. Laat de noten 2–3 weken drogen op een luchtige plek, in een enkele laag, en kraak ze daarna met een stevige notenkraker. Reken op ongeveer een derde pit; laat zeker een deel liggen voor de dieren.
Bewaring
Gedroogde noten in de dop houden 6–12 maanden in een netzak of kartonnen doos op een koele, droge, luchtige plaats. Gekraakte pitten bewaar je luchtdicht in de koelkast (3 maanden) of in de diepvries (tot een jaar), want de olie wordt snel ranzig. Geroosterde pitten blijven in een gesloten pot 2–3 weken lekker.

Let op: Hazelnoten zijn een veelvoorkomend allergeen: wie allergisch is voor noten, of voor berkenpollen en daardoor kruisallergie heeft, eet ze niet. Gooi noten die beschimmeld, verkleurd of ranzig geurend zijn weg, en proef eerst één pit: smaakt hij bitter of muf, eet hem dan niet. De hulsels zijn stekelig en kunnen de huid prikkelen. Boomhazelaar is een straatboom: noten langs drukke wegen kunnen vervuild zijn door uitlaatgassen, strooizout of hondenurine, dus raap liever in een park of tuin en vraag toestemming bij een privétuin. Pluk niet in natuurreservaten, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Omdat hij geen wortelscheuten vormt, dient hij ook als onderstam voor hazelaars op stam.
  • Zijn noten zijn eetbaar en smaken als hazelnoten, maar ze zijn klein en de dop is hard.
  • Hij is een van de weinige hazelaars die een echte boom met één stam wordt.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…