
Foto: MPF at English Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Naaldboom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Sitkaspar
Picea sitchensis
De sitkaspar is een woudreus uit de mistige kuststrook van het westen van Noord-Amerika, van Alaska tot Californië. Je herkent hem aan de zeer scherp stekende, afgeplatte naalden met een blauwwitte onderkant en aan de lichtbruine kegels met papierachtige schubben. Bij ons wordt hij 30–50 m hoog, met een kroon van zo’n 8 m. In Groot-Brittannië en Ierland is hij de belangrijkste bosbouwboom, en ook bij ons staat hij in sommige bossen. Voor een tuin is hij veel te groot en te stekelig: hij hoort in een bos, een groot park of een landgoed.
Let op: De naalden prikken zo sterk dat werken eraan stevige handschoenen vraagt: plant hem niet langs paden of waar kinderen spelen. Hij is bovendien gevoelig voor de sitkaluis.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
30–50 m
hoog
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 30–50 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een sitkaspar?
- Groeivorm
- Boom van 30–50 m met een kegelvormige kroon van zo’n 8 m en een rechte stam.
- Naalden
- 1,5–3 cm, stijf, afgeplat en zeer scherp gepunt; boven groen, onder met twee brede blauwwitte strepen. Ze staan rondom de twijg op houtige pinnetjes.
- Schors
- Grijs tot paarsgrijs, dun en in ronde schubben afschilferend.
- Kegels
- Hangend en bleekbruin, 6–10 cm, met dunne, papierachtige, gekreukte schubben.
- Verschil met de fijnspar
- De fijnspar heeft vierkante, overal groene naalden die minder steken, en langere, roodbruine kegels.
- Verschil met de Servische spar
- De Servische spar heeft een zeer smalle kroon, stompe naalden en kleine, paarsbruine kegels.
Snoeien: augustus–september
Herkennen per kenmerk: Stekende naalden
Lijkt op, maar is het niet
- Fijnspar Picea abies: vierkante, overal groene naalden die minder steken, en langere, roodbruine kegels. Verschil met fijnspar
- Servische spar Picea omorika: zeer smalle kroon, stompe naalden en kleine, paarsbruine kegels. Verschil met Servische spar
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een indrukwekkende, snelgroeiende boom voor een groot park of bos op vochtige, zure grond.
- Verdraagt wind en zeewind: in zijn thuisland groeit hij vlak aan de kust.
- De dichte, stekelige kroon is een veilige schuil- en nestplaats voor vogels.
- De kegels leveren zaad voor eekhoorns en kruisbekken.
Waar staat een sitkaspar graag?
- Zon tot halfschaduw.
- Zure, vochtige grond; hij houdt van een koel, vochtig klimaat met veel regen en lijdt in droge zomers.
- Ondiepe wortels: op natte of ondiepe grond kan hij bij storm omwaaien.
- Reken op 30–50 m hoog en een kroon van zo’n 8 m: alleen voor een bos, een groot park of een landgoed, niet voor een tuin.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 35 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Zachte berk: Een inheemse berk voor dezelfde natte, zure grond, met lichte stammen tegen het donkere naaldwerk.
- Wilde lijsterbes: Bloeit wit en draagt oranje bessen aan de zonnige bosrand.
- Gagel: Een geurige, inheemse struik voor natte, zure grond aan de rand van een sparrenbos.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houden van de zure grond onder deze boom: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Liever niet bij
- Zonminnende planten krijgen onder de dichte kroon te weinig licht: echte lavendel, struikhei, vlinderstruik, sleedoorn, blauwe bes, duindoorn, rimpelroos, brem
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sitkaspar?
- Plant van oktober tot april, als de grond niet bevroren is.
- Kies jong bosplantsoen: kleine planten slaan veel beter aan dan grote.
- Plant ondiep, met de bovenkant van de wortels gelijk met de grond.
- Draag stevige handschoenen en lange mouwen: de naalden prikken venijnig.
- Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Jonge bomen in droge zomers; met zijn ondiepe wortels lijdt een spar snel onder droogte.
- Bemesten
- Niet nodig; laat de naalden liggen.
- Mulch
- Een laag houtsnippers of naalden houdt de grond koel en vochtig.
- Controle
- Kijk in de late winter naar gele naalden door de sitkaluis, en na droge zomers naar boorgaatjes en bruin boormeel van schorskevers.
Tip: Zoek je een spar voor een gewone tuin, kies dan de Servische spar: die blijft smal, prikt nauwelijks en groeit op bijna elke grond.
Wanneer snoei je een sitkaspar?
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Moet er toch gesnoeid worden, doe het dan in augustus–september.
Hoe:
- Een bosboom: niet snoeien.
- Onderste dode takken kan je tegen de stam wegzagen, net buiten de takkraag.
- Nooit de top wegnemen en niet tot in het kale hout snoeien.
Let op: Een spar loopt niet uit vanuit oud, kaal hout: een kale plek blijft kaal.
Vermeerderen
- Zaaien
- Pluk in de herfst gesloten kegels en laat ze op een warme plek opengaan. Zaai de zaden in het voorjaar in een bak; ze kiemen makkelijk.
Hoe komt een sitkaspar de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Bij storm kan hij op natte of ondiepe grond omwaaien; natte sneeuw kan takken of de top breken.
Ziektes en plagen
- Sitkaluis: Een groene bladluis die in de late winter de oudere naalden aanzuigt: ze worden geel tot bruin en vallen af, vooral na zachte winters. De sitkaspar is er bijzonder gevoelig voor; meestal herstelt hij.
- Schorskevers: Boorgaatjes, bruin boormeel en een kroon die snel verkleurt, vooral bij bomen die door droogte verzwakt zijn. Vel aangetaste bomen snel en voer het hout af.
- Late nachtvorst: Bruine, slappe jonge scheuten na een koude nacht in april–mei. De boom loopt opnieuw uit; plant hem niet in een koude laagte.
- Droogte en storm: In droge zomers verbruint hij, bij storm waait hij om. Kies een vochthoudende, beschutte plek.
Het jaar rond
- Februari: Kijk naar gele naalden door de sitkaluis, vooral na een zachte winter.
- Maart: Plantseizoen.
- Mei: Jonge scheuten kunnen bevriezen bij late nachtvorst.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte; let op schorskevers.
- Augustus: Onderste dode takken wegzagen.
- September: Laatste maand voor snoei; de kegels rijpen.
- Oktober: Plantseizoen begint; kegels plukken om te zaaien.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Hout
- Licht, sterk hout voor bouw, papier en klankbodems; vroeger ook voor vliegtuigen.
Let op: Prikt zo sterk dat werken eraan handschoenen vraagt; gevoelig voor de sitkaluis.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In zijn thuisland, de Noord-Amerikaanse westkust, kan hij meer dan 90 m hoog worden. In Groot-Brittannië en Ierland is hij de belangrijkste bosbouwboom.
- Zijn lichte, sterke hout dient voor klankbodems en papier; vroeger bouwde men er ook vliegtuigen mee.
- De sitkaluis dankt haar naam aan deze spar, die er bijzonder gevoelig voor is.