
Foto: Banangraut, CC BY-SA 3.0 · bron
Dwergstruik · Heidefamilie (Ericaceae)
Blauwe bosbes
Vaccinium myrtillus · ook: Bosbes
De blauwe bosbes is een inheems dwergstruikje van 20–50 cm uit bossen en heide op zure grond. Je herkent haar aan de groene, scherp kantige twijgen en het fijn gezaagde, lichtgroene blad, dat in de herfst rood kleurt en afvalt. In juli–augustus rijpen de kleine, blauwzwarte bessen met paars vruchtvlees: kleiner maar smaakvoller dan de gekweekte blauwe bes. In de tuin past ze als bodembedekker onder dennen en eiken, op zure, humusrijke grond; op kalk of zware klei lukt ze niet.
Let op: Pluk je wilde bosbessen in de natuur, doe dat dan alleen waar het mag en met mate. Was de bessen grondig of eet ze gekookt: zo verklein je het (kleine) risico op eitjes van de vossenlintworm, die via de uitwerpselen van vossen op laag fruit kunnen komen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–50 cm
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 20–50 cm |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een blauwe bosbes?
- Groeivorm
- Dwergstruikje van 20–50 cm dat met kruipende, ondergrondse uitlopers een tapijt vormt.
- Blad
- Verspreid, eirond, 1–3 cm, fijn gezaagd en helder lichtgroen; valt in de herfst af na een rode herfstkleur.
- Twijgen
- Groene, scherp kantige twijgjes die ook in de winter groen blijven, uit kruipende, ondergrondse uitlopers.
- Bloem
- Groenige tot roze, bolvormige klokjes (5 mm), meestal alleen in de bladoksels, april–juni.
- Vrucht
- Blauwzwarte, berijpte bessen (5–10 mm) met paars vruchtvlees dat tong en vingers kleurt, juli–augustus.
- Verschil met de blauwe bes
- De gekweekte blauwe bes is een grotere struik (1–2 m) met bessen in trossen en wit vruchtvlees.
- Verschil met de rijsbes
- De rijsbes heeft blauwgroen, gaafrandig blad, ronde bruine twijgen en bessen met wit vruchtvlees.
Bloei: april–mei · Oogst en vruchten: juli–augustus · Snoeien: maart–april
Herkennen per kenmerk: Rode herfstkleur · Blauwe bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Blauwe bes Vaccinium corymbosum: een grotere struik (1–2 m) met bessen in trossen en wit vruchtvlees. Verschil met blauwe bes
- Rijsbes Vaccinium uliginosum: blauwgroen, gaafrandig blad, ronde bruine twijgen en bessen met wit vruchtvlees. Verschil met rijsbes
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Wilde bosbessen in juli–augustus: kleiner maar smaakvoller dan gekweekte blauwe bessen.
- Groenige tot roze klokjes in het voorjaar voor hommels; bessen voor vogels, vossen en dassen.
- Een inheemse bodembedekker voor de zure grond onder dennen en eiken.
- Rode herfstkleur, en groene twijgen in de winter.
Waar staat een blauwe bosbes graag?
- Halfschaduw tot zon: onder lichte bomen zoals dennen, berken en eiken voelt ze zich thuis; in volle zon moet de grond vochtig blijven.
- Zure, humusrijke grond (pH 4–5,5) die matig vochtig blijft; geen kalk, geen zware klei en geen natte voeten.
- Op kalkrijke of zware grond lukt ze niet: kies dan de gekweekte blauwe bes in een bak met zure potgrond.
- Reken op zo’n 60 cm breed per plant; ze breidt zich traag uit.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Grove den: Een licht dennenbos met bosbessen als ondergroei is een typisch beeld op zure zandgrond.
- Wintereik: Groeit van nature samen met de bosbes in eikenbossen op zure grond.
- Rode bosbes: Een groenblijvende verwant met rode bessen, voor dezelfde zure grond.
- Wilde kamperfoelie: Klimt in dezelfde zure eiken- en dennenbossen en geurt ’s avonds.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: zomereik, wintereik, moeraseik, moseik
- Houden net als deze plant van zure grond: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blauwe bosbes?
- Plant in het voorjaar of in de herfst, planten in pot van een kwekerij; graaf geen planten uit in het bos.
- Werk zure bladcompost of naaldstrooisel en wat dennenschors door de plantgrond; geen kalk en geen gewone tuinmest.
- Zet de planten op 30–40 cm van elkaar en even diep als in de pot; giet aan met regenwater.
- Wees geduldig: ze slaat traag aan en geeft de eerste jaren weinig bessen.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond de eerste twee jaar vochtig met regenwater; daarna alleen bij lange droogte.
- Bemesten
- Niet nodig: een jaarlijkse laag naaldstrooisel of zure bladcompost is genoeg.
- Mulchen
- Een laag dennennaalden, eikenbladeren of dennenschors houdt de grond zuur en koel.
- Oogsten
- Pluk de bessen in juli–augustus als ze helemaal blauwzwart zijn; een bessenkam maakt het plukken sneller.
Tip: Wil je veel bessen in een gewone tuin, kies dan de gekweekte blauwe bes; de wilde bosbes plant je vooral als mooie, inheemse bodembedekker. Ben je toch op bessen uit, geef haar dan een lichte plek.
