
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Sierkwee
Chaenomeles · ook: Japanse kwee, Japanse sierkwee, Chaenomeles
De sierkwee of Japanse kwee is een doornige struik van 1–2,5 m uit China en Japan. Al in maart–april, vaak nog vóór het blad, staan zijn kale takken vol komvormige bloemen in scharlakenrood, oranje, roze of wit. In de herfst volgen harde, groengele kweetjes die heerlijk geuren en lekker zijn in gelei. Hij groeit in zon en halfschaduw op elke goede grond, is ideaal tegen een muur of als lage, doornige haag, en geeft hommelkoninginnen vroege nectar.
Let op: Sierkwee is een waardplant van bacterievuur, een gevaarlijke bacterieziekte van onder meer peer, appel, meidoorn en kweepeer. Staan er fruitbomen in de buurt, houd hem dan goed in het oog en verwijder aangetaste takken meteen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
1–2,5 m
hoog
Bloei
maart–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 1–2,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–mei |
Herkennen
Hoe herken je een sierkwee?
- Groeivorm
- Brede, dichte struik van 1–2,5 m met verwarde, doornige takken.
- Blad
- Verspreid, 3–8 cm, eirond, fijn gezaagd en glanzend; aan krachtige scheuten vaak grote, niervormige steunblaadjes.
- Schors
- Grijsbruine, verwarde takken met korte dorens.
- Bloem
- Komvormige bloemen (3–5 cm) in bundeltjes op het oude hout, van maart tot mei, vaak al vóór het blad; scharlakenrood, oranje, roze of wit.
- Vrucht
- Harde, appelachtige, groengele vruchten (3–6 cm) die in de herfst sterk geuren; rauw te zuur, maar goed voor gelei.
- Verschil met de kweepeer
- De kweepeer is een boompje zonder dorens, met grote roze-witte bloemen in mei en grote, viltige kweeperen.
- Verschil met de vuurdoorn
- De vuurdoorn is groenblijvend, met witte bloemschermen en trossen kleine bessen.
Bloei: maart–mei · Oogst en vruchten: oktober–november · Snoeien: mei–juni
Herkennen per kenmerk: Roze bloesem · Dorens of stekels
Lijkt op, maar is het niet
- Kweepeer Cydonia oblonga: een boompje zonder dorens, met grote roze-witte bloemen in mei en grote, viltige kweeperen. Verschil met kweepeer
- Vuurdoorn Pyracantha: groenblijvend, met witte bloemschermen en trossen kleine bessen. Verschil met vuurdoorn
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers: felle kleuren al in maart–april.
- Vroege nectar en stuifmeel voor hommelkoninginnen en bijen.
- Geurende kweetjes voor gelei en siroop.
- Doornig en dicht: een lage, ondoordringbare haag, of een leistruik tegen een muur.
Waar staat een sierkwee graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst en rijpen de vruchten beter.
- Elke goede tuingrond; op zeer kalkrijke grond kan het blad geel verkleuren.
- Reken op 2 m breed; tegen een muur blijft hij vlak.
- Mooi tegen een zonnige of halfbeschaduwde muur, in een border of als lage, doornige haag.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Forsythia: Geel naast oranje of rood, allebei vroeg in het voorjaar.
- Ranonkelstruik: Gele bloemen in april, en net als de sierkwee goed in halfschaduw.
- Winterjasmijn: Tegen dezelfde muur: gele bloemen in de winter, daarna neemt de sierkwee het over.
- Voorjaarsbollen: Narcissen en tulpen aan de voet bloeien tegelijk.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sierkwee?
- Plant van november tot maart; uit pot het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Voor een lage haag: 2–3 planten per meter.
- Meng wat compost door de grond en zet de plant even diep als hij stond.
- Tegen een muur: plant 30–40 cm van de muur en bind de takken waaiervormig aan draden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna nauwelijks, behalve tegen een droge muur.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar volstaat.
- Vruchten
- Pluk de kweetjes in oktober, als ze geel worden en sterk geuren; ze blijven enkele weken goed.
- Handschoenen
- Draag bij het snoeien stevige handschoenen: de dorens zijn kort maar scherp.
Tip: Leg een paar rijpe kweetjes in een schaal in huis: ze verspreiden wekenlang een fruitige geur. Kook de rest met appel tot gelei.