Wanneer snoei je een blauwe bosbes?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, als het nodig is.
Hoe:
- Snoei is niet nodig.
- Oude, vergrijsde planten kan je kort afknippen: ze lopen opnieuw uit uit de wortelstokken.
Let op: Na zo’n verjongingssnoei zijn er een paar jaar weinig bessen: knip daarom niet het hele tapijt tegelijk, maar telkens een deel.
Vermeerderen
- Scheuren
- Steek in het voorjaar een stuk van het tapijt met wortelstokken af en plant het meteen opnieuw, met wat zure grond rond de wortels.
- Zaaien
- Druk de zaadjes uit rijpe bessen, zaai ze op zure zaaigrond en houd ze vochtig; het duurt een paar jaar voor je een flinke plant hebt.
Hoe komt een blauwe bosbes de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Kaal in de winter, maar de groene, kantige twijgen houden het tapijt groen.
Ziektes en plagen
- Kalk en kraanwater: Gele bladeren met groene nerven en kwijnende planten. Geef regenwater en mulch met naaldstrooisel.
- Uitdroging: Verdroogde, bruine twijgen na een droge zomer, vooral in volle zon. Mulch en geef regenwater bij droogte.
- Weinig bessen: Jonge planten, te diepe schaduw of een kort afgeknipt tapijt dragen weinig. Wacht een paar jaar en geef wat meer licht.
- Vogels: Merels en andere vogels halen de rijpe bessen weg. Een net helpt als je zelf wilt oogsten.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien als het nodig is: oude, vergrijsde delen kort afknippen; planten.
- April: Laatste snoeimaand; mulchen met naaldstrooisel; de bloei begint.
- Mei: Bloei: klokjes voor hommels.
- Juli: De oogst begint; een net tegen vogels.
- Augustus: Oogst; regenwater geven bij droogte.
- Oktober: Rode herfstkleur; planten kan.
- November: Eikenbladeren of naalden laten liggen als mulch.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Wilde bosbessen vers, in taart of confituur; kleiner maar smaakvoller dan gekweekte blauwe bessen.
- Voor de natuur
- Bloemen voor hommels; bessen voor vogels, vossen en dassen.
- Tuin en landschap
- Bodembedekker onder dennen en eiken op zure grond.
Eetbaar en bruikbaar
- Bessen (juli–augustus)
- Pluk de bessen in juli en augustus, op een droge dag, wanneer ze helemaal blauwzwart zijn met een witte waas en bij een lichte aanraking loslaten. Pluk ze met de hand, een voor een, en laat de struikjes heel: een bosbessenkam rukt ook takjes en jonge bessen mee. Neem een stevige pot of bak en vul die niet te hoog, zodat de bessen niet stukgedrukt worden. Het plukken duurt even: reken op ruim een uur voor een halve kilo. Laat genoeg bessen hangen voor vogels, vossen en dassen.
- Bewaring
- Ongewassen houden wilde bosbessen een paar dagen in de koelkast, in een open bakje. Wil je ze invriezen, was ze dan kort, laat ze goed drogen en vries ze los in op een bakje; schep ze daarna in een zak, zodat ze niet aan elkaar kleven en een jaar goed blijven. Confituur houdt een jaar in uitgekookte potjes; gedroogde bosbessen en likeur kan je maandenlang bewaren.
Let op: Bosbessen zijn makkelijk te herkennen, maar in bossen groeien ook giftige zwarte bessen. Verwar ze niet met wolfskers (Atropa belladonna), een giftige plant tot 1,5 m met grote, glanzend zwarte bessen in een stervormige kelk, of met eenbes (Paris quadrifolia), een giftig kruid met vier bladeren in een kruisje en één blauwzwarte bes. Bosbes is een laag struikje van 20–50 cm met groene, hoekige twijgen, en elke bes heeft een kroontje aan de top. Eet nooit onbekende bessen. Wilde bosbessen groeien dicht bij de grond: er is een kleine kans op eitjes van de vossenlintworm, dus was ze grondig of verhit ze (koken, bakken) voor je ze eet. In veel natuurgebieden en heidereservaten mag je niet plukken of de paden niet verlaten: pluk daar niet, maar enkel waar het toegelaten is of op eigen grond. Pluk niet langs drukke wegen of op bespoten grond, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Bosbessenconfituur (Jam · ± 5 potjes van 250 ml · 45 min)
- Bosbessenlikeur (Likeur · ± 1 liter · 20 min + 4 weken trekken + 2 maanden rijpen)
- Bosbessenmuffins (Gerecht · 12 muffins · 40 min)
- Gedroogde bosbessen (Gedroogd · ± 100 g gedroogde bessen · 20 min + 8–12 uur drogen)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het verhaal dat Britse piloten in de Tweede Wereldoorlog dankzij bosbessenjam ’s nachts beter zagen, is een mythe: onderzoek vond geen effect op het nachtzicht.
- Anders dan de gekweekte blauwe bes is de wilde bosbes vanbinnen paars: daar krijg je wel een blauwe mond van.
- De twijgen blijven in de winter groen: zo herken je de plant ook zonder blad.