Wanneer snoei je een sierkwee?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Na de bloei (mei–juni).
Hoe:
- Kort de bloeitwijgen in tot 2–3 knoppen en haal te dichte, oude takken weg.
- Tegen een muur kan je hem als leistruik vlak houden: knip na de bloei de zijscheuten die van de muur weg groeien terug tot 2–3 knoppen.
Let op: Snoei niet in de winter: hij bloeit op het oude hout, en wie dan knipt, knipt de bloemknoppen weg.
Vermeerderen
- Afleggen
- Buig in het voorjaar een lage tak naar de grond, dek hem af met aarde en maak hem na een jaar los.
- Zomerstekken
- Neem in juli–augustus halfrijpe stekjes van 10–15 cm en laat ze onder plastic wortelen.
Hoe komt een sierkwee de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bloemknoppen zitten in de winter al op de takken; late vorst kan open bloemen beschadigen, maar de struik zelf lijdt er niet onder.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen, bladeren en twijgtoppen verwelken plots en worden bruinzwart, alsof ze verbrand zijn. Knip aangetaste takken ruim in gezond hout weg, ontsmet je snoeischaar en voer het snoeisel af.
- Geel blad: Chlorose op zeer kalkrijke grond. Geef compost en bladaarde.
- Bladluis: Luizen op de jonge scheuten in het voorjaar; meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op.
- Weinig bloei: Meestal in de winter gesnoeid. Snoei pas na de bloei.
Het jaar rond
- Maart: De bloei begint; vroege nectar voor hommels.
- April: Volle bloei, vaak nog vóór het blad.
- Mei: Na de bloei: snoeien.
- Juni: Laatste snoei; leistruik bijknippen.
- Juli: Zomerstekken nemen.
- Oktober: Kweetjes oogsten voor gelei.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Vroege bloeier voor een zonnige border, tegen een muur of als lage, doornige haag.
- Voor de natuur
- Vroege nectar en stuifmeel voor hommelkoninginnen en bijen.
- Eten en drinken
- De geurige kweetjes zijn gekookt lekker in gelei en siroop.
Let op: Waardplant van bacterievuur.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (oktober–november)
- Pluk de vruchten in oktober, als ze geelgroen zijn en sterk geuren; ze zijn dan rijp, ook al blijven ze hard. Pluk ze voor de vorst valt, want ze bewaren dan beter. Rauw zijn ze veel te zuur en te hard: kook ze altijd. Snijd ze met schil in stukken. Voor gelei mag het klokhuis in de pan, voor de andere recepten haal je klokhuis en pitten weg.
- Bewaring
- Heel bewaar je de vruchten wekenlang op een koele, luchtige plek, niet tegen elkaar; ze geuren heerlijk in huis, maar houd ze weg van ander fruit. Gesneden en gekookt kan je ze invriezen. Gelei en chutney houden een jaar in uitgekookte potten, siroop een half jaar in flessen.
Let op: Rauw zijn de vruchten hard, zeer zuur en samentrekkend: kook ze altijd. De pitten bevatten, net als appelpitten, amygdaline: eet ze niet en verwijder ze, behalve voor gelei, waar ze na het uitlekken met het vruchtvlees worden weggegooid. Sierkwee wordt vaak behandeld of in drukke randen geplant: gebruik alleen vruchten van een struik waarvan je zeker bent dat hij niet bespoten is, en spoel ze goed. Ben je allergisch voor appels of andere vruchten van de rozenfamilie, wees dan voorzichtig. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Sierkweegelei (Gelei · ± 4 potjes van 250 ml · 1,5 uur + 1 nacht uitlekken)
- Sierkweesiroop (Siroop · ± 600 ml · 40 min + 1 dag trekken)
- Sierkweechutney (Gerecht · ± 3 potjes van 250 ml · 1 uur 15)
- Kweelikeur (Likeur · ± 700 ml · 30 min + 8 weken trekken en rijpen)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In Letland en Litouwen wordt Japanse kwee als fruit geteeld voor sap en siroop, rijk aan vitamine C.
- De naam Chaenomeles komt uit het Grieks en betekent ‘gespleten appel’: men dacht vroeger dat de vrucht openbarst.
- Hommelkoninginnen die in maart uit hun winterslaap komen, vinden in de bloemen een van hun eerste maaltijden